Nationaal Ren- en Coursingreglement.

Calhoun

 

Nationaal Ren- en

Coursingreglement.

 

 

Versie 15-03-2018

 

 

 

 

Inhoudsopgave

Hoofdstuk I  Algemene bepalingen……………………………………………………….. 3

Hoofdstuk II  Baanrennen en –materialen (Zie ook aanhangsel 1)…………………………. 8

Titel 3  Wedstrijden…………………………………………………………………….. 14

Titel 4 Voorwaarden voor  het organiseren………………………………………………. 19

Titel 5  Officials en wedstrijdsecretariaat……………………………………………….. 25

Titel 6 Startlicenties…………………………………………………………………….. 32

Titel 7 Inschrijving en toelating…………………………………………………………. 42

Titel 8 Gang van zaken tijdens de wedstrijd…………………………………………….. 47

Artikel V111.45 Doping…………………………………………………………………………56

Hoofdstuk III Titel 9  Coursing…………………………………………………………… 57

Hoofdstuk IV Sancties…………………………………………………………………… 78

Hoofdstuk V Slotbepalingen…………………………………………………………….. 81

 

IMG_7381

Aanhangsels, die van belang zijn voor de coursing, vindt u onderaan. 

Tevens te vinden onder:

http://www.cvw.nu/?page_id=39

 

Hoofdstuk I  Algemene bepalingen

Algemeen

Artikel I.1

In dit reglement wordt verstaan onder:

Raad van Beheer: de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland;

b.      Commissie: de Commissie voor de Windhondenrensport als bedoeld in artikel V.21 van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer;

c.      F.C.I.: de Fédération Cynologique Internationale;

d.      Kynologisch Reglement: het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer;

e.      windhonden: alle honden behorende tot een ras dat volgens de in Nederland gebruikelijke rasgroepindeling tot de rasgroep windhonden behoort;

f.       windhondenrenvereniging: iedere bij de Raad van Beheer aangesloten vereniging die zich de behartiging van de belangen van de windhondenrensport ten doel stelt;

g.      baanwedstrijden: alle in Nederland op een windhondenrenbaan te houden snelheidswedstrijden voor windhonden;

h.      coursingwedstrijden: alle in Nederland op min of meer open terrein te houden wedstrijden voor windhonden;

i.       renseizoen: de periode van 1 maart tot en met 1 december;

j.       course: één loop van tegen elkaar uitkomende, tegelijk gestarte honden;

k.      serie: de begincoursen, waarin bij een baanwedstrijd alle honden van één ras, eventueel geslacht en klasse voor de eerste keer uitkomen;   herkans: de coursen voor de honden die zich geen plaats in de halve finale dan wel finale hebben verworven;   halve finale: de coursen die worden gelopen om een plaats in de finale te verkrijgen;   finale: de coursen waarin de winnaar van de wedstrijd wordt bepaald;   puntencoursen: coursen waar door middel van punten wordt bepaald welke honden naar de finale gaan;   tussenloop: is gelijk aan halve finale.

l.       ren: de tijdens een baanwedstrijd gehouden coursen voor honden van één ras en eventueel afstand,  klasse en geslacht;

m.     omloop: de tijdens een coursingwedstrijd gehouden coursen, waarbij het parcours in één richting wordt gelopen;

n.      wedstrijd: alle op één of meer aansluitende dagen op één locatie gehouden rennen, onderscheidenlijk omlopen, te samen;

o.      klassieke wedstrijd: een wedstrijd die een bijzonder karakter draagt en beantwoordt aan bijzondere eisen van opzet en organisatie als bedoeld in artikel III.16.

p.      organisator: de vereniging die een wedstrijd organiseert, onderscheidenlijk het bestuur of de secretaris van deze vereniging, dan wel de Commissie.

q.      thuisvereniging: een windhondenrenvereniging als bedoeld in artikel I.6.

r.       eigenaar: ieder die in de Nederlandse stamboekhouding of, indien de hond niet in de Nederlandse stamboekhouding is opgenomen, in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding als eigenaar geregistreerd staat;

s.       handler: de eigenaar of degene die door de eigenaar is belast met de zorg voor de hond tijdens de wedstrijd;

t.       startlicentie: het in de artikelen VI.1 en IX.34 bedoelde document dat vereist is om aan wedstrijden voor windhonden te kunnen deelnemen;

u.      hondenpas: het in de artikel I.4 bedoelde document dat bestemd is voor het aantekenen van behaalde ren- en coursingprestaties en tentoonstellingsresultaten;

v.      Tarievenbesluit: het in artikel XI.1 bedoelde besluit, waarbij de tarieven worden vastgesteld voor aan de Commissie verschuldigde bedragen.

w.     renleider c.q. coursingleider: een door de vereniging aangewezen tussenpersoon die als zodanig is erkend door de commissie.

Artikel I.2

De bijbehorende aanhangsels zijn een onderdeel van dit reglement.

Artikel I.3

1.      De eigenaar die zijn hond voor een baanwedstrijd of coursingwedstrijd inschrijft, is verantwoordelijk voor het gedrag van die hond en voor het handelen en nalaten van ieder die door hem uitdrukkelijk of stilzwijgend met de gehele of gedeeltelijke zorg voor de hond is belast. Hij is aansprakelijk voor alle schade die zowel door hemzelf of door de handler als ook door de hond zowel gedurende de wedstrijd zelf als daarvoor en daarna wordt veroorzaakt.

2.      De Commissie noch de organisator of een namens deze optredende functionaris kan voor deze schade aansprakelijk worden gesteld.

3.      In afwijking van de laatste volzin van het eerste lid kan de eigenaar niet worden aangesproken voor de schade die zijn hond tijdens een course of bij de opvang toebrengt.

Artikel I.4

1.       Ieder die zijn hond voor een baanwedstrijd of coursingwedstrijd inschrijft, moet in het bezit zijn van een hondenpas, waarin behaalde ren- en coursingprestaties en tentoonstellingsresultaten moeten worden aangetekend.

2.      Een hondenpas is op aanvraag bij de Commissie verkrijgbaar tegen gelijktijdige betaling van een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag .

3.      Zowel voor het baanrennen als voor coursing moet een hond in het bezit zijn van een aparte hondenpas, waarin de resultaten separaat kunnen worden genoteerd.

Artikel I.5 IMG_4108

Ieder die zijn hond voor een baanwedstrijd of coursingwedstrijd inschrijft, aanvaardt door die inschrijving de werking van dit reglement en van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer en wordt geacht de bepalingen daarvan te kennen. Hij moet in het bezit zijn van een exemplaar van dit reglement. Het secretariaat van iedere windhondenrenvereniging en ieder wedstrijdsecretariaat dient te beschikken over ten minste twee exemplaren van dit reglement en van het Kynologisch Reglement.

Artikel I.6

1.   Indien een eigenaar lid is van meer dan één windhondenrenvereniging dan wordt:

a. de vereniging die de renlicentie voor een hond van deze eigenaar aanvraagt, aangemerkt als de thuisvereniging voor de renlicenties van alle honden van deze eigenaar.

b. de vereniging die de coursinglicentie voor een hond van deze eigenaar aanvraagt, aangemerkt als de thuisvereniging voor de coursinglicenties van alle honden van deze eigenaar.

Een eigenaar kan dus maximaal twee thuisverenigingen hebben.

2.   Een eigenaar mag zijn honden uitsluitend van thuisvereniging doen veranderen indien hij aan de nieuwe thuisvereniging een verklaring overlegt waaruit blijkt dat hij zijn financiële verplichtingen tegenover de vorige thuisvereniging volledig is nagekomen.

Artikel I.7

Een lid van een windhondenrenvereniging kan zich uitsluitend via het secretariaat van die vere­niging tot de Commissie wenden.

Artikel I.8

1.   Het is aan windhondenrenverenigingen niet toegestaan hun renbaan ter beschikking te stellen voor of anderszins medewerking te verlenen aan het houden van wedstrijden met wind­honden die niet georganiseerd worden door een bij de raad van Beheer aangesloten windhondenrenvereniging.

2.   De Commissie kan van het eerste lid dispensatie verlenen.

De Commissie en de Windhondenrenraad

Artikel I.9

Ter aanvulling op de bepalingen van Titel 3 van Hoofdstuk V van het Kynologisch Reglement zijn op de Commissie en op de Windhondenrenraad de navolgende bepalingen van toepassing.

Artikel I.10

1.   De Commissie kan uit haar midden een waarnemend voorzitter aanwijzen.

2.   De waarnemend voorzitter heeft het recht, de vergaderingen van de kerncommissie bij te wonen.

Artikel I.11

De Commissie vergadert  zo dikwijls als de voorzitter of de meerderheid van de commissie dat nodig vindt.

Artikel I.12

1.   Onverminderd artikel V.29 van het Kynologisch Reglement legt de Commissie tegenover de Windhondenrenraad verantwoording af over het door haar gevoerde beleid. Daartoe wordt ten minste eens per jaar, te weten vóór 1 mei, een jaarvergadering van de Windhondenrenraad ge­houden, op welke vergadering ook het in artikel V.27, tweede lid, van het Kynologisch Re­glement bedoelde financieel verslag en controlerapport worden behandeld.

2.   De Windhondenrenraad vergadert voorts zo dikwijls als de Commissie dat nodig vindt of ten minste vier windhondenrenverenigingen dat met opgave van redenen verzoeken.

3.   In laatstbedoeld geval wordt de vergadering binnen drie weken uitgeschreven en binnen zes weken na ontvangst van het verzoek gehouden.

Artikel I.13

1.   Iedere windhondenrenvereniging kan voorstellen ter behandeling op de renraadvergadering van november/december indienen.

2.   De in het eerste lid bedoelde voorstellen moeten, voorzien van een duidelijke motivering, vóór 1 november bij de Commissie worden ingediend.

3.   Elk door de renraad aangenomen voorstel blijft ten minste twee jaar van kracht tenzij de renraad unaniem besluit het voorstel eerder te wijzigen. Een door de renraad afgewezen voorstel kan in het volgende jaar niet opnieuw worden ingebracht.

Artikel I.14

1.   De agenda voor een vergadering van de Windhondenrenraad met de daarbij behorende stukken wordt ten minste drie weken vóór de dag van de vergadering aan de windhondenrenverenigingen verzonden.

2.   Over onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld, kunnen ter vergadering geen be­sluiten worden genomen.

Artikel I.15

De Commissie en de Windhondenrenraad kunnen een Reglement van Orde voor hun vergade­ringen vaststellen, dat niet in strijd mag zijn met het Kynologisch Reglement of met dit reglement.

Artikel I.16

De windhondenrenverenigingen zijn verplicht, van al hun clubbladen, circulaires, algemene mededelingen en andere publicaties die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de windhondenrensport, een exemplaar te zenden aan de Commissie.

Artikel I.17

De leden van de Commissie hebben op vertoon van een door de Commissie verstrekt legitimatiebewijs vrije toegang tot alle wedstrijden en renbanen en tot alle voor leden van een windhondenrenvereniging toegankelijke bijeenkomsten, met uitzondering van algemene ledenvergaderingen. De besturen van windhondenrenverenigingen zijn verplicht aan de Commissie alle gevraagde inlichtingen te verstrekken.

 

Hoofdstuk II  Baanrennen en –materialen

(Zie ook aanhangsel 1)

Renbanen (zie ook aanhangsel 1)

Artikel II.1

1.   Baanwedstrijden mogen, tenzij het een demonstratiewedstrijd als bedoeld in artikel III.9 betreft, slechts gehouden worden op renbanen die door de Commissie zijn goedgekeurd en in goede staat van onderhoud verkeren.

2.   De in het eerste lid bedoelde goedkeuring wordt slechts verleend, indien de renbaan voldoet aan de in deze titel gestelde eisen en ook overigens naar het oordeel van de Commissie geschikt is voor het op verantwoorde wijze houden van baanwedstrijden.

3.   De Commissie kan aan de goedkeuring voorwaarden en beperkingen verbinden.

4.   De  beslissing  over de goedkeuring wordt schriftelijk aan de betreffende windhondenrenvereniging meegedeeld.

5.   De Commissie zorgt er voor, dat van iedere renbaan een tekening op schaal 1 : 200, of in voldoende nauwkeurig digitaal formaat, in het archief van de Commissie aanwezig is. Zo nodig verschaft de betreffende vereniging een zodanige tekening op eerste verzoek van de zijde van de Commissie.

Artikel II.2

1.   De plannen voor een nieuw aan te leggen renbaan evenals een tekening op schaal 1 : 200 moeten in drievoud aan de Commissie worden ingezonden, of in enkelvoud bij een vergelijkbare digitale uitvoering. De gebruikte digitale codering behoeft een goedkeuring van de Commissie.

2.   De vereiste vergunningen van de overheid voor de aanleg van de renbaan mogen pas worden aangevraagd en met de aanleg van de renbaan mag pas worden begonnen nadat de in het eerste lid bedoelde plannen en tekening de schriftelijke instemming van de Commissie hebben verkregen.

3.   De Commissie kan voor de toepassing van de voorgaande leden nadere regels stellen.IMG_2585

Artikel II.3

Veranderingen aan een bestaande renbaan mogen pas worden uitgevoerd nadat deze de schriftelijke instemming van de Commissie hebben verkregen.

Artikel II.4

1.   De baan zelf moet een onberispelijke grasmat bezitten, tenzij het een zandbaan betreft. De baan mag geen gaten vertonen.

2.   Stenen, glas en andere vreemde voorwerpen mogen niet in of op de baan aanwezig zijn.

Artikel II.5

1.   Bij vlakke banen, zijnde banen zonder bochtophoging of met een bochtophoging van minder dan acht procent, moet de straal van de bochten ten minste 43 meter bedragen gemeten aan de binnen afrastering van de baan. Het loopvlak moet ten minste zeven meter breed zijn en in de kop van de bochten ten minste acht meter.(zie aanhangsel nr.1)

2.   Bij banen met een bochtophoging van acht procent moet de straal van de bochten ten minste 40 meter bedragen, gemeten aan de binnenafrastering van de baan. Het loopvlak moet ten minste zes meter breed zijn en in de kop van de bochten ten minste zeven meter.(zie aanhangsel nr.1)

3.   Bochtophogingen van meer dan acht procent zijn alleen met dispensatie van de Commissie toegestaan.

Artikel II.6

1.   De buitenafrastering van de baan zelf moet zodanig zijn, dat niemand van buitenaf direct de baan kan betreden.

2.   De baan moet voorzien zijn van een binnenafrastering, die duidelijk zichtbaar is en voor de honden geen gevaar kan opleveren.

Artikel II.7

1.   Baanmetingen worden uitsluitend uitgevoerd door een of meer leden van de Commissie.

2.   Alle banen worden zo dikwijls gemeten als de Commissie dit nodig oordeelt.

3.   Na iedere verandering aan of op de baan moet bij de Commissie een hermeting worden aangevraagd. Voor een hermeting zijn aan de Commissie kosten verschuldigd tot een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag.

Artikel II.8

De lengte van een baan wordt gemeten op precies één meter afstand uit de binnenafrastering van de baan. De lengte van de baan wordt bepaald vanaf de binnenzijde van de onderkant van de klep van het starthok tot aan de finishlijn. De finishlijn zal zich altijd bevinden tussen twee vaste punten, die voldoende met een piket zijn aangegeven.

Artikel II.9

Na de meting als bedoeld in artikel II.7 mag gedurende het seizoen de binnenafrastering niet worden verwijderd, tenzij ten genoegen van de Commissie kan worden aangetoond dat een onberispelijke herplaatsing gegarandeerd is.

Renmaterialen

Artikel II.10

1.   Bij baanwedstrijden worden de honden gestart uit starthokken die zodanig geplaatst moeten zijn, dat de honden vanuit het starthok over een ononderbroken afstand van veertig meter vol­doende zicht op de kunsthaas hebben.

2.   De starthokken moeten worden uitgevoerd volgens richtlijnen van de Commissie.

Artikel II.11

De deurtjes aan de achterzijde van de starthokken, die dienen voor het plaatsen van de honden, moeten van links naar rechts voorzien zijn van de nummers 1 tot en met 6.

Artikel II.12

1.   De starthokken moeten aan de voorzijde voorzien zijn van een vaste klep, die in één beweging en voldoende snel opengaat, de honden de mogelijkheid biedend gelijktijdig te vertrekken.

2.   De klep en de afschermingsdelen hiervan moeten zodanig zijn geconstrueerd, dat verwonding van de honden is uitgesloten en dat de nagels of voeten van de honden boven of onder de klep niet beklemd kunnen raken. In de klep moeten tralies zijn aangebracht. Het gebruik van gaas, glas of kunststof is niet toegestaan. Het bovenste deel van de klep mag geblindeerd zijn.

Artikel II.13

De organisator of uitvoerende vereniging moet vóór iedere ren de starthokken zorgvuldig desinfecteren.

Artikel II.14

1.   De kunsthaas moet ten minste 40 centimeter lang zijn, vervaardigd van wit konijnenvel of van soortgelijk materiaal, en onder alle omstandigheden over de gehele baan duidelijk zichtbaar voor honden en keurmeesters.

2.   De renleider mag bij slechte weersgesteldheid en met toestemming van de keurmeesters tot het gebruik van wit plastic als hulpmiddel besluiten.

3.   Het trekkoord moet sterk genoeg zijn om rukken in de voortbeweging te kunnen verdragen.

4.   Op de renbaan moet voldoende reservemateriaal aanwezig zijn.

Artikel II.15

1.   Klossen mogen niet licht van kleur zijn en niet schitteren of glanzen. Zij moeten zodanig geconstrueerd zijn en zodanig afgeschermd met een stilstaande kap, dat verwonding van de honden vrijwel uitgesloten is. De honden mogen niet met draaiende delen van de klossen en rollen in aanraking kunnen komen. De Commissie kan klossen en rollen te allen tijde afkeuren voor verder gebruik.

2.   De klossen moeten worden geplaatst op vaste plaatsen op een afstand van de binnenaf­rastering van ten minste twee/derde van de baanbreedte, maar altijd op een afstand van ten minste vijf meter.

3.   Er moeten zo weinig mogelijk klossen worden gebruikt.

4.   De Commissie kan het aantal klossen en de plaatsen daarvan voorschrijven en markering van die plaatsen verlangen.

Artikel II.16

1.   De kunsthaas moet worden voortbewogen met behulp van een systeem, dat tevoren schrif­telijk door de Commissie is goedgekeurd.

2.   Op de renbaan moet steeds minstens één reserveaandrijving voor de kunsthaas aanwezig zijn.

Artikel II.17

1.   Indien de kunsthaas als sleephaas wordt voortbewogen, moet op een afstand van vijf meter voor de starthokken aan de linker- of rechterzijde een rode piketpaal staan van ten minste 0,20 meter hoogte.

2.   Indien de kunsthaas met behulp van een eindeloos railsysteem wordt voortbewogen, moet de in het eerste lid bedoelde piketpaal op een door de Commissie goedgekeurde plaats staan.

Artikel II.18

1.   Aan het einde van de baan moet de kunsthaas met onverminderde snelheid 30 meter over de finishlijn worden getrokken, waarbij voor de honden een uitloopmogelijkheid van ten minste vijftig meter aanwezig moet zijn. Op een afstand van dertig en van vijftig meter van de finishlijn moet een rode piketpaal staan.

2.   De Commissie kan voor bepaalde banen voorschrijven dat de apparatuur de kunsthaas, op of na dertig meter na de finishlijn, hoog optilt of doet verdwijnen. De Commissie kan ook de methodiek hiervoor voorschrijven.

Artikel II.19IMG_0627

1.   Op de rechte stukken van de baan mogen ten hoogste twee horden van ten hoogste 0,70 meter hoogte worden opgesteld. De kleur van de horden moet voor de hond goed te herkennen zijn. De horden moeten zodanig geconstrueerd zijn, dat het risico voor de honden minimaal is, en vervaardigd zijn volgens een door de Commissie goedgekeurd model.

2.   De binnen- en de buitenafrastering van de renbaan moet zowel voor als na iedere horde over een afstand van tien meter een hoogte van ten minste 1,50 meter hebben.

Artikel II.20

1.   Indien de tijdwaarneming automatisch plaats vindt, moet het systeem van automatische tijdwaarneming tevoren schriftelijk door de Commissie zijn goedgekeurd.

2.   Ondanks de in het eerste lid bedoelde goedkeuring blijft de organisator verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de tijdwaarneming.

Artikel II.21

1.   Lootapparatuur voor het bepalen van de volgorde van plaatsing in de starthokken moet voldoen aan redelijke eisen van betrouwbaarheid en neutraliteit. Loten met losse lootballetjes en lootzak is niet toegestaan

2.   De Commissie heeft het recht lootapparatuur af te keuren of het gebruik van bepaalde apparatuur voor te schrijven.

3.   Bij gebruik van een automatische loting waarbij een hond betrokken is met een buitenstartlicentie, wordt indien nodig het door deze buitenstarter gelote nummer van het starthok, omgeruild met de hond die hok 6 heeft geloot.

Artikel II.22 Rendekken Zie aanhangsel 2

Overige bepalingen

Artikel II.23

Indien in het keurmeesters verblijf  een microfoon aanwezig is, moet deze een afsluitmogelijkheid hebben.

Artikel II.24

1.   Op iedere renbaan moeten voor dames en heren gescheiden toiletfaciliteiten aanwezig zijn.

2.   De Commissie kan voorschriften geven waaraan de toiletfaciliteiten moeten voldoen.

Artikel II.25

Op elke renbaan moet het door de Commissie voorgeschreven eerste hulpmateriaal aanwezig zijn.

Artikel II.26

1.   Een goedgekeurde renbaan en de daarop gebruikte materialen moeten in goede toestand worden onderhouden. De aanwezige opstallen moeten zodanig worden onderhouden, dat zij het aanzien van de windhondenrensport niet schaden.

2.   Bij gebreke van voldoende onderhoud als in het eerste lid bedoeld kan de Commissie de goedkeuring van de baan intrekken totdat in het achterstallig onderhoud is voorzien.

Artikel II.27

De Commissie kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van een of meer bepalingen van dit hoofdstuk.

 

Titel 3  Wedstrijden

Artikel III.1

De baanwedstrijden worden onderscheiden in:

1.   wereldkampioenschapswedstrijden als bedoeld in artikel III.2

2.   Europese kampioenschapswedstrijden als bedoeld in artikel III.2

3.   internationale wedstrijden waar internationale kampioenschapsprijzen (CACIL’s) behaald kunnen worden op grond van een vanwege de FCI verleende toestemming.

4.   nationale kampioenschapswedstrijden als bedoeld in artikel III.4

5.   nationale wedstrijden als bedoeld in artikel III.7

6.   invitatiewedstrijden als bedoeld in artikel III.8

7.   demonstratiewedstrijden als bedoeld in artikel III.9

8.   clubwedstrijden als bedoeld in artikel III.10.

Artikel III.2

1.   Wereldkampioenschapswedstrijden en Europese kampioenschapswedstrijden zijn jaarlijkse internationale wedstrijden waarop de F.C.I. wereldkampioenstitel met jaartal onderscheidenlijk de F.C.I. Europees kampioenstitel met jaartal behaald kan worden. Deze wedstrijden worden op aanwijzing van de F.C.I. windhondencommissie door een bij de F.C.I. aangesloten land georganiseerd.

2.   Op wereldkampioenschapswedstrijden en Europese kampioenschapswedstrijden is dit reglement niet van toepassing. Uitsluitend het F.C.I. renreglement is van toepassing.

3.   Indien de organisatie van een wereldkampioenschapswedstrijd of een Europese kampioenschapswedstrijd aan Nederland is toegewezen, organiseert de Commissie deze wedstrijd met medewerking van de vereniging op wier baan de wedstrijd gehouden zal worden.

4.   Bij de selectie voor een Europeeskampioenschap en Wereldkampioenschap zullen uitsluitend de resultaten gelden van de afstanden die de honden dienen te lopen tijdens het Europees-of Wereldkampioenschap.

Artikel III.3

1.   Internationale wedstrijden zijn wedstrijden voor alle honden met een Nederlandse of buitenlandse startlicentie waarvoor vanwege de F.C.I. toestemming is verleend. Indien mogelijk dient een buitenlandse keurmeester te functioneren in het keurmeesterkorps. De vereniging zelf dient een buitenlandse keurmeester uit te nodigen en de kosten daarvan te dragen. Elke vereniging mag maximaal twee internationale renwedstrijden aanvragen en organiseren.

2.   Bij internationale wedstrijden is dit reglement alleen van toepassing op rennen in de C-klasse, de plusklasse en de seniorenklasse alsmede op rennen in de B- klasse indien de organisator dat bepaalt en op rennen in de A-klasse indien de Commissie dat bepaalt. Op alle andere internationale rennen is het F.C.I. renreglement van toepassing, voor zover bij internationale wedstrijden het FCI renreglement hierin voorziet.

3.   De Commissie stelt jaarlijks de voor de voorbereiding en afwikkeling van deze wedstrijden geldende eisen en bij Tarievenbesluit de daarvoor verschuldigde tarieven vast.

Artikel III.4IMG_4099

1.   Nationale kampioenschapswedstrijden zijn wedstrijden waarop de titel ‘Renkampioen met jaartal’ als bedoeld in artikel V.32 van het Kynologisch Reglement behaald kan worden. De nationale kampioenschapsrennen worden onderscheiden in het nationale kampioenschap korte baan, zijnde 350 meter en 280 meter, en het nationale kampioenschap lange baan, zijnde 475 meter. De nationale renkampioenschappen staan open voor Whippets en Afghanen met een Nederlandse A-klasse startlicentie en voor honden van andere windhondenrassen met een Nederlandse open klasse startlicentie. Uit rasgroep 5 staat deelname open voor Pharaohounds, Podenco Ibicenco, Podenco Canario en Cirneco Dell ‘Etna met een Nederlandse open klasse startlicentie.

2.   Nationale  kampioenschapswedstrijden worden door de Commissie georganiseerd met medewerking van de vereniging op wier baan de wedstrijd gehouden zal worden. In het weekend waarin een kampioenschapsren plaatsvindt, zullen geen andere renwedstrijden worden georganiseerd.

3.   Voorafgaande aan het toekennen van een kampioenschapsren moet worden vastgesteld of de betreffende renbaan voldoet aan artikel II.5 van dit reglement.

4.    De dag voor de kampioenschapsren korte baan 350 meter alsmede voor 280 meter wordt een nationale wedstrijd, de Holland Cup, georganiseerd voor honden met een geldige Nederlandse B, C of XL startlicentie alsmede voor  Basenji’s en Podengo’s Português. De dag  voor de kampioenschapsren lange baan wordt een nationale wedstrijd, de Talentencup, georganiseerd voor honden met een geldige Nederlandse B, C of XL startlicentie alsmede voor Basenji’s en Podengo’s Português.

Indien de inschrijving voor deze nationale wedstrijd plus de kampioenschapsren in totaal minder dan 70 honden bedraagt worden beide wedstrijden samengevoegd en op de dag van de kampioenschapsren gelopen. Indien bij de kampioenschapsren bij een ras 3 honden starten zullen deze op de dag van de kampioenschapsren lopen om een “Holland Cup” c.q. “Talentencup”. Indien minder dan 3 honden starten, lopen deze een demonstratie zonder extra prijs.

5.   De Commissie staat garant voor het inschrijfgeld van 60 honden bij de kampioenschapsren korte baan, 350 meter, exclusief de nationale wedstrijd (Holland Cup). De Commissie staat garant voor het inschrijfgeld van 50 honden bij de kampioenschapsren lange baan, exclusief de nationale wedstrijd (Talentencup). De Commissie staat garant voor het inschrijfgeld van 30 honden bij de kampioenschapsren korte baan, 280 meter, als deze plaatsvindt in combinatie met een andere kampioenschapsren. De Commissie staat garant voor het inschrijfgeld van 40 honden bij de kampioenschapsren korte baan, 280 meter, als deze separaat wordt georganiseerd. De garantstelling betreft het inschrijfgeld per hond minus de vastgestelde afdracht aan de Commissie.

Artikel III.5

1.   De titel ‘Renkampioen met jaartal’ als bedoeld in artikel V.32 van het Kynologisch Reglement is bij een nationale kampioenschapswedstrijd beschikbaar voor:IMG_6733

a.   Greyhounds lange baan

b.   Greyhounds korte baan

c.   Whippets lange baan

d.   Whippets korte baan

e.   Afghanen lange baan

f.   Afghanen korte baan

g.   Italiaantjes korte baan

h.   Overige windhondenrassen lange baan

i.   Overige windhondenrassen korte baan

j.   Uit rasgroep 5 de rassen: Pharaohound, Podenco Ibicenco, Podenco Canario en Cirneco Dell ‘Etna korte en lange baan.

2.   In alle categorieën lopen reuen en teven gescheiden voor een titel per geslacht, tenzij er bij een ras van één of van beide geslachten minder dan vier honden aan de start zijn. Whippets lopen altijd gescheiden ongeacht het aantal startende honden.

3.   De titel voor een ras is alleen beschikbaar indien minstens vier honden van dat ras aan de start verschijnen.

Artikel III.6

De  Commissie stelt, onverminderd artikel V.33 van het Kynologisch Reglement, voor een nationale kampioenschapswedstrijd beschikbaar:

a.   een  kampioensdek  voor  iedere  hond  waaraan  een  renkampioentitel  wordt  toegekend, alsmede een werkdek voor gebruik tijdens de verdere rennen in de loop van het renseizoen en in het volgende renseizoen tot en met de halve finale van de betreffende kampioenschappen.

b.   herinneringsprijzen voor iedere hond die in de finale als tweede tot en met zesde eindigt.

c.   de winnaars van de Whippet Plusklas A en de Italiaanse Windhondjes Plusklas krijgen de titel Nationaal Pluskampioen met jaartal met dien verstande dat dit geen stamboomtitel is. Zij krijgen een oranje ere-dek.

Artikel III.7

Nationale wedstrijden zijn wedstrijden die openstaan voor alle honden met een Nederlandse of buitenlandse startlicentie.

Artikel III.8

Invitatiewedstrijden zijn wedstrijden die openstaan voor honden met een startlicentie die eigendom zijn van leden van de organisator of van leden van één door de organisator tot mededinging uitgenodigde andere windhondenrenvereniging in binnen of buitenland.

Artikel III.9

Demonstratiewedstrijden zijn wedstrijden die

1.   gehouden worden op andere terreinen dan een renbaan;

2.   gehouden worden om bekendheid te geven aan de windhondenrensport en om de financiële positie van de organisator te verbeteren;

3.   openstaan voor honden die de organisator als thuisvereniging hebben en voor honden die voor deelname zijn uitgenodigd.

Artikel III.10

Clubwedstrijden zijn wedstrijden die uitsluitend openstaan voor honden die de organisator als thuisvereniging hebben.

Artikel III.11

1.   Rennen worden gehouden over een afstand van ten minste 250 en ten hoogste 400 meter, zijnde kortebaanrennen, of over een afstand van ten minste 450 meter en ten hoogste 500 meter, zijnde langebaanrennen.

2.   De Commissie kan dispensatie verlenen voor het toepassen van andere afstanden dan de in het eerste lid genoemde.

Artikel III.12

De rennen worden gelopen volgens systemen die voldoen aan daarvoor door de Commissie gegeven richtlijnen. De Commissie kan daarbij voorschrijven dat bepaalde systemen slechts gevolgd mogen worden met voorafgaande toestemming van de Commissie.

Artikel III.13

1.   Per ras en klasse lopen reuen en teven gescheiden als er minimaal drie  reuen en drie teven starten. Bij onvoldoende deelname moeten de geslachten gemengd lopen. Bij de Whippets lopen in alle klassen de geslachten altijd gescheiden.

2.   In afwijking van het eerste lid kan de Commissie tijdig vóór de aanvang van het renseizoen bepalen, dat in dat renseizoen voor bepaalde rassen en klassen reuen en teven altijd gecombineerd of altijd gescheiden zullen lopen.

Artikel III.14

Indien er voor één ras en klasse voor beide geslachten samen minder dan vier honden aan de start verschijnen, worden geen promotie- en degradatiepunten toegekend.

Artikel III.15

1.   De organisator bepaalt, met inachtneming van het daarover in en krachtens dit reglement bepaalde de rassen en de klassen waarvoor de wedstrijd openstaat, de afstanden waarover zal worden gelopen en, voor zover de in artikel III.12 bedoelde richtlijnen daarvoor vrijheid laten, het systeem voor het verloop van de wedstrijd. Indien de organisator dit vooraf vaststelt, kan de wedstrijd worden gelopen op volgorde van binnenkomst in series, herkansing, halve finale en finale, of op tijd in series, facultatieve tweede rit en finale.

2.   Een klassieke wedstrijd staat in ieder geval open voor alle klassen Greyhounds, Whippets en Afghanen.

3.   De Commissie kan wijziging brengen in het systeem voor het verloop van de wedstrijd of een bepaald systeem voorschrijven. Voor een nationale kampioenschapswedstrijd wordt het sys­teem altijd door de Commissie vastgesteld.

Artikel III.16IMG_1989

1.   De Commissie kan aan een vereniging het recht verlenen om één maal per jaar op of omstreeks een bepaalde dag een klassieke wedstrijd te organiseren, die uitblinkt in opzet en organisatie terwijl de prijzen voor alle finalisten dienovereenkomstig zijn. Dit recht wordt uitsluitend verleend door de Commissie.

2.   De Commissie zal het in het eerste lid bedoelde recht intrekken indien de uitvoering van de wedstrijd naar het oordeel van de Commissie niet beantwoordt aan de in het eerste lid gestelde eisen.

3.   De Commissie kan bepalen dat op de dag waarop een klassieke wedstrijd wordt gehouden, in Nederland of een deel daarvan geen andere wedstrijden gehouden mogen worden.

Artikel III.17

Als een renbaan wordt gerenoveerd c.q. verplaatst dan heeft de betrokken vereniging het recht om, na overleg met de Commissie, zijn wedstrijden te verplaatsen naar een andere renbaan. Aan een vereniging die niet beschikt over een eigen renbaan ten tijde van het vaststellen van de renkalender van het daaropvolgende jaar, zullen geen wedstrijden worden toegewezen. In geval zo’n vereniging een nieuwe renbaan heeft en deze is goedgekeurd dan zal de vereniging opnieuw dienen te beginnen met in het eerste jaar twee nationale renwedstrijden.

Artikel III.18

Een vereniging mag maximaal 7 renwedstrijden en moet minimaal 2 renwedstrijden per jaar organiseren. De Holland Cup en Talentencup bij een kampioenschapsren tellen als gewone  nationale wedstrijd.

 

Titel 4 Voorwaarden voor  het organiseren

 

Artikel IV.1

1.   De windhondenrenverenigingen die in enig jaar wedstrijden als bedoeld in artikel III.1 onder c tot en met e willen organiseren, moeten vóór 1 november van het voorafgaande jaar bij de Commissie een verzoek indienen om de door hen gewenste data aan hen toe te wijzen onder vermelding van de soort of soorten wedstrijden die zij op die data willen organiseren.

2.   De Commissie deelt haar beslissing op de in het eerste lid bedoelde verzoeken vóór 1 februari van het betreffende jaar mee aan de verenigingen die een verzoek hebben ingediend.

3.   Tegelijk met de in het tweede lid bedoelde beslissing bepaalt de Commissie een datum waarop de windhondenrenverenigingen clubrennen mogen organiseren waaraan enigerlei clubtitel is verbonden. De Commissie deelt haar beslissing aan de verenigingen mede.

4.   Er worden geen rendata toegewezen die buiten het renseizoen vallen.

Artikel IV.2

1.   Voor het organiseren van een wedstrijd als bedoeld in artikel III.1 onder c tot en met f is de voorafgaande schriftelijke vergunning van de Commissie vereist.

2.   Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend aan een windhondenrenvereniging voor  wedstrijden  die,  tenzij het een demonstratiewedstrijd betreft, op een goedgekeurde renbaan zullen worden gehouden.

3.   De Commissie kan aan een vergunning voorwaarden verbinden.

Artikel IV.3

1.   Een verzoek om vergunning moet met gebruikmaking van door de Commissie beschikbaar gestelde formulieren in enkelvoud bij de Commissie worden ingediend ten minste vier weken voor de (eerste) dag waarop de wedstrijd zal worden gehouden.

2.   De goedkeuring van de vergunningaanvraag dient op de dag van de wedstrijd bij het wedstrijdsecretariaat aanwezig te zijn.

Artikel IV.4

De kosten van een vergunning worden bij Tarievenbesluit bepaald.

Artikel IV.5

1.   De vergunning wordt geweigerd indien het verzoek of de wedstrijd niet voldoet aan het gestelde in dit reglement of de belangen van de windhondenrensport anderszins door het verlenen van de vergunning zouden worden geschaad.

2.   De vergunning kan echter worden verleend indien de in het eerste lid bedoelde bezwaren, door het stellen van voorwaarden, waarbij zo nodig van het verzoek kan worden afgeweken, kunnen worden ondervangen.

3.   De vergunning wordt echter in ieder geval geweigerd, indien:

a.   de vergunning door een ander dan een windhondenrenvereniging is aangevraagd;

b.   de wedstrijd gehouden zal worden op een niet door de Commissie goedgekeurde renbaan, tenzij het een demonstratiewedstrijd betreft;

c.   de wedstrijd gehouden zal worden op data, die niet ingevolge artikel IV.1 aan de aanvrager zijn toegewezen, tenzij het een wedstrijd betreft waarvoor die toewijzing niet is vereist of inpassing in de renkalender alsnog op verantwoorde wijze mogelijk is.

d.   De organisator een, naar het oordeel van de Commissie, achterstand heeft in de aan de Commissie toekomende afdrachten.

e.   De organisator heeft verzuimd een kopie van hun geldige polis W.A. verzekering in te sturen naar de Commissie.

f.   De organisator heeft verzuimd om de zaken, genoemd in artikel IV.19, van de vorige wedstrijd tijdig in te sturen.

4.   De door de Commissie gegeven uitslag  op de vergunningsaanvraag is bindend

Artikel IV.6    vervallen.IMG_2047

Artikel IV.7

1.   De organisator bepaalt welke prijzen uitgeloofd zullen worden. Daarbij worden de richtlijnen van de Commissie in acht genomen.

2.   De Commissie kan zelf voor de winnaars van jaarlijkse rennen van bijzonder karakter prijzen beschikbaar stellen en terzake nadere regels vaststellen.

3.   Het is niet toegestaan prijzen uit te loven, voor het winnen waarvan deelname aan één of meer andere wedstrijden, op dezelfde baan en/of georganiseerd door dezelfde organisator, vereist wordt.

Artikel IV.8

De organisator vermeldt op het bericht van uitschrijving:

a.   de naam van de organisator;

b.   plaats, datum en aanvangsuur van de wedstrijd;

c.   de aard van de wedstrijd en de rassen en klassen waarvoor deelname openstaat;

d.   de af te leggen renafstanden;

e.   de hoogte van de inschrijfgelden en de wijze waarop deze moeten worden overgemaakt;

f.   de prijzen per finalist; bij prijzen in natura, bekers, e.d. de waarde hiervan per prijs;

g.   datum en tijdstip van sluiting der inschrijving;

h.   eventuele afwijkingen van de gebruikelijke indelingssystemen.

i.   de mogelijkheid van controlemetingen bij buitenlandse Whippets en Italiaanse Windhondjes, die niet in de Nederlandse database zijn opgenomen of honden die wel zijn opgenomen in de Nederlandse database maar zijn gemeten met tolerantie.

Artikel IV.9    

De organisator mag de waarde van de blijkens het bericht van uitschrijving uitgeloofde prijzen niet verminderen indien het aantal inschrijvingen tegenvalt.

Artikel IV.10

1.   De organisator moet een uitgeschreven ren afgelasten indien voor die ren minder dan drie honden worden ingeschreven. Indien minder dan vier honden worden ingeschreven moet de organisator de ren afgelasten. Van de afgelasting wordt ten minste twee dagen vóór de wedstrijd mededeling aan de betreffende inschrijvers gedaan. Al betaalde inschrijfgelden worden terugbetaald. Indien de gehele wedstrijd wordt afgelast dient de organiserende vereniging de aangewezen keurmeesters daarvan telefonisch op de hoogte te brengen.

2.   Ingeschreven honden kunnen in overleg met de eigenaar een demonstratiewedstrijd lopen als bedoeld in artikel III.9 -c of worden aangemeld bij een organisator van een wedstrijd in hetzelfde weekend.

3.   Demonstraties van een bepaald ras/bepaalde klasse mogen uitsluitend gelopen worden door honden die in het bezit zijn van een geldige startlicentie en het Nationale Ren en Coursingreglement is hierbij van toepassing. Het resultaat van de demonstraties dient in de hondenpas genoteerd te worden door het wedstrijdsecretariaat.

Artikel IV.11

1.   De Commissie maakt jaarlijks vóór de aanvang van het renseizoen de voorwaarden bekend die bij het organiseren van de nationale kampioenschapswedstrijd in acht genomen moeten worden.

2.   De organisatie van deze wedstrijd zal op verzoek worden gedelegeerd aan een vereniging die naar het oordeel van de Commissie voldoende garanties kan bieden voor een vlot en goed verloop van de wedstrijd, daarbij onder meer lettende op de renbaan, op de toestand van de baan en van outillage en materieel en op het organisatievermogen van de vereniging.

3.   Indien het tweede lid geen toepassing kan vinden organiseert de Commissie de nationale kampioenschapswedstrijd zelf met gebruikmaking van de beste officials uit de verschillende ver­enigingen. De Commissie wijst tevens de baan aan waarop de wedstrijd zal worden verlopen. De vereniging die deze baan in gebruik heeft, is verplicht haar volledige mede­werking te verlenen.

Artikel IV.12 vervallen

Artikel IV.13

1.   De organisator verzekert zich tegen schade, voortvloeiende uit wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.

2.   Een afschrift van een geldige door de organisator afgesloten polis wordt aan het begin van elk jaar aan de Commissie ge­zonden.

Artikel IV.14

1.   Indien niet gedurende de gehele wedstrijd een dierenarts aanwezig is, dan is de aanwezig­heid van een EHBO-er voor dieren verplicht. Deze moet weten waar hij in ernstige gevallen onmiddellijk een dierenarts kan bereiken.

2.   De naam, het adres en telefoonnummer  van de dierenarts onderscheidenlijk de naam van de EHBO-er voor dieren wordt in het programma vermeld.

Artikel IV.15IMG_0859

1.   Indien een dierenarts aanwezig is, moeten  de keurmeesters hem in geval van ziekte of blessures raad­plegen.

2.   De keurmeesters  leggen  zieke of geblesseerde honden een startverbod voor de verdere duur van de wedstrijd op, indien de dierenarts dat noodzakelijk acht.

Artikel IV.16

1.   De Commissie verstrekt jaarlijks richtlijnen voor de hoogte van inschrijfgelden en prijzen.

2.   Voor een demonstratiewedstrijd is geen inschrijfgeld verschuldigd. De prijzen moeten van zeer geringe waarde zijn.

Artikel IV.17

1.   Door derden beschikbaar gestelde prijzen mogen alleen in natura worden uitgeloofd en moeten duidelijk in het programma van de wedstrijd worden vermeld onder toevoeging van de bestemming, die moet worden bepaald door tijdens de wedstrijd behaalde resultaten.

2.   De organisator mag geen prijzen van derden aanvaarden indien de schenker deze uitsluitend beschikbaar wil stellen voor honden van een bepaalde afstamming, fokker of eigenaar.

3.   Artikel IV.7, derde lid, is van toepassing.

Artikel IV.18

1.   De organisator is voor iedere aan de start verschenen hond een afdracht aan de Commissie verschuldigd, waarvan de hoogte bij Tarievenbesluit wordt vastgesteld.

2.   Voor een clubwedstrijd en een demonstratiewedstrijd is de in het eerste lid bedoelde afdracht niet verschuldigd.

Artikel IV.19

Binnen 72 uur na afloop van de wedstrijd zendt de organisator aan de Commissie:

1.   Twee volledig ingevulde programma’s, vermel­dende de namen van de deelnemende honden, de volgorde van binnenkomst in elke course en de door de winnaars van elke course gemaakte en alle andere van belang zijnde tijden;

2.   Twee door alle keurmeesters ondertekende keurrapporten;

3.   De ingehouden startlicenties.

Artikel IV.20

1.   Alle aan de Commissie verschuldigde bedragen moeten binnen twee weken na de dagte­kening van de betreffende rekening aan de Commissie worden overgemaakt.

2.   Voor iedere door de Commissie na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn verzonden aanmaning wordt het verschuldigde bedrag met een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag verhoogd.

3.   De Commissie kan verzoeken om vergunning en aanvragen van startlicenties van een orga­nisator die in gebreke is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, buiten behandeling laten en verleende vergunningen intrekken.

Artikel IV.21

1.   De Commissie wijst voor iedere nationale kampioenschapswedstrijd en klassieke wedstrijd een gedelegeerde aan, die de Commissie tijdens de wedstrijd vertegenwoordigt. De Commissie kan ook voor andere wedstrijden een gedelegeerde aanwijzen.

2.   De gedelegeerde ziet namens de Commissie toe op officials, baan en materiaal, op het verloop van de wedstrijd en op de naleving van dit reglement en van andere van toepassing zijnde bepalingen.

3.   De gedelegeerde heeft, na gehoord hebbend de mening van de keurmeesters, een  adviserende stem bij de keurmeesters indien hem hierom wordt verzocht of wanneer hij het geven van advies noodzakelijk vindt.

4.   De gedelegeerde brengt van zijn bevindingen schriftelijk rapport uit aan de Commissie. Deze stuurt een kopie van het rapport aan de organisator.

Artikel IV.22

1.   De Commissie kan voor een nationale wedstrijd een waarnemer aanstellen met een door de Commissie te bepalen bijzondere taak.

2.   Artikel IV.21, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel IV.23

In geval van hoge temperaturen en extreme weersomstandigheden dient de organiserende vereniging zich te houden aan de regels in Aanhangsel 4.

Titel 5  Officials en wedstrijdsecretariaat

De Keurmeesters

Artikel V.1

1.   De keurmeesters houden toezicht op de naleving van dit reglement en van andere van toepassing zijnde bepalingen en stellen de uitslag van iedere course vast. Het functioneren van officials tijdens een wedstrijd is de verantwoordelijkheid van de keurmeesters. De officials dienen zich te houden aan de aanwijzingen van de keurmeesters. De keurmeesters kunnen een official indien nodig corrigeren, hetgeen dient te gebeuren via de renleider. Bij onwil mogen de keurmeesters de betreffende official vervangen hetgeen zij dan op het keurrapport dienen te vermelden, zodat de Commissie de zaak verder kan afhandelen.

2.   Tegen beslissingen van de keurmeesters staat geen beroep open. Aan haar voorschriften moet onmiddellijk gevolg worden gegeven.

Artikel V.2

1.   Tot keurmeester kunnen uitsluitend degenen benoemd worden die op voordracht van de Commissie, door de Raad van Beheer zijn benoemd tot keurmeester voor de windhondenrensport en/of coursing. De Commissie verzorgt de opleiding en de examens om als keurmeester te kunnen worden benoemd.

2.   Bij de benoeming worden de volgende categorieën onderscheiden:

A.   Internationaal keurmeester voor de windhondenrensport, het recht gevende om bij alle baanwedstrijden als keurmeester of bochtcommissaris op te treden.

B.   Nationaal keurmeester voor de windhondenrensport, het recht gevende om bij nationale, invitatie, demonstratie- en clubwedstrijden als keurmeester of als bochtcommissaris op  te treden.

3.   Een benoeming is slechts voor één renseizoen geldig.

Artikel V.3

1.   Voor internationale wedstrijden bestaat het keurmeesterkorps ten minste uit drie veldkeurmeesters, drie keurmeesters van aankomst en twee bochtcommissarissen. Voor nationale kampioenschapswedstrijden bestaat het keurmeesterkorps uit ten minste drie veldkeurmeesters en drie keurmeesters van aankomst en vier bochtcommissarissen. De keurmeesters van aankomst rouleren met de bochtcommissarissen.

2.   Voor nationale wedstrijden worden vijf keurmeesters, waaronder de voorzitter, en één reservekeurmeester aangewezen. De keurmeesters bepalen in onderling overleg, welke drie keurmeesters als keurmeester zullen optreden en welke keurmeesters als bochtcommissaris.

3.   Voor invitatie, demonstratie- en clubwedstrijden kan met een keurmeesterkorps van drie leden worden volstaan.

4.   Van de keurmeesters bij internationale wedstrijden, nationale kampioenschapswedstrijden, nationale wedstrijden en klassieke wedstrijden zullen zo mogelijk geen twee leden van dezelfde windhondenrenvereniging deel uitmaken.

Artikel V.4

1.   De keurmeesters  voor internationale wedstrijden, nationale kampioenschapswedstrijden en nationale wedstrijden worden door de Commissie aangewezen.

2.   De keurmeesters voor demonstratie- en clubwedstrijden worden door de organisator aangewezen.

Artikel V.5

1.   Ten minste twee maal per renseizoen deelt de Commissie aan de keurmeesters  mee voor welke wedstrijden zij als keurmeester  zijn aangewezen.

2.   De aangewezen keurmeesters  zenden bij verhindering tijdig bericht aan de organisator en aan het lid van de Commissie dat is aangewezen als commissaris van het departement officials. De organisator pleegt over de vervanging overleg met deze commissaris.

3.   De Commissie organiseert jaarlijks twee bijeenkomsten voor de keurmeesters waarvan één bijeenkomst op een centrale plaats plaatsvindt en de andere op de dag van het kampioenschap korte baan, 350 meter, op of bij de betreffende locatie.

Artikel V.6

De keurmeesters kunnen, vóór of tijdens de wedstrijd, ter harer assistentie één of meer commissarissen met een vaste opdracht benoemen. De adviezen van deze commissarissen binden de keurmeesters niet.

Artikel V.7

1.   De keurmeesters volgen nauwkeurig iedere course van start tot finish, en zo mogelijk ook elke hond afzonderlijk.

2.   De keurmeesters beslissen in welke volgorde de honden over de eindstreep zijn gegaan. Bij aanwezigheid van een videotijdwaarneming zijn de keurmeesters bij twijfel verplicht de videobeelden te raadplegen alvorens een beslissing wordt genomen. De speaker dient hierop te wachten.

3.   Indien veldkeurmeesters en keurmeesters van aankomst zijn aangewezen, nemen de veldkeurmeesters uiteindelijk alle in dit reglement aan de keurmeesters opgedragen beslissingen.

Artikel V.8

1.   De keurmeesters vermelden in haar keurrapport:

a.   elk vóór, tijdens of na de wedstrijd gepleegd strafbaar feit, voor zover dat te harer kennis is gekomen alsmede klachten over het gedrag van deelnemers;

b.   de door haar opgelegde uitsluitingen van (verdere) deelname en startverboden onder vermelding van de betreffende feiten en de namen van de betrokken personen en honden;

c.   alle andere zaken waarvan mededeling aan de Commissie vereist of gewenst is.

2.   Het keurrapport wordt in drievoud opgemaakt en door alle keurmeesters ondertekend.

Artikel V.9

Indien er tijdens een wedstrijd een tekort ontstaat aan keurmeesters tijdens een bepaalde ren kan tijdelijk een medewerker, die de bevoegdheid heeft voor goed-rond te tekenen, aan de keurmeesters toegevoegd worden. Zijn taak beperkt  zich tot het beoordelen of de coursen reglementair verlopen.

De Bochtcommissarissen

Artikel V.10

1.   De bochtcommissarissen assisteren de keurmeesters bij het uitoefenen van toezicht op de naleving van dit reglement en van andere toepasselijke bepalingen tijdens de coursen.

2.   De bochtcommissaris in de bocht bij het starthok oefent in het bijzonder ook toezicht uit op een goede start van de honden.

3.   De keurmeesters  schenken aandacht aan de meldingen van de bochtcommissarissen, maar zijn daardoor niet gebonden. Indien de keurmeesters  een advies van een bochtcommissaris niet opvolgen, delen zij hem desgevraagd de redenen daarvan mede.

Artikel V.11IMG_2038

Tot bochtcommissaris kunnen uitsluitend degenen aangewezen worden die daarvoor door de benoeming als keurmeester ingevolge artikel V.2 in aanmerking komen.

Artikel V.12

1.   Voor nationale kampioenschapswedstrijden is de aanwijzing van vier bochtcommissarissen verplicht. Zij rouleren met de keurmeesters van aankomst.

2.   Voor de andere wedstrijden kunnen bochtcommissarissen worden aangewezen.

Artikel V.13

1.   De bochtcommissarissen voor internationale wedstrijden, nationale kampioenschapswedstrijden en nationale wedstrijden worden door de Commissie aangewezen.

2.   De bochtcommissarissen voor invitatie, demonstratie- en clubwedstrijden worden door de organisator aangewezen.

De renleider

Artikel V.14

1.   Voor iedere wedstrijd benoemt de organisator een renleider, die het toezicht heeft over de gehele technische voorbereiding en de uitvoering van de wedstrijd en er in overleg met en ter assistentie van de keurmeesters voor zorgt dat de wedstrijd een zo vlot mogelijk verloop heeft.

2.   Om als renleider erkend te worden dient met goed gevolg het keurmeesterexamen te zijn afgelegd en dient men vijf maal stage te hebben gelopen bij een ervaren renleider. Tot renleider kunnen uitsluitend degenen benoemd worden die door de Commissie als zodanig zijn erkend.

Artikel V.15

De renleider controleert tijdig of het materiaal goed functioneert en of de baan geen gevaar voor de honden oplevert. Hij laat zo nodig verbeteringen aanbrengen.

Artikel V.16

De renleider vormt de schakel tussen de deelnemers en de keurmeesters.

De tijdwaarnemers

Artikel V.17

1.   Voor internationale wedstrijden, voor nationale kampioenschapswedstrijden, voor nationale wedstrijden en voor invitatiewedstrijden benoemt de organisator ten minste drie tijdwaarnemers, en bij automatische tijdwaarneming twee tijdwaarnemers, waarvan er ten minste één met handchronometer in functie moet zijn.

Artikel V.18

1.   De handchronometers van de tijdwaarnemers worden vóór aanvang van de wedstrijd door de renleider onderling getoetst.

2.   De tijdwaarneming start op het moment van aanvang van de klepbeweging waarmee de klep van het starthok wordt geopend. Bij gebruik van een handchronometer stopt de tijdwaarnemer de chronometer op het moment dat de neus van de winnende hond of van de speciaal te meten hond de finishlijn bereikt.

Artikel V.19

Alle tijden worden gemeten op 1/10 seconde nauwkeurig. Indien de gebruikte apparatuur even­wel de tijden op 1/100 seconde nauwkeurig registreert, mogen de tijden met deze nauwkeurigheid worden doorgegeven.

Artikel V.20

1.   De tijdwaarnemers geven van elke course de door hen opgenomen tijden door aan de keurmeesters.

2.   De keurmeesters van aankomst zijn  bij het vaststellen van de volgorde van aankomst niet aan de waar­nemingen van de tijdwaarnemers gebonden.

De starter en de draaier

Artikel V.21

Voor iedere wedstrijd benoemt de organisator starters, die belast zijn met de werkzaam­heden in verband met de start van de honden.

Artikel V.22

1.   Voor iedere wedstrijd benoemt de organisator een draaier, die er voor zorgt dat de kunsthaas:

a.   na het door de starter gegeven teken in beweging komt;

b.   gedurende de course zo veel mogelijk regelmatig en in gelijkmatige afstand  voor Greyhounds ca 20-25 meter en voor de overige rassen ca 15-20 meter voor de leidende hond over de baan wordt voortbewogen;

c.   tot ten minste 30 meter na de finishlijn nog met onverminderde snelheid wordt voort­bewogen.

Het wedstrijdsecretariaat

Artikel V.23

1.   Elke windhondenrenvereniging benoemt voor door haar te organiseren wedstrijden een wedstrijdsecretaris, die belast is met de administratieve voorbereiding van een wedstrijd, de administratieve werkzaamheden tijdens de wedstrijd en de administratieve afwikkeling van de wedstrijd.

2.   Een wedstrijdsecretaris moet administratief geschoold zijn en beschikken over een goede kennis van de gang van zaken tijdens een wedstrijd en van alle reglementaire bepalingen.

Artikel V.24

1.   De organisator kan bepalen dat de wedstrijdsecretaris onder zijn verantwoordelijkheid door één of meer personen wordt bijgestaan. De wedstrijdsecretaris en de bedoelde personen vormen samen het wedstrijdsecretariaat.

2.   De naam van de wedstrijdsecretaris wordt in het programma van de wedstrijd vermeld.

Artikel V.25

Tot de taak van het wedstrijdsecretariaat behoort onder meer:

1.   het verzorgen van het administratieve materiaal voor de keurmeesters en de tijdwaarnemers;

2.   het registreren van de aanwezigheid van de deelnemende honden en het innen van nog verschuldigde inschrijfgelden;

3.   het verzorgen van een voldoende administratieve controle op de keuringen van de dierenarts;

4.   het in het programma van de wedstrijd per course noteren van de door of vanwege de keurmeesters vastgestelde volgorde van binnenkomst van de honden en van de gelopen tijden;

5.   het in het keurrapport noteren van uitsluitingen van (verdere) deelname, van startverboden en van alle door de keurmeesters gewenste feiten en beslissingen. Er mogen geen verouderde versies van keurrapporten gebruikt worden.

6.   het tijdens en voor de finalisten direct ná de wedstrijd invullen van de hondenpas;

7.   het met behulp van de indelingslijsten voorbereiden van de indelingen voor de volgende coursen, het voorleggen van deze indelingen aan de keurmeesters ter goedkeuring en het zorgen voor tijdige kennisgeving van de goedgekeurde indelingen aan de deelnemers;

8.   het mede ten behoeve van de keurmeesters voorhanden hebben van alle van kracht zijnde reglementen, uitvoeringsbepalingen en circulaires;

9.   het inhouden van de startlicentie in alle gevallen waarin dit is voorgeschreven.

10.   het zorgen voor ondertekening van het volledig ingevulde keurrapport door alle keurmeesters;

11.   het binnen 72 uur na afloop van de wedstrijd aan het secretariaat en de administrateur van de Commissie inzen­den van alle daarvoor in aanmerking komende stukken.

Artikel V.26

Het wedstrijdsecretariaat heeft uitsluitend een dienende taak. De wedstrijdsecretaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen, evenals de onder het gezag van de keurmeesters staande speaker, onthouden zich ervan ongevraagd hun mening over enig aspect van de wedstrijd aan de keurmeesters of een keurmeester kenbaar te maken.

Slotbepalingen

Artikel V.27

Iemand kan bij dezelfde wedstrijd niet als keurmeester en als tijdwaarnemer optreden.

Artikel V.28

1.   Keurmeesters en bochtcommissarissen zijn niet in functie gedurende alle coursen van de ren waarin een hun in eigendom toebehorende hond uitkomt. Zij bevinden zich gedurende deze coursen uitsluitend op voor de deelnemers toegankelijke plaatsen.

2.   Indien het eerste lid van toepassing is zorgt de ren leider, in overleg met de voorzitter van de keurmeesters, voor vervanging van de betreffende keurmeester c.q. bochtcommissaris. De vervanger moet zo mogelijk door de Commissie erkend zijn voor de vervulling van de betreffende functie.

Artikel V.29

De in dit hoofdstuk genoemde keurmeesters en renleiders moeten zich te allen tijde kunnen legitimeren.

Artikel V.30

1.   Ieder die op enigerlei wijze betrokken is bij de organisatie van de wedstrijd mag tijdens de wedstrijd direct noch indirect aan toto of weddenschappen deelnemen.

2.   Zij onthouden zich op de dag van de wedstrijd tot aan het einde van hun functievervulling van het gebruik van alcoholhoudende dranken.

Artikel V.31

1.   De Commissie oefent controle uit op de wijze, waarop keurmeesters en andere officials hun functie vervullen.

2.   De Commissie kan de erkenning van een official onder opgave van redenen intrekken indien deze in zijn functievervulling duidelijk tekort schiet.

 168_6890

Titel 6          Startlicenties

Klassen, promotie en degradatie

Artikel  VI.1

1.   Aan baanwedstrijden kan alleen worden deelgenomen door honden, waarvoor beschikt wordt over een door de Commissie afgegeven geldige startlicentie. Voor het afgeven van een startlicentie is een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag verschuldigd.

2.   De klasse waarvoor de startlicentie is afgegeven is bepalend voor de rennen waaraan bij de wedstrijden kan worden deelgenomen.

3.   Indien  de  Commissie  van  oordeel  is  dat  de  staat  waarin  een  startlicentie  verkeert een doelmatig gebruik daarvan in de weg staat, kan zij de startlicentie inhouden.

4.   De Commissie geeft op verzoek een duplicaat van een in het ongerede geraakte of op grond van het vorige lid ingehouden startlicentie af tegen betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag.

5.   Een afgegeven startlicentie blijft eigendom van de Commissie.

Artikel  VI.2

Startlicenties worden afgegeven voor de volgende klassen:

a.   voor Greyhounds voor open klasse en de seniorenklasse;

b.   voor Whippets voor de A-klasse, B-klasse, C-klasse en Plusklasse A, B en XL;

c.   voor Afghanen voor de A-klasse en de B-klasse.

d.   voor Italiaanse windhondjes voor de open klasse, Plusklasse en XL-klasse;

e.   voor overige windhonden, Podenco Canario, Podenco Ibicenco, Cirneco, Pharaohound, Podengo Portuges en Basenji voor de open klasse.

Indien voor een ander ras dan Greyhounds een seniorenklasse is ingesteld als bedoeld in Art. VI. 5, wordt eveneens een startlicentie afgegeven voor de seniorenklas.

Artikel  VI.3

Indien voor een Whippet voor de eerste maal een startlicentie wordt afgegeven, wordt deze, behoudens artikel VI.4.1 afgegeven voor de B-klasse. Echter op verzoek van de aanvragende vereniging zal een startlicentie voor de:
a. C-klasse worden afgegeven als de hond tijdens de goed-rond-lopen over 350 meter langzamer loopt dan 25.5 seconden (26,2 sec. Son, 23,3 sec. Velp) mits de gelopen tijden genoteerd staan op de goed-rond-verklaring.
b. A-klasse worden afgegeven als de hond tijdens de goed-rond-lopen over 350 meter sneller loopt dan 22.0 seconden (22,6 sec. Son, 20.1 sec. Velp) mits de gelopen tijden genoteerd staan op de goed-rond-verklaring.
Indien voor een Italiaans windhondje voor de eerste maal een startlicentie wordt afgegeven, wordt deze, behoudens artikel VI.4.2 afgegeven voor de open klasse.

Voor Afghaanse Windhonden wordt, naar aanleiding van de tijden die bij de Goed Rond ritten worden gelopen conform artikel VI.8, een eerste startlicentie afgegeven voor de betreffende klasse. De gelopen tijden dienen op de Goed Rond verklaring te worden vermeld.

Artikel  VI.4

1.   Voor een Whippet die is afgemeten als bedoeld in artikel VI.27, vijfde lid, wordt een startlicentie voor de Plusklasse B afgegeven. In geval een reu hoger gemeten is dan 56 cm. en een teef hoger dan 52 cm. wordt een startlicentie voor de XL-klasse afgegeven.

2.   Voor een Italiaans Windhondje dat is afgemeten als bedoeld in artikel VI.27, vijfde lid, wordt een startlicentie voor de Plusklasse, in geval de hond hoger is gemeten dan 41 cm., wordt een startlicentie voor de XL-klasse afgegeven.

3.   Voor een Podengo Portuges en Basenji wordt een startlicentie open klasse afgegeven voor  wedstrijden als bedoeld in de artikelen III.1 de leden e, f, g en h alsmede IX.8.c

Artikel  VI.5

Voor een Greyhound die de leeftijd van vijf jaar heeft bereikt, wordt op verzoek een startlicentie afgegeven voor de seniorenklasse.

De commissie kan jaarlijks besluiten om een seniorenklasse in te stellen voor de andere rassen.

Artikel  VI.6

1.   Whippets die in de B-klasse in ten hoogste tien opeenvolgend gelopen wedstrijden, eventueel in twee of meer renseizoenen, ten minste zestig promotiepunten hebben behaald, promoveren naar de A-klasse.

2.   Whippets die in de C-klasse in ten hoogste tien opeenvolgend gelopen wedstrijden, eventueel in twee of meer renseizoenen, ten minste zestig promotiepunten hebben behaald, promoveren naar de B-klasse.

3.   Whippets die in de B-klasse in ten hoogste tien opeenvolgend gelopen wedstrijden, eventueel in twee of meer renseizoenen, ten minste zestig degradatiepunten hebben behaald, degraderen naar de C-klasse.

4.   Whippets  die in de A-klasse in ten hoogste tien opeenvolgend gelopen wedstrijden, eventueel in twee of meer renseizoenen, ten minste zestig degradatiepunten hebben behaald, degraderen naar de B-klasse.

Artikel  VI.7

1.   In afwijking van artikel VI.6, derde en vierde lid, degraderen Whippets indien zij in twee achtereenvolgende door hen gelopen wedstrijden in de herkansing zijn afgevallen of in twee achtereenvolgende wedstrijden bij puntencoursen de meeste wedstrijdpunten hebben behaald.
2.   In afwijking van artikel VI.6 promoveren en degraderen Whippets op initiatief van de keurmeesters vervroegd als zij naar het oordeel van de keurmeesters tijden lopen die niet relevant zijn aan de tijden in deze klasse.

Artikel VI.8

1.   Afghaanse windhonden promoveren op een tijdschema over een afstand van 350 en/of 475 meter. Voor afwijkende afstanden wordt een correctie toegepast. Tijden gelopen door Afghanen tijdens een demowedstrijd tellen mee voor de promotie en degradatieaantekening.

2.   Voor de A-klasse geldt op alle banen m.u.v. Son (29.0) en Velp (25.5) een tijd korter dan 28.0 seconden. Voor de B-klasse geldt op alle banen m.u.v. Son (29.0 —31.0) en Velp (25.5 — 27.5) een tijd langer dan 28.0 sec en korter dan 30.0 sec.

3.   Bij wedstrijden over 475 meter geldt dat als een hond langer dan 38.0 sec. loopt ( Spaarndam 38.4 sec. en Geldrop 39.8 sec.) deze meetelt voor de benodigde degradatieaantekening.

4.   Afghaanse windhonden in de B-klasse die tijdens een wedstrijd over 350 meter onder de 27.5 sec. lopen, promoveren direct naar de A-klasse, ingaande de volgende wedstrijd. Afghaanse windhonden die in 2 opeenvolgende wedstrijden in de B-klasse over 350 meter onder de 28 sec. lopen, promoveren naar de A-klasse.

Afghaanse windhonden in de A-klasse die tijdens 4 opeenvolgende wedstrijden over 350 meter boven de 28.0 sec. lopen, degraderen naar de B-klasse.
Afghaanse windhonden in de B-klasse die tijdens 4 opeenvolgende wedstrijden over 350 meter boven de 30.0 sec. lopen, degraderen naar de C-klasse.
Afghaanse windhonden in de C-klasse promoveren naar de B-klasse als zij in 2 wedstrijden over 350 meter onder de 30.0 sec. lopen.

Artikel VI.9

In afwijking van artikel VI.6, eerste en tweede lid, kan voor honden die de leeftijd van zeven jaar hebben bereikt, op verzoek van promotie worden afgezien indien zij hun promotiepunten in meer dan vier wedstrijden hebben behaald.

Artikel VI.10

1.   Zodra de Commissie tot promotie of degradatie van een hond heeft besloten, wordt de gewijzigde klasse vanwege de Commissie op de startlicentie van de hond aangetekend. Hieraan zijn geen kosten verbonden. De Commissie kan deze bevoegdheid delegeren aan de voorzitter van de keurmeesters. Deze vermeldt de wijzigingen op het keurrapport

2.   Met ingang van de dag volgende op die van het besluit van de Commissie moet de hond in de gewijzigde klasse worden ingeschreven.

Artikel VI.11

Promotie en degradatiepunten: Zie hiervoor de laatste uitvoering van de handleiding voor  het wedstrijdsecretariaat

Artikel VI.12 Vervallen

Artikel VI.13

1.   Voor zover honden in het buitenland aan baanwedstrijden deelnemen, is de in dit reglement vervatte promotie- en degradatieregeling eveneens van kracht. Dit geldt niet bij deelname aan de seniorenklasse.

2.   De deelnemer is verplicht zelf de in het buitenland behaalde promotie- of degradatiepunten in de hondenpas te vermelden en van het behalen van die punten mededeling te doen aan de Commissie.

De aanvraagprocedure

Artikel VI.14IMG_2004

1.   Startlicenties worden uitsluitend afgegeven voor honden die de leeftijd van vijftien maan­den hebben bereikt, die bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van acht jaar nog niet zullen hebben bereikt, die in de Nederlandse stamboekhouding zijn ingeschreven als behorende tot een der windhondenrassen, Podenco Ibicenco, Podenco Canario, Cirneco, Pharaohound, Podengo Portuges en Basenji’s en waarvoor een hondenpas is afgegeven.

2.   De Commissie kan bepalen dat voor honden behorende tot een of meer windhondenrassen geen startlicenties zullen worden afgegeven.

3.   Startlicenties worden uitsluitend afgegeven voor honden die eigendom zijn van een lid van de windhondenrenvereniging die de startlicentie aanvraagt.

Artikel VI.15

1.   De geldigheid van een startlicentie vervalt aan het einde van het renseizoen waarvoor deze is afgegeven.

2.   De geldigheid van een startlicentie vervalt eveneens zodra de eigenaar van de hond geen lid meer is van de thuisvereniging die de startlicentie heeft aangevraagd. Deze thuisvereniging dient de Commissie onverwijld van het einde van het lidmaatschap in kennis te stellen.

3.   Startlicenties waarvan in verband met een aan de eigenaar van de hond opgelegde straf geen gebruik meer mag worden gemaakt of waarvan de geldigheid op grond van het tweede lid is vervallen, dienen onverwijld aan de Commissie te worden teruggezonden.

Artikel VI.16

Een startlicentie moet bij de Commissie worden aangevraagd door de thuisvereniging van de hond met gebruikmaking via de Commissie verkrijgbaar formulier.

Artikel VI.17

Als voor een hond voor de eerste maal een startlicentie wordt aangevraagd, moet de aanvraag vergezeld gaan van:

1.   de stamboom of een door de secretaris van de thuisvereniging gewaarmerkte fotokopie daarvan;

2.   een kopie van het registratiebewijs van de Raad van Beheer;

3.   een verklaring van een dierenarts, dat de hond niet langer dan twaalf maanden tevoren is ingeënt tegen hondenziekte, hepatitis, leptospirose, parvo en kennelhoest;

4.   een bewijs van inenting tegen rabiës, welke  minstens tot het einde van het wedstrijdseizoen geldig is, dan wel een door de secretaris van de thuisvereniging gecontroleerde en voor echtheid gewaarmerkte fotokopie daarvan;

5.   een foto met daarop de volledige hond met hoofd naar rechts;

6.   voor Whippets en Italiaanse windhondjes een fotokopie van het meetrapport, bedoeld in artikel VI.26, vijfde lid.

7.   een verklaring ‘goed rond’ als bedoeld in artikel VI.19.

Artikel VI.18

1.   Aanvragen voor startlicenties voor een nieuw renseizoen moeten jaarlijks vóór een door de Commissie vastgestelde datum worden ingediend.

2.   Een aanvraag als in het eerste lid bedoeld moet vergezeld gaan van:

a.   de startlicentie van de betreffende hond voor het voorafgaande seizoen;

b.   een geldig bewijs van inenting tegen rabiës dan wel een door de secretaris van de thuis vereniging gecontroleerde en voor echtheid gewaarmerkte fotokopie daarvan, welke het gehele renseizoen geldig dient te zijn;

c.   in een geval als bedoeld in artikel VI.28, eerste lid, en artikel VI.29 een fotokopie van het nieuwe meetrapport.

Artikel VI.19

1.   Een goedrondverklaring mag door drie daartoe door de Commissie bevoegd verklaarde personen worden afgegeven als de hond 2 coursen met ten minste twee gelijkwaardige honden goed heeft gelopen en waarbij de betreffende hond in het midden is gestart. Bij lopen in het buitenland moet de goedrondverklaring c.q. de haasvastverklaring getekend worden door drie daartoe door de bij de F.C.I. en/of door de F.C.I. erkende buitenlandse organisatie bevoegd verklaarde personen.

2.   Een goedrondverklaring mag uitsluitend behaald worden op een door de Commissie erkende renbaan van een bij de Raad van Beheer aangesloten vereniging alsmede in het buitenland op een erkende renbaan van een bij de F.C.I. en/of door de F.C.I. erkende buitenlandse organisatie. Voor de aanvang van een wedstrijd kan er ook voor goedrond worden gelopen. Het voorlopen vanwege diskwalificaties dient in alle gevallen plaats te vinden voor aanvang van een wedstrijd voor het oog van de keurmeesters. Deze goedrond coursen dienen in het programma vermeld te worden als “licentielopen” en dienen plaats te vinden direct na de proeflopen.

Artikel VI.20

1.   De kosten voor het afgeven van een startlicentie en van een duplicaat startlicentie en voor het overschrijven van een startlicentie op de naam van een nieuwe eigenaar worden bij Tarievenbesluit bepaald.

2.   De kosten moeten binnen twee weken na de dagtekening van de betreffende rekening door de aanvragende vereniging aan de Commissie worden overgemaakt.

Artikel VI.21

Een startlicentie wordt vanwege de thuisvereniging pas aan de eigenaar van de hond uitgereikt, nadat de daarvoor aangewezen verenigingsfunctionaris zich ervan overtuigd heeft:

1.   dat dekken, korf en riem van deze eigenaar aan de voorschriften voldoen en in goede staat verkeren;

2.   de eigenaar in het bezit is van dit reglement.

Artikel VI.22

1.   Bij eigendomsoverdracht van een hond met een geldige startlicentie moet de nieuwe eigenaar binnen twee weken na ontvangst van het registratiebewijs met de gewijzigde tenaamstelling, de startlicentie via zijn thuisvereniging inzenden aan de Commissie met het verzoek, de tenaamstelling te wijzigen.

2.   Bij het verzoek wordt een door de secretaris van de thuisvereniging gewaarmerkte fotokopie van het registratiebewijs gevoegd waaruit blijkt, dat de nieuwe eigenaar als eigenaar van de hond in de Nederlandse stamboekhouding is geregistreerd.

Metingen van Whippets en Italiaanse windhondjes

Artikel VI.23

1.   Whippets en Italiaanse windhondjes waarvoor voor de eerste maal een startlicentie wordt aangevraagd, moeten worden gemeten voordat de aanvraag voor de startlicentie bij de Commissie wordt ingediend.

2.   Whippets en Italiaanse windhondjes waarvan de meting ingevolge artikel VI.28 haar geldigheid heeft verloren, moeten worden hermeten voordat een aanvraag voor een nieuwe startlicentie bij de Commissie wordt ingediend.

Artikel VI.24

Alle metingen worden verricht door een meetcommissie, bestaande uit:

1.   één secretaris, aangewezen door de Raad van Beheer na overleg met de Commissie;

2.   één lid, aangewezen door de Commissie;

3.   één lid, aangewezen door de Raad van Beheer.

In de meetcommissie worden indien mogelijk geen fokkers van de te meten rassen benoemd.

Artikel VI.25

De aanvraag van de meting mag worden ingediend vanaf zes weken voordat de hond de in art. VI.27.3 bedoelde leeftijd heeft bereikt.

Artikel VI.26

1.   Aanvragen voor metingen moeten via de thuisvereniging bij de Commissie worden ingediend waarbij een kopie van het registratiebewijs en een ingevuld aanvraagformulier moeten worden meegezonden.

2.   Metingen kunnen in het algemeen niet plaatsvinden in de periode tussen 1 december en 16 februari. Hermetingen kunnen in deze periode normaal worden aangevraagd.

3.   De kosten van een meting, waarvan het bedrag bij Tarievenbesluit wordt bepaald, moeten ter plaatse van de meting worden voldaan.

4.   Bij de meting moet de stamboom van de te meten hond aan de meetcoördinator overhandigd worden.

5.   Van iedere meting wordt door de secretaris een meetrapport opgemaakt, waarvan één exemplaar aan de eigenaar ter hand wordt gesteld, één exemplaar aan de Raad van Beheer wordt toegezonden en één exemplaar bestemd is voor het archief van de meetcoördinator. In het meetrapport wordt de gemeten hoogte en de conclusie `goedgemeten’ of ‘afgemeten’ over­eenkomstig artikel VI.27.13 vermeld.

Artikel VI.27

1.   Metingen worden verricht met behulp van vanwege de Commissie vervaardigde poortjes met een vaste hoogte van onderscheidenlijk 51, 50, 49, 48, 47, 38 en 37 centimeter.

2.   De hond moet in normale goede lichamelijke conditie en met behoorlijk verzorgde nagels voor de meting worden aangeboden.

3.   Het meten kan geschieden vanaf de leeftijd van 12 maanden. Als op een leeftijd van minder dan 24 maanden de schouderhoogte van een whippet reu op 49 cm of hoger, van een whippetteef op 47 cm of hoger en van een Italiaans windhondje op 37 cm of hoger is vastgesteld, dan dient de hond opnieuw gemeten te worden vóór het begin van het renseizoen volgend op de voltooiing van het tweede levensjaar. Het resultaat van deze meting is definitief en moet in de licentie worden genoteerd en moet door alle nationale organisaties gerespecteerd
worden. Als deze meting niet plaatsvindt, vervalt de geldigheid van de startlicentie en dient deze aan de landelijke organisatie te worden teruggezonden. Het resultaat van de tweede meting dient als definitieve hoogtemaat op de startlicentie te worden vermeld. Het meten van de schouderhoogte kan slechts plaatsvinden en officieel worden vastgesteld door de landelijke organisatie. De hiervoor gekwalificeerde en aangestelde personen, dienen de volgende procedure te volgen:

4.   Voor de leeftijden waarop gemeten wordt, gelden de regels die door de F.C.I. zijn gesteld.

5.   De hond moet rustig zijn als hij wordt gemeten. Het dier moet zich op een vlakke en niet gladde bodem bevinden of op een niet gladde tafel van voldoende grootte. De hond moet zijn neergezet met natuurlijke hoekingen van de poten en met het hoofd in natuurlijke stand (de keel op ongeveer dezelfde hoogte als de schouderpunten).

6.   Tussen de verschillende metingen moet de hond zich ten minste twee keer op de vloer bewegen. Hij wordt in stand gezet door de eigenaar of door degene die hem voorbrengt. De hond mag alleen door de meetcoördinator in een andere stand worden gezet als de eigenaar c.q. voorbrenger hierom verzoekt.

7.   De meting vindt pas plaats als de hond in correcte stand staat. De hond wordt gemeten op de schouders. Mocht het onmogelijk zijn de hond in correcte stand te zetten, dan wordt het meten als zijnde ongeldig gestopt.

Eigenaren/handlers die voor, tijdens en/of na de meting
a. handtastelijk zijn, onwelvoeglijke taal gebruiken, beledigingen en/of bedreigingen uiten dan wel zich op andere wijze onbetamelijk gedragen tegenover de leden van de meetcommissie
b. handtastelijk en/of bedreigend zijn tegenover de te meten hond,
kunnen door de meetcommissie worden uitgesloten van de meetprocedure van
hun hond(en).

8.   De meetpoort, van onbuigzaam materiaal kan voorzien zijn van een elektronische sensor, heeft twee poten zodat de maat nauwkeurig en gemakkelijk is vast te stellen.

9.    De nationale organisatie wijst de leden van de meetcommissie aan en een secretaris voor de vastlegging van de resultaten. De meetcommissie en de secretaris mogen niet zelf hun eigen hond(en) of hun fokproducten meten.

10.   De meetcommissie bestaat uit twee leden en een secretaris voor de rapportage. De leden meten om beurt. De secretaris heeft het toezicht en noteert de resultaten.

11.   De hond moet zes keer worden gemeten. De meest voorkomende maat wordt op de papieren van de hond genoteerd. Indien een hond ruim onder de maximaal toegestane hoogte wordt gemeten, kan de meetcommissie een unanieme beslissing nemen om na de vierde meting te stoppen en het gemiddelde resultaat te noteren op de papieren van de betreffende hond. Als na zes keer meten een patstelling ontstaat (3 x –  3 x +) moet een zevende meting als resultaat vastgelegd worden.

12.   Het eindresultaat kan uitsluitend door de dienstdoende meetcommissie, aangesteld door een F.C.I. erkende organisatie, op de papieren van de hond worden vastgelegd.

13.   Indien de gemeten hoogte voor een Whippet reu 51 centimeter of minder, voor een Whippetteef 48 centimeter of minder en voor een Italiaans Windhondje 38 centimeter of minder bedraagt, dan is de hond goedgemeten. In alle andere gevallen is de hond afgemeten.

14.   Voor de honden die zijn afgemeten, moet door de nationale organisaties een regeling worden getroffen om deze honden de gelegenheid te bieden tot deelname aan windhondenrenwedstrijden.

Artikel VI.28

1.   Een meting die is uitgevoerd bij een hond die de leeftijd van twee jaar nog niet heeft bereikt, verliest haar geldigheid zodra de hond de genoemde leeftijd heeft bereikt. Daarna kan ten behoeve van de aanvraag van een startlicentie voor het volgende renseizoen een nieuwe meting worden aangevraagd.

2.   Het eerste lid geldt niet indien bij de eerste meting de gemeten hoogte voor een Whippet reu 49 centimeter of minder, voor een Whippetteef 47 centimeter of minder en voor een Italiaans Windhondje 37 centimeter of minder heeft bedragen.

Artikel VI.29

1.   Indien een hond is afgemeten, kan de eigenaar een hermeting aanvragen via de thuisvereniging. Voor honden die na hun tweede levensjaar al twee maal zijn afgemeten, kan nog slechts één maal een hermeting worden aangevraagd.

2.   De kosten van de hermeting, waarvan het bedrag bij Tarievenbesluit wordt bepaald, moeten ter plaatse van de hermeting worden voldaan.

3.   Wordt de hond alsnog goedgemeten, dan wordt het in het tweede lid bedoelde bedrag terugbetaald.

Artikel VI.30IMG_9897

1.   Indien bij de F.C.I. een protest wordt ingebracht door een nationale organisatie t.a.v. de maat van een Whippet of een Italiaans Windhondje moet een nieuwe meting worden uitgevoerd. De hond zal gemeten worden in het land waar de eigenaar officieel gevestigd is en wordt uitgevoerd door een gedelegeerde van de F.C.I. Windhondencommissie (C.d.L.) van een ander land. Deze wordt door de voorzitter van de Windhondencommissie (C.d.L.) benoemd en moet een controlemeting volgens de procedure zoals beschreven in art. VI.27 uitvoeren.

2.   Tevens kan in Nederland een hermeting van een in Nederland goedgemeten hond uitsluitend worden aangevraagd door drie personen uit drie verschillende Nederlandse thuisverenigingen. De gezamenlijke aanvraag moet via één der bedoelde thuisverenigingen wor­den ingediend.

3.   De aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als tegelijk met de aanvraag een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag aan de Commissie is overgemaakt.

4.   Wordt de hond alsnog afgemeten, dan wordt het in het derde lid bedoelde bedrag terugbetaald.

Artikel VI.31

De in art.VI.30 lid 2 bedoelde meting wordt uitgevoerd door een bijzondere meetcommissie, waarvan de leden door de Raad van Beheer na overleg met de Commissie worden benoemd.

Artikel VI.32

Het is verboden een hond in verband met een meting als bedoeld in Hoofdstuk II artikelen VI.27 tot en met 31 spierverslappende of andere middelen toe te dienen.

Artikel VI.33

De Commissie kan op wedstrijden controle-metingen laten uitvoeren bij deelnemende buitenlandse Whippets en Italiaanse Windhondjes die niet in de Nederlandse database zijn opgenomen, alsmede bij die honden die zijn gemeten met tolerantie op internationale wedstrijden. In geval de hond te hoog gemeten word zal hij moeten starten in de Plus A of in de XL-klasse als het een Whippet betreft en in de Plus of XL-klasse als het een Italiaans Windhondje betreft. Het resultaat van deze meting zal worden gemeld aan de FCI- Commission de Levriers.

Titel 7         

Inschrijving en toelating

Artikel VII.1

1.   Voor een baanwedstrijd kunnen alleen windhonden, Podenco’s Ibicenco, Podenco’s Canario, Cirneco’s, Pharaohounds, Podengo Portuges en Basenji’s worden ingeschreven, waarvoor wordt beschikt over een geldige Nederlandse renlicentie of, voor zover het een wedstrijd als bedoeld in artikel III.1, onder c, e of  f, en een in het buitenland woonachtige eigenaar betreft, over een geldige startlicentie die is afgegeven door een organisatie die functioneert onder het gezag van een door de F.C.I. erkend lichaam.

2.   Indien de in het eerste lid bedoelde startlicentie in het buitenland is afgegeven, dient de hond op de dag van de inschrijving tevens te zijn ingeschreven in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding.

3.   De Commissie kan van het eerste lid al dan niet onder voorwaarden ontheffing verlenen, mits wordt voldaan aan de in artikel VII.7 gestelde voorwaarden.

Artikel VII.2

Inschrijving mag slechts plaats vinden door de eigenaar en in de klasse, waarvoor de startlicentie van kracht is.

Artikel VII.3

1.   Voor een nationale kampioenschapsren kunnen slechts honden worden ingeschreven, waarvoor een Nederlandse startlicentie voor de A-klasse is afgegeven, alsmede honden waarvoor een Nederlandse startlicentie voor de open klasse is afgegeven met uitzondering van de Basenji en Podengo Português. Whippets en Italiaanse Windhondjes, die zijn afgemeten als bedoeld in art. VI.27, 13e  lid, zijn uitgesloten van deelname aan een Nationale kampioenschapswedstrijd als bedoeld in art. III.4.

2.   In afwijking van lid 1 kan de Commissie bij aanmelding van minder dan 12 A-klasse honden van een ras en/of geslacht een nationale kampioenschapswedstrijd eveneens open stellen voor B-klasse honden, met dien verstande dat A-klasse honden altijd voorgaan.

3.   De Commissie heeft het recht een keuze te maken uit de aangemelde B-klasse honden tot het maximale aantal dat in de uitschrijving wordt genoemd.

Artikel VII.4

Voor een nationale kampioenschapsren mogen per ras en geslacht ten hoogste zoveel honden worden ingeschreven als door de Commissie in de voorwaarden voor de nationale kampioenschapswedstrijd wordt bepaald. Indien meer inschrijvingen worden ontvangen, wordt aan de hand van de in de bedoelde voorwaarden bekend gemaakte criteria beslist, welke honden tot inschrijving worden toegelaten.

Artikel VII.5

1.   Voor een nationale kampioenschapsren mogen alleen honden worden ingeschreven, die voor de sluitingsdatum van de inschrijving hebben deelgenomen aan minimaal twee nationale of internationale rennen waarvan de laatste twee zonder diskwalificatie. Diskwalificatie tussen de sluitingsdatum en de datum
van het kampioenschap sluit deelname uit. Honden die geblesseerd zijn tijdens de eerste course van een baanren en om die reden moeten worden teruggetrokken, worden geacht de ren succesvol te hebben uitgelopen.
2.   De Commissie kan op grond van bijzondere omstandigheden dispensatie van het eerste lid verlenen.

Artikel VII.6

Uit het buitenland geïmporteerde honden, die reeds in het bezit zijn van een renlicentie, mogen slechts voor een nationale kampioenschapsren worden ingeschreven indien kan worden aangetoond, dat zij ten minste zes maanden vóór de dag van die wedstrijd in Nederland zijn ingevoerd en na de import aan ten minste 3 wedstrijden hebben deelgenomen, waarvan minimaal 1 wedstrijd gelopen moet zijn in het jaar dat de kampioenschapsren gehouden wordt.

Artikel VII.7  tekst vervallen

Artikel VII.8

1.   Voor een langebaanren als bedoeld in artikel III.1 I mogen slechts honden worden ingeschreven, die op de (eerste) dag van de wedstrijd de leeftijd van achttien maanden bereikt zullen hebben. Voor een kortebaanren geldt de algemene minimumleeftijd van vijftien maanden.

2.   Voor een nationaal kampioenschap korte baan als bedoeld in artikel III.4 mogen slechts honden worden ingeschreven, die op de (eerste) dag van de wedstrijd de leeftijd van achttien maanden bereikt hebben. Voor Whippets en Italiaanse windhondjes geldt evenwel de algemene minimumleeftijd van vijftien maanden.

3.   Voor een nationaal kampioenschap lange baan als bedoeld in artikel III.4.1 mogen slechts honden worden ingeschreven die op de (eerste) dag van de wedstrijd de leeftijd van achttien maanden bereikt hebben. Dit geldt voor alle rassen.

Artikel VII.9

1.   De inschrijving voor een wedstrijd moet uiterlijk om 20.00 uur op de woensdag voor­afgaande aan het weekeinde waarin de wedstrijd zal worden gehouden, worden gesloten.

2.   Inschrijvingen die na de sluiting van de inschrijving zijn ontvangen, moeten worden geweigerd.

3.   In afwijking van het vorige lid mag met toestemming van de keurmeesters een niet tijdig in­geschreven hond toch nog aan de wedstrijd deelnemen.

Artikel VII.10

1.   Voor de inschrijving moet gebruik worden gemaakt van een volledig ingevuld en ondertekend inschrijfformulier, waarop in ieder geval vermeld moeten worden:

a.   het ras en het geslacht van de hond;

b.   de volledige naam van de hond en het nummer van zijn startlicentie;

c.   naam en adres van de eigenaar;

d.   de naam van de thuisvereniging;

e.   de klasse en afstand waarvoor wordt ingeschreven.

2. Op het inschrijfformulier moet de inschrijver verklaren:

a.   dat hij door inschrijving de rechtsmacht van de Raad van Beheer en de werking van het Kynologisch Reglement en van dit reglement en de terzake geldende uitvoeringsbepalingen aanvaardt, en geacht mag worden bekend te zijn met die reglementen en bepalingen;

b.   dat de door hem ingeschreven hond, voor zover hem bekend is, gedurende de laatste twaalf weken niet heeft verkeerd in omstandigheden waardoor gevaar voor besmetting met hon­denziekte of enige andere besmettelijke ziekte te vrezen valt, en dat hij met de hond niet aan de wedstrijd zal deelnemen indien de bedoelde omstandigheden zich alsnog voordoen.

Artikel VII.11

Inschrijvingen mogen slechts worden geweigerd op grond van het bepaalde in dit reglement.

Artikel VII.12 Tekst  vervallen.

Artikel VII.13

1.   In afwijking van artikel VII.10, eerste lid, kan in bijzondere gevallen een telefonische inschrijving of inschrijving per fax of per e-mail worden geaccepteerd, mits vóór de sluiting van de inschrijving, Artikel VII.10.2 geldt ook voor deze wijze van aanmelden.

2.   Een telefonische inschrijving moet onmiddellijk, doch uiterlijk vóór de toelating, door de inschrijver schriftelijk worden bevestigd op de in artikel VII.10 voorgeschreven wijze.

3.   Indien de organisator de telefonische inschrijving ontkent kan de betreffende hond niet aan de wedstrijd deelnemen.

Artikel VII. 14 Tekst vervallen.

Artikel VII.15

1.   Het inschrijfgeld moet uiterlijk bij de toelating worden betaald.

2.   Indien een ingeschreven hond wegens ziekte of anderszins niet bij de wedstrijd aanwezig is dan wel op grond van dit hoofdstuk niet wordt toegelaten, dan blijft het inschrijfgeld verschul­digd.

3.   Het inschrijfgeld wordt nooit terugbetaald, tenzij in dit reglement anders is bepaald.

Artikel VII.16Calhoun maakt een flying kill

1.   Tot deelname aan een nationale kampioenschapsren mogen geen honden worden toegelaten, waaraan door de Commissie voor die wedstrijd een startverbod is opgelegd omdat zij naar het oordeel van de Commissie een storende invloed zouden kunnen uitoefenen op een soepel en vlot verloop van de wedstrijd. Het besluit tot het opleggen van het startverbod wordt onder opgave van redenen aan de eigenaar van de hond meegedeeld.

Artikel VII.17

1.   Alvorens bij internationale wedstrijden en bij nationale  kampioenschapswedstrijden de ingeschreven honden tot deelname aan de wedstrijd worden toegelaten alsmede de honden startende in proeflopen, licentielopen en demonstraties, worden zij door een daartoe aangewezen dierenarts onderzocht. Deze dierenarts kan de toegang weigeren aan honden die besmettingsgevaar voor aanwezige dieren of mensen kunnen opleveren.

2.   In ieder geval worden niet toegelaten:

a.   honden met een oor- of huidaandoening;

b.   honden met ongedierte;

c.   teven met vaginale uitvloeiing;

d.   honden met voor het publiek aanstootgevende verwondingen.

e.   zieke honden en honden die van ziek zijn verdacht worden;

f.   honden die duidelijk zichtbaar in disconditie of hinderlijk verwond zijn;

g.   drachtige teven.

3.   Ook op nationale wedstrijden is lid 2  van toepassing waarbij de beslissing ligt bij de keurmeesters.

4.   Tegen de beslissing van de dierenarts en de keurmeesters is geen beroep mogelijk.

Artikel VII.18

1.   De handler moet de startlicentie en de hondenpas van de hond aan het wedstrijdsecretariaat afgeven.

2.   Bij gebreke hiervan en wanneer blijkt dat de hond is ingeschreven in een klasse waartoe zijn startlicentie geen toegang geeft, kunnen  de keurmeesters de toelating van de hond tot deelname aan de wed­strijd weigeren. Indien tijdens de wedstrijd blijkt dat een hond in de verkeerde klasse is gestart zullen de keurmeesters de hond onmiddellijk uit de wedstrijd nemen.

 

Titel 8 Gang van zaken tijdens de wedstrijd

Algemeen

Artikel VIII.1

De organisator en de keurmeesters zorgen er voor, dat de wedstrijd vlot wordt afgewerkt, zonder overbodige of te lange pauzes, en dat de honden niet vaker hoeven te starten dan noodzakelijk is voor een goed en vlot verloop van de wedstrijd en voor de bepaling van een eerlijke uitslag.

Artikel VIII.2

1.   De handler draagt er zorg voor, dat zijn hond voorzien is van een deugdelijke halsband met gesp of kliksluiting en lijn.

2.   De lijn moet voorzien zijn van een deugdelijke bajonetsluiting. De lengte van de lijn mag ten hoogste 0,80 meter bedragen.

3.   De honden moeten voortdurend aangelijnd zijn, behalve tijdens het lopen van hun coursen. Na het opvangen moeten de honden onmiddellijk worden aangelijnd.

Artikel VIII.3

1.   De handler draagt er zorg voor, dat zijn hond tijdens het lopen van zijn coursen een muilkorf draagt van een door de commissie erkend model. Italiaanse windhondjes mogen zonder muilkorf lopen indien alle eigenaren dat wensen.

2.   De hond moet gemuilkorfd zijn alvorens de baan te betreden en de muilkorf mag pas wor­den afgedaan nadat de hond na het opvangen de baan zelf weer heeft verlaten.

Artikel VIII.4

1.   De handler zorgt er voor dat hij tijdens de wedstrijd beschikt over de vereiste rendekken die voldoen aan artikel II.22. Zie ook Aanhangsel 2 rendekken en muilkorven

2.   De handler zorgt er voor, dat zijn hond tijdens het lopen van iedere course het rendek draagt, dat voor die course is voorgeschreven.

Artikel VIII.5

1.   Honden waaraan de titel ‘Renkampioen met jaartal’ is toegekend, moeten het werkdek dragen tijdens nationale wedstrijden als bedoeld in artikel III.7, gedurende de rest van het jaar waarin zij de titel hebben behaald en gedurende het daarop volgende jaar tot aan de finale waarin om dezelfde titel wordt gelopen. Het werkdek mag alleen gedragen worden tijdens rennen over de afstand waarop de titel werd behaald.

2.   Indien ingevolge het eerste lid in één course twee honden een werkdek zouden moeten dragen, dan draagt de laagst geplaatste het gewone rendek.

Artikel VIII.6

1.   Het is niet toegestaan om de deelnemende honden op de dag van de wedstrijd in de gele­genheid te stellen, de baan te verkennen.

2.   Het is evenmin toegestaan om, anders dan de in het derde lid bedoelde proeflopen ter controle van het te gebruiken materiaal en de in artikel VI.19 bedoelde coursen, trainingscoursen te laten verlopen vóór of tijdens de wedstrijd, of binnen een half uur na de laatste course.

3.   Vóór de aanvang van een wedstrijd mogen op een baan van 350 meter ten hoogste drie proeflopen worden gelopen en op een baan van 475 meter ten hoogste twee proeflopen over 350 meter en ten hoogste twee proeflopen over 475 meter.

4.   Indien er tijdens een wedstrijd licentielopen plaatsvinden, dienen deze te worden ingedeeld na de proeflopen en voor aanvang van de coursen.

Artikel VIII.7

1.   Bij aanwezigheid van een dierenarts mogen vóór of tijdens een wedstrijd geneesmiddelen uitsluitend door deze dierenarts aan een hond worden toegediend.

2.   Indien bij afwezigheid van een dierenarts de in het eerste lid bedoelde toediening door ie­mand anders geschiedt, dan leggen de keurmeesters de betreffende hond voor de verdere duur van de wedstrijd een startverbod op.

Artikel VIII.8Magyar Agars

Indien zich bij een hond tijdens de wedstrijd een ziekte of verwonding voordoet, moet de handler dit onmiddellijk ter kennis van de renleider brengen. Indien een dierenarts aanwezig is, raad­pleegt de renleider deze. Vervolgens adviseert hij de keurmeesters over de verdere deelname van de hond aan de wedstrijd. De keurmeesters kunnen de hond voor de verdere duur van de wedstrijd een startverbod opleggen en moeten dat doen indien de dierenarts dat adviseert.

Artikel VIII.9

De op het terrein van de renbaan aanwezige honden moeten deelnemen aan de rennen waarvoor zij zijn ingeschreven, tenzij zij door de keurmeesters van (verdere) deelname zijn uitgesloten, aan hen een startverbod voor de (verdere) duur van de wedstrijd is opgelegd of de handler aan de renleider gemeld heeft dat hij de hond terugtrekt uit de wedstrijd.

Artikel VIII.10

1.   De organisator draagt er zorg voor, dat op een bord van voldoende grootte het nummer wordt aangegeven van de course die aan de beurt is.

2.   De indelingen voor alle coursen die na de series worden verlopen, worden tijdig tevoren per luidspreker en/of schriftelijk aan de deelnemers kenbaar gemaakt.

3.   De keurmeesters houden er toezicht op dat de honden tijdig en in voldoende mate worden opgeroepen om aan de start te verschijnen.

Artikel VIII.11

Alle prijzen worden direct na afloop van de betreffende ren aan de rechthebbenden uitgereikt. Indien en voor zover uitreiking op de dag van de wedstrijd niet mogelijk is, zendt de organisator de prijzen binnen één maand franco aan de rechthebbenden toe.

Artikel VIII.12

Deelnemers mogen zich niet rechtstreeks, doch uitsluitend via de renleider tot de keurmeesters wenden.

De voorbereidingen

Artikel VIII.13

1.   Direct vóór aanvang van de wedstrijd worden de renbaan, de inrichting hiervan en alle daarop te gebruiken materialen, gekeurd op bruikbaarheid en het voldoen aan de voorschriften.

2.   De keuring wordt uitgevoerd door de voorzitter van de keurmeesters. De gedelegeerde, zo deze is aangewezen, en de renleider treden als adviseur op.

Artikel VIII.14

1.   Onverminderd artikel VIII.13 kan de Commissie in bijzondere gevallen uit zijn midden een lid aanwijzen om de renbaan, de inrichting hiervan en alle daarop te gebruiken materialen, tussen drie dagen en 24 uur vóór de aanvang van de wedstrijd te keuren op bruikbaarheid en het voldoen aan de voorschriften.

2.   De organisator kan tegen een besluit tot afkeuring telegrafisch of per elektronische post beroep op de Commissie instellen.

Artikel VIII.15

Indien de renbaan door de voorzitter van de keurmeesters dan wel het in artikel VIII.14 bedoelde lid van de Commissie is afgekeurd, wordt de wedstrijd afgelast. Al betaalde inschrijfgelden worden terugbetaald.

Artikel VIII.16

Vóór aanvang van de wedstrijd overtuigt de voorzitter van de keurmeesters zich ervan, dat het vereiste materiaal voor een goede uitvoering van de taak van het wedstrijdsecretariaat aanwezig is.

Artikel VIII.17

De deelnemende honden moeten ten minste een half uur vóór de aanvang van de wedstrijd op het terrein van de renbaan aanwezig zijn.

De indeling van de coursen

Artikel VIII.18

De coursen worden per ren ingedeeld op basis van de systemen, bedoeld in artikel III.12, en met inachtneming van het in dit hoofdstuk bepaalde. Tussen twee coursen in moeten de honden ten minste 30 minuten rusttijd hebben. De lengte van de pauzes wordt bepaald door de keurmeesters in overleg met de renleider.

Artikel VIII.19

1.   In elke course starten ten minste drie honden. De keurmeesters kunnen echter in bijzondere gevallen toestaan, dat één enkele hond een loze course loopt, indien dat voor een goed verloop van de ren gewenst is.

2.   De Commissie kan jaarlijks per renbaan en per ras het aantal honden bepalen dat ten hoog­ste in een finale mag starten. De Commissie pleegt hierover tevoren overleg met de vereniging die het beheer over de renbaan voert.

3.   Tijdens een demonstratiewedstrijd mogen in elke course ten hoogste vier honden starten.

Artikel VIII.20

1.   Het wedstrijdsecretariaat maakt de indeling voor de series. Honden van één eigenaar wor­den zo mogelijk niet in dezelfde course ingedeeld, zonder dat dit echter mag leiden tot onrecht­vaardigheden ten opzichte van andere honden. Het wedstrijdprogramma dient te  beginnen met de klassen die herkansing moeten lopen.

2.   De keurmeesters kunnen, de renleider gehoord hebbend, een door het wedstrijdsecretariaat vastgestelde indeling van de series wijzigen, ook al is deze in het wedstrijdprogramma afgedrukt. Indien dit gebeurt moet de reden daarvan op het keurrapport worden vermeld.

Artikel VIII.21

1.   Het wedstrijdsecretariaat maakt de indelingen voor de herkansingen, tussenlopen, halve finales en finales onder verantwoordelijkheid van de keurmeesters. Het wedstrijdsecretariaat neemt de aanwijzingen van de keurmeesters in acht.

2.   De snelste honden worden in de coursen voorafgaande aan de finale nooit bewust bij elkaar geplaatst. Bij het indelen is loten of het gebruik van vooraf vastgestelde indeelcodes niet toege­staan. Aan de dagvorm en speciale voorvallen tijdens de wedstrijd moet passende invloed worden toegekend.

3.   Bij de in dit artikel bedoelde coursen zullen de tot dan snelste honden onder het rode dek lopen en de andere honden naar volgorde van de behaalde resultaten.

Artikel VIII.22

1.   Voor nationale kampioenschapswedstrijden maakt een vertegenwoordiger van de commissie de indelingen voor de series in overleg met het wedstrijdsecretariaat van de in artikel III.4 , tweede lid, bedoelde vereniging.

2.   De verdere indelingen op de dag zelf worden door het wedstrijdsecretariaat gemaakt in overleg met de gedelegeerde.

De start

Artikel VIII.23

Door middel van loting met gebruikmaking van de in artikel II.21 bedoelde lootapparatuur worden de nummers van de starthokken aan de honden toegewezen. Er wordt altijd geloot om zes startplaatsen. Wanneer aan de start een buitenstarter deelneemt, krijgt die altijd hok nr. 6. Zijn gelote plaats wordt overgenomen door de hond die nr 6 geloot had. Bij meerdere buitenstarters in dezelfde course wordt één maal geloot, de hond die het dichtst bij rendek rood loot krijgt starthok 6, de andere starthok 5, enz. Buitenstarters mogen deelnemen aan kampioenschapswedstrijden.

Artikel VIII.24

De aantekening ‘buitenstarter’ wordt op de startlicentie geplaatst nadat de hond tijdens één wedstrijd ten genoege van de keurmeesters getoond heeft een buitenstarter te zijn. De eigenaar dient hiertoe voor aanvang van de wedstrijd een verzoek in bij de renleider. Indien de eigenaar verzoekt om de aantekening buitenstarter in te trekken dan moet de hond weer tijdens een wedstrijd worden beoordeeld door de keurmeesters. Adviseren deze positief op het verzoek dan wordt de aantekening buitenstarter ingetrokken waarna aan deze hond geen aantekening buitenstarter meer zal worden verleend.

Artikel VIII.25IMG_9689

1.   De handler moet met zijn hond ten minste één course voor die waarin zijn hond moet starten, in de omgeving van de starthokken aanwezig zijn.

2.   Een hond die niet bij de start aanwezig is op het moment waarop het startsein gegeven zou moeten worden, wordt door de keurmeesters van (verdere) deelname aan de wedstrijd uitgesloten.

Artikel VIII.26

1.   Alvorens de honden geplaatst worden, stelt de starter de aan de course deelnemende honden ongeveer vijf meter achter de starthokken op. Hij controleert de ‘zit’ van de muilkorf en van het rendek en of beide aan de voorschriften voldoen.

2.   Indien de door de starter geconstateerde gebreken aan muilkorf of rendek niet direct hersteld kunnen worden en ook vervanging door ander materiaal niet mogelijk is, dan sluit hij de hond van de start uit, tenzij, wat het rendek betreft, door of namens de keurmeesters toestemming is gegeven om zonder rendek te starten.

Artikel VIII.27

1.   De starter geeft de commando’s tot plaatsen, wat gelijktijdig en zo snel mogelijk moet geschieden. De starter mag echter in bijzondere gevallen een andere plaatsingswijze toepassen, indien dit naar zijn inzicht een vlottere of veiligere start kan bevorderen.

2.   In een geval als bedoeld in artikel VIII.25, 2e lid, geeft de starter het in het eerste lid bedoelde commando pas nadat hij daarvoor via de renleider toestemming van de keurmeesters heeft verkregen.

3.   De starter kan een hond van de start uitsluiten indien met het plaatsen opzettelijk te lang wordt getreuzeld of de commando’s tot plaatsen niet correct worden uitgevoerd.

4.   De starter geeft de toepassing van het derde lid en van artikel VIII.26, tweede lid, evenals onregelmatigheden bij de start meteen aan de keurmeesters door.

Artikel VIII.28

1.   Zodra de honden in de starthokken zijn geplaatst, staan zij onder commando van de starter en ontvangen zij van de handler geen verdere zorg, tenzij met speciale toestemming van de keurmeesters.

2.   Het ‘draaien’ in de hokken vormt geen aanleiding voor ingrijpen door de handler, noch voor overstarten.

3.   Indien de handler zich na het plaatsen vóór het starthok bevindt, op het hok slaat, roept of fluit, dan wordt dit beschouwd als het op ongeoorloofde wijze beïnvloeden van de start.

Artikel VIII.29

1.   De starter geeft door middel van het zwaaien met een schild of een vlag het teken voor het in beweging brengen van de kunsthaas.

2.   Indien de kunsthaas als sleephaas wordt voortbewogen, moet deze vertrekken van een voor de honden goed zichtbare plaats, gelegen op een afstand van ten minste vijf meter midden voor de starthokken.

3.   Indien de kunsthaas als sleephaas wordt voortbewogen moet de klep geopend worden bij het eerste bewegen van de kunsthaas.

4.   Indien de kunsthaas met behulp van een eindeloos railsysteem wordt voortbewogen moet de klep geopend worden op het moment, waarop de kunsthaas de in artikel II.17 ,tweede lid, bedoelde piketpaal passeert.

5.   Uitsluitend de keurmeesters beslissen of een start ongeldig is, al dan niet geadviseerd door de starter, de bochtcommissaris of de renleider.

Het lopen van de coursen

Artikel VIII.30

1.   Aan aanvallende en storende honden en honden die zonder voor de keurmeesters aanwijsbare oorzaak tijdens de course stoppen, wordt door de keurmeesters voor de verdere duur van de wedstrijd een start­verbod opgelegd. De keurmeesters maken deze beslissing via de microfoon aan deelnemers en publiek bekend onder vermelding van de reden van het startverbod, en geeft voorts toepassing aan een der artikelen VIII.31 tot en met VIII.33.

2.   Onder aanvallende honden worden honden verstaan die hun aandacht niet op de kunsthaas richten, maar een of meer tegenstanders aanvallen of proberen aan te vallen, zodat deze worden gehinderd in een normale voortgang van de course. Het onmiddellijk volgende verweer van een aangevallen hond wordt niet als aanvallen aangemerkt.

3.   Onder storende honden worden honden verstaan die hun interesse niet op de kunsthaas richten en uit eigen beweging niet meer hun eigen course lopen, daarbij andere honden hinderende.

4.   Indien een hond zijn lichaam gebruikt om zich vrij baan te verschaffen zonder de bedoeling aan te vallen, en zijn aandacht op de kunsthaas blijft richten, wordt dit niet als storen of aanvallen aangemerkt.

5.   Iedere toepassing van het eerste lid wordt door het wedstrijdsecretariaat met de aanduiding `Disq’ in de hondenpas aangetekend. Na iedere tweede en volgende toepassing van het eerste lid binnen een renseizoen wordt de startlicentie door het wedstrijdsecretariaat ingehouden en aan de Commissie gezonden.

Artikel VIII.31

Indien een storing als bedoeld in artikel VIII.30 niet van doorslaggevende invloed is op de vast­stelling, welke honden voor verdere deelname aan de wedstrijd in aanmerking komen, dan wordt hun volgorde van aankomst gehandhaafd en wordt de course niet overgelopen.

Artikel VIII.32

1.   Indien een storing als bedoeld in artikel VIII.30 heeft plaatsgevonden nadat de kophond de laatste negentig graden van de laatste ronding van de baan was ingegaan en de winnende hond(en) daarbij in een zodanige positie lag(en) dat deze ook zonder de storing winnaar zou(den) zijn geweest, dan loopt (lopen) de winnende hond(en) in geen geval over. Hun eerste, onderscheidenlijk eventueel tweede plaats, blijft gehandhaafd.

2.   De keurmeesters laten de overige honden, zonder de storende hond, overlopen voor het bepalen van de overige plaatsing(en), tenzij artikel VIII.31 wordt toegepast.

Artikel VIII.33

Indien een storing als bedoeld in artikel VIII.30 heeft plaatsgevonden op een moment dat de course als geheel nog volkomen onbeslist is en ten minste één van de deelnemende honden is gehinderd, dan laten de keurmeesters de course zonder de storende hond overlopen.

Artikel VIII.34

1.   Onverminderd artikel VIII.30 tot en met VIII.33 verklaren de keurmeesters een course ongeldig indien:

a.   door een defect aan de starthokken een onzuivere start heeft plaatsgevonden;

b.   door een defect aan de aandrijving de kunsthaas op de baan is blijven liggen, tenzij dit naar het oordeel van de keurmeesters geen invloed heeft uitgeoefend op de volgorde van binnenkomst van de honden;

c.   geen enkele hond de finish passeert;

d.   de kunsthaas tijdens de course door één der deelnemende honden wordt gepakt;

e.   de keurmeesters van oordeel zijn dat als gevolg van gedragingen in strijd met reglementaire bepalingen of om andere redenen de uitslag van de course niet aanvaard kan worden.

2.   De keurmeesters kunnen een course ongeldig verklaren indien:

a.   de afstand van de kunsthaas tot de kophond minder dan tien meter is gaan bedragen en daardoor de kansen van de aan kop liggende honden nadelig beïnvloed zijn;

b.   de afstand van de kunsthaas tot de kophond meer dan 25 meter is gaan bedragen en daar­door de kansen van de aan kop liggende honden nadelig beïnvloed zijn;

c.   de kunsthaas over minder dan dertig meter met onverminderde snelheid over de finish wordt doorgedraaid.

Artikel VIII.35

1.   Bij twijfel over het ongeldig verklaren van een course plegen de keurmeesters overleg met de bochtcommissarissen, indien deze zijn benoemd, met de renleider en met de gedelegeerde, indien deze is aangewezen.

2.   Indien alle honden de te lopen afstand voor ten minste 3/4 gedeelte hebben afgelegd, mogen de keurmeesters de uitslag van de ren bepalen en afzien van het ongeldig verklaren van de course.

Artikel VIII.36

Ongeldig verklaarde coursen waarbij de honden minder dan de helft van de renafstand hebben afgelegd, kunnen direct worden overgelopen. In alle andere gevallen wordt een rustperiode van minstens dertig minuten in acht genomen.

Artikel VIII.37

Tijdens de wedstrijd hebben uitsluitend toegang tot de baan:

1.   leden van het bestuur van de organisator, voor zover de vervulling van een hun opgedragen taak dat noodzakelijk maakt;

2.   officials, voor zover de vervulling van hun taak dat noodzakelijk maakt, en de gedelegeerde;

3.   leden van de Commissie, uitsluitend voor het uitoefenen van controle;

4.   personen die hiertoe uitdrukkelijk door de renleider zijn gemachtigd;

5.   handlers, uitsluitend om hun honden naar de start te brengen of op te vangen.

De finish, tijden en uitslagen

Artikel VIII.38

1.   De handler zorgt ervoor dat hij, of iemand namens hem, bij de opvang aanwezig is wanneer de honden binnenkomen, ten einde zijn hond onmiddellijk op te vangen en aan te lijnen, zonder zich daarbij in de baan van de aanstormende honden te bevinden. Hij stelt zich op langs de afrastering van het loopvlak en neemt de aanwijzingen van de renleider in acht.

2.   Handlers die zich van de start naar de opvangplaats begeven, mogen het uitzicht van de keurmeesters niet belemmeren.

3.   Indien de combinatie van starten en opvangen praktisch onmogelijk is en de handler geen hulp ter beschikking staat, meldt hij dit aan de renleider, die zal zorgen voor het deskundig opvangen van de hond.

4.   Een handler van een agressieve hond meldt dit aan de renleider, die kan zorgen voor hulp bij de opvang.

Artikel VIII.39

1.   Uitsluitend die honden worden geplaatst, die uit eigen beweging in galop over de finishlijn gaan.

2.   De uitslag van de course wordt bepaald door de volgorde waarin de neuzen van de honden de finishlijn passeren.

Artikel VIII.40IMG_4185

De in een course gelopen tijden worden bepaald met behulp van:

1.   handchronometers, of

2.   elektronische tijdregistratie, of

3.   foto- of videoregistratie.

Artikel VIII41

Bij het bepalen van de tijd met behulp van handchronometers wordt als volgt gehandeld:

1.   indien twee van de drie chronometers dezelfde tijd aangeven, wordt deze aangehouden;

2.   wanneer alle drie de chronometers verschillende tijden aangeven, wordt de middelste tijd aangehouden;

3.   wanneer de tijd van de eerst aankomende hond door twee tijdwaarnemers wordt opgenomen en beiden niet dezelfde tijd waarnemen, dan wordt de minst snelle tijd aangehouden mits het verschil niet groter is dan 0,1 seconde. Bij een groter verschil wordt de gemiddelde tijd aangehouden, naar boven afgerond op 0,1 seconde.

Artikel VIII.42

Indien de beste tijd van de dag of in de finales bepalend is voor extra prijzen, dan zijn bij gelijke tijden de tweede beste tijden, onderscheidenlijk de beste tijd in de andere coursen van de ren beslissend.

Artikel VIII.43

1.   Indien een hond voor de finale geplaatst is maar daarin wegens een blessure niet kan uitkomen, wordt hij uitsluitend voor de prijstoekenning geacht in die finale als laatste geëindigd te zijn.

2.   Honden kunnen worden teruggetrokken zonder consequenties.

3.   Indien een Greyhound, die zich heeft geplaatst voor de finale, wordt teruggetrokken, dan kan zijn plaats worden ingenomen door de volgende hond uit de tussenloop. Bij meerdere tussenlopen de eerst afgevallen hond uit de snelste tussenloop. Bij gelijke tijden is de snelste tijd uit de eerste coursen doorslaggevend.

4.   Bij de overige rassen geldt eenzelfde aanvulling door een hond uit de snelste halve finale.

Artikel VIII.44

De keurmeesters kunnen bij het bekendmaken van de uitslagen volstaan met vermelding van de volgorde van binnenkomst van de geplaatste honden en de volgorde van de overige honden als ‘ex aequo’ aan­duiden.

Het dopingonderzoek

Artikel VIII.45

Het internationale dopingreglement volgens art. 1.10 van het FCI Internationaal Ren- en Coursingreglement is geldig voor Nederland.

Hoofdstuk III Titel 9  Coursing

 

Coursingterreinen en materialen

Artikel IX.1

1.   Het terrein voor een coursingwedstrijd moet een oppervlakte hebben, die ter beoordeling van de Commissie, voldoende groot is en mag niet bestaan uit alleen het middenterrein van een renbaan. Enige  bosjes  of  bomen  zijn  aanbevolen,  mits  zij  geen  gevaar  opleveren  voor  de honden.

2.   Eventuele natuurlijke en kunstmatige hindernissen mogen geen gevaar voor de honden opleveren en niet hoger zijn dan 0,75 meter. Sloten, greppels en andere hindernissen moeten door de honden ten minste 30 meter tevoren opgemerkt kunnen worden, gezien vanuit het perspectief van de hond.

Artikel IX.2

1.   De lengte van het parcours moet voor de grote rassen minstens 500 en hoogstens 1000 meter bedragen en voor de kleine rassen minstens 400 en hoogstens 700 meter.

2.   Het parcours moet zodanig zijn samengesteld, dat het voor de honden geen gevaar kan opleveren.

3.   Het parcours moet voor de tweede omloop worden veranderd, zodat geen enkele hond het parcours twee keer in dezelfde richting behoeft af te leggen, behalve in het geval bedoeld in Hoofdstuk  IX.46, tweede lid.

Artikel IX.3IMG_4584

1.   De afstand tussen de klossen ten behoeve van de voortbeweging van de kunsthaas is afhankelijk van de terreingesteldheid. Geadviseerd word, om een afstand van minstens 25 meter en ten hoogste 90 meter tussen de klossen en een afstand van minstens 60 meter tussen de plaats van de start en de eerste klos aan te houden waarbij de eerste haak niet scherper mag zijn dan 90 graden. De klossen dienen in ieder geval zo geplaatst te worden dat een strak gespannen lijn zo laag mogelijk bij de grond wordt gehouden. Bij lijnen die op minder dan acht meter afstand parallel lopen moeten de klossen zo worden geplaatst dat de hoogte van de gespannen lijnen ten opzichte van het denkbeeldige loopvlak niet meer bedraagt dan vijftien centimeter.

2.   De klossen moeten op voor de honden duidelijk wijze gemarkeerd worden. Deze markering moet zodanig worden aangebracht dat bij het onverhoopt over de klos schieten van de lijn, de lijn door de markering wordt opgevangen. Bij het gebruik van paaltjes als markering betekent dit dat het paaltje schuin naar de klos toe gericht in de grond moet zijn geslagen zodat een over de klos schietende lijn door het schuin geplaatste paaltje naar beneden wordt gedirigeerd.

3.   In het parcours mogen geen haken worden opgenomen die scherper zijn dan 60 graden.

Artikel IX.4

1.   De lijn ten behoeve van de voortbeweging van de kunsthaas moet van een goede kwaliteit kunststof zijn, weinig rek vertonen en zo min mogelijk gevaar voor snijwonden opleveren.

2.   Nergens in het parcours mag de lijn kruislings over zichzelf gelegd worden. Een gesloten lijnsysteem is niet toegestaan.

Artikel IX.5

1.   De kunsthaas moet licht van kleur en gewicht en ten minste 0,50 meter lang zijn.

2.   De kunsthaas moet tijdens de gehele course zowel voor de draaier als voor de honden goed zichtbaar zijn.

Artikel IX.6

Het draaitoestel moet zo geplaatst worden, dat de honden er niet tegen aan kunnen lopen en de draaier een goed zicht over het gehele parcours heeft.

Artikel IX.7

1.   De organisator moet voldoende reservemateriaal op het coursingterrein beschikbaar hebben om de voortgang van de wedstrijd te verzekeren.

2.   Op het terrein moet het door de Commissie voorgeschreven eerste hulpmateriaal aanwezig zijn.

3.   Binnen loopafstand van het wedstrijdterrein moeten sanitaire voorzieningen en voldoende parkeerplaatsen voor de deelnemers beschikbaar zijn.

Coursingwedstrijden

Artikel IX.8

1.   De coursingwedstrijden worden onderscheiden in:

a.   Internationale coursingwedstrijden waar internationale kampioenschapsprijzen (CACIL’s) behaald kunnen worden op grond van een vanwege de F.C.I. verleende toestemming. Elke vereniging mag maximaal twee internationale coursingwedstrijden aanvragen en organiseren.

b.   vervallen

c.   Nationale coursingwedstrijden;

d.   Een nationale kampioenschapswedstrijd waarop de titel “Nederlands Kampioen Coursing met jaartal” als bedoeld in artikel V.33A van het Kynologisch Reglement kan worden behaald. Deze kampioenschapswedstrijd staat open voor alle windhondenrassen alsmede voor de Pharaohound, Podenco Ibicenco, Podenco Canario en Cirneco Dell ‘Etna met een geldige Nederlandse startlicentie met uitzondering van honden met een startlicentie voor de Plus en XL-klasse. De honden met een startlicentie voor de Plusklasse lopen een coursing onder het Nationale Ren-en Coursingreglement en hoeven niet te voldoen aan de speciale eisen geldend voor de kampioenschapswedstrijd. De winnaars van de Plusklassen krijgen de titel Nationaal Pluskampioen Coursing met jaartal met dien verstande dat dit geen stamboomtitel is. Zij krijgen een oranje ere-dek. Op de dag van de kampioenschapswedstrijd zijn tevens wedstrijden om de “Holland Cup” welke open staan voor deelname van honden met een startlicentie voor de Whippet XL-klasse alsmede voor Basenji’s en Podengo’s  Português en in het bezit zijnde van een geldige Nederlandse startlicentie.  De aan de Holland Cup deelnemende honden lopen onder het Nationale Ren-en coursingreglement en hoeven niet te voldoen aan de speciale eisen geldend voor de kampioenschapswedstrijd. In het weekend van het kampioenschap mogen geen andere wedstrijden georganiseerd worden.

e.   Een Europese kampioenschapswedstrijd waarop de F.C.I. Kampioenschapstitel “Europees kampioen Coursing met jaartal” kan worden behaald. Deze wedstrijden worden op aanwijzing van de FCI windhondencommissie door een bij de FCI aangesloten land georganiseerd. Het FCI Internationaal Ren- en Coursingreglement is hier van toepassing.

f.   invitatiewedstrijden, welke openstaan voor honden met een geldige startlicentie en die eigendom zijn van leden van de organisator of van leden van één door de organisator tot mededinging uitgenodigde andere windhondenrenvereniging in binnen of buitenland.

g.   demonstratiewedstrijden, die gehouden worden om bekendheid te geven aan de coursingsport en om de financiële positie van de organisator te verbeteren.

h.   clubwedstrijden, welke openstaan voor honden die de organisator als thuisvereniging hebben.

2.   Dit reglement is voor alle nationale wedstrijden van toepassing, bij internationale wedstrijden is dit reglement van toepassing op de klassen die nationaal lopen zoals Plusklasse, Basenji’s en Podengo Português en voorts voor zover bij internationale wedstrijden het FCI Internationaal Ren- en Coursingreglement hierin niet voorziet.

3.   Indien de organisatie van een Europees Kampioenschap Coursing aan Nederland is toegewezen, organiseert de Commissie deze wedstrijd met medewerking van alle coursing gevende verenigingen.

4.   De Commissie kan aan een vereniging het recht verlenen om één maal per jaar een klassieke wedstrijd te organiseren, die uitblinkt in opzet en organisatie  terwijl de prijzen dienovereenkomstig zijn. Dit recht wordt uitsluitend verleend door de Commissie. De Commissie zal dit recht intrekken indien de uitvoering van de wedstrijd naar het oordeel van de Commissie niet beantwoordt aan de eisen.

Artikel IX.9IMG_4288

1.   Startgerechtigd zijn honden met een geldige Nederlandse of buitenlandse startlicentie.

2.   De honden lopen per ras en in paren, behoudens door de keurmeesters te bepalen uitzonderingen. Indien per ras ten minste drie reuen en drie teven aan de start zijn lopen de geslachten gescheiden, met uitzondering van de Whippets die altijd gescheiden lopen. Met uitzondering van deelnemers aan de Holland Cup lopen op een Nederlandse Kampioenschapswedstrijd de geslachten pas gescheiden als er ten minste vier reuen en vier teven aan de start zijn. Whippets lopen ook op een Nederlandse Kampioenschapswedstrijd altijd gescheiden ongeacht het aantal startende honden.

De titel Nederlands Kampioen Coursing met jaartal is alleen beschikbaar indien er minstens vier honden in een klasse aan de start zijn.

3.   Een volledige wedstrijd bestaat uit twee omlopen.

4.   Indien minder dan 2 honden in een klasse zijn ingeschreven moet de organisator de coursing voor deze klasse afgelasten. De ingeschreven hond kan in overleg met de eigenaar een demonstratie lopen. Het resultaat van de demonstratie dient in de hondenpas genoteerd te worden door het wedstrijdsecretariaat. De demonstratie telt mee voor de kwalificatie voor een nationale en internationale kampioenschapscoursing.

Artikel IX.10

1.   De Commissie maakt jaarlijks tijdig de voorwaarden bekend die bij het organiseren van de nationale kampioenschapswedstrijd in acht genomen moeten worden.

2. a. De organisatie van deze wedstrijd zal worden gedelegeerd aan een coursinggevende vereniging die naar het oordeel van de Commissie voldoende garanties kan bieden voor een vlot en goed verloop van de wedstrijd, daarbij onder meer lettende op de toestand van het terrein, outillage en materiaal en op het organisatievermogen van de vereniging.

2. b. De kampioenschapswedstrijd dient plaats te vinden op een terrein waarop de drie voorgaande maanden geen wedstrijden hebben plaatsgevonden. Het terrein dient minstens de volgende afmeting te hebben:  lengte 225 meter, beide breedtes elk 125 meter. De lengte van het parcours moet voor de grote rassen minstens 700 en hoogstens 1000 meter bedragen en voor de kleine rassen  minstens 550 meter en hoogstens 700 meter.

3.   Indien het tweede lid geen toepassing kan vinden organiseert de Commissie de nationale kampioenschapswedstrijd zelf met gebruikmaking van de beste officials uit de verschillende coursinggevende verenigingen. De Commissie wijst tevens het terrein aan waarop de wedstrijd zal worden verlopen.

Voorwaarden voor het organiseren

Artikel IX.11

1.   De windhondenrenverenigingen die in enig jaar wedstrijden als bedoeld in artikel IX.8 lid 1 a, c en d willen organiseren, moeten vóór 1 november van het voorafgaande jaar bij de Commissie een verzoek indienen om de door hen gewenste data aan hen toe te wijzen onder vermelding van de soort of soorten wedstrijden die zij op die data willen organiseren. De Commissie deelt haar beslissing op deze verzoeken vóór 1 februari van het betreffende jaar mee aan de verenigingen die een verzoek hebben ingediend. Tevens bepaalt de Commissie een datum waarop de windhondenrenverenigingen clubcoursings mogen organiseren waaraan enigerlei clubtitel is verbonden.

2.   Voor het organiseren van een coursingwedstrijd als bedoeld in artikel IX.8.1 a, c, d en f is de voorafgaande schriftelijke vergunning van de Commissie vereist. Een vergunning wordt uitsluitend verleend aan een windhondenrenvereniging.

3.   De door de Commissie gegeven uitslag op de vergunningsaanvraag is bindend.

Artikel IX.12

1.   Een verzoek om vergunning moet met gebruikmaking van door de Commissie beschikbaar gestelde formulieren in enkelvoud bij de Commissie worden ingediend minstens vier weken voor de dag waarop de wedstrijd zal worden gehouden.

2.   De door de Commissie verleende vergunning dient op de dag van de wedstrijd bij het wedstrijdsecretariaat aanwezig te zijn. De kosten van een vergunning worden door de Commissie bij Tarievenbesluit bepaald.

Artikel IX.13

1.   De vergunning wordt geweigerd indien het verzoek of de wedstrijd niet voldoet aan het gestelde in dit reglement of de belangen van de windhondenrensport anderszins door het verlenen van de vergunning zouden worden geschaad.

2.   De vergunning kan echter worden verleend indien de in het eerste lid bedoelde bezwaren kunnen worden ondervangen door het stellen van voorwaarden waarbij zo nodig van het verzoek kan worden afgeweken.

3.   De vergunning wordt echter in ieder geval geweigerd, indien;

a.   de vergunning door een ander dan een windhondenrenvereniging is aangevraagd.

b.   de wedstrijd gehouden zal worden op een terrein dat daarvoor naar het oordeel van de Commissie niet geschikt is.

c.   de wedstrijd gehouden zal worden op data, die niet ingevolge artikel IX.11.1 aan de aanvrager zijn toegewezen, tenzij het een wedstrijd betreft waarvoor die toewijzing niet is vereist of inpassing in de coursingkalender alsnog op verantwoorde wijze mogelijk is.

d.   De organisator een naar het oordeel van de Commissie, achterstand heeft in de aan de Commissie toekomende afdrachten.

e.   De organisator heeft verzuimd een kopie van hun geldige polis W.A. verzekering in te sturen aan de Commissie.

Artikel IX.14

1.   De organisator bepaalt welke prijzen uitgeloofd zullen worden. Daarbij worden eventuele richtlijnen van de Commissie in acht genomen.

2.   Het is niet toegestaan prijzen uit te loven, voor het winnen waarvan deelname  aan één of meer andere wedstrijden, op hetzelfde terrein en/of georganiseerd door dezelfde organisator, vereist wordt.

Artikel IX.15

De organisator vermeldt op het bericht van uitschrijving:IMG_4398

a.   de naam van de organisator;

b.   locatie, datum en aanvangsuur van de wedstrijd;

c.   de aard van de wedstrijd;

d.   de vereiste minimum leeftijden;

e.   de hoogte van de inschrijfgelden;

f.   beschrijving van het terrein;

g.   datum en tijdstip van de sluiting van de inschrijving alsmede de adresgegevens van het inschrijfadres;

h.   beschrijving van de haastechniek;

i.   informatie omtrent overnachtingsmogelijkheden;

j.   de namen van de keurmeesters.

k.   de mogelijkheid van controlemetingen bij buitenlandse Whippets en Italiaanse Windhondjes, die niet in de Nederlandse database zijn opgenomen of honden die wel zijn opgenomen in de Nederlandse database maar zijn gemeten met tolerantie.

Artikel IX.16

1.   De organisator verzekert zich tegen schade, voortvloeiende uit wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.

2.   Een afschrift van een door de organisator afgesloten geldige polis wordt aan het begin van elk jaar aan de Commissie gezonden

Artikel IX.17

1.   Bij internationale wedstrijden met CACIL als bedoeld in artikel IX.8, eerste lid onder a, moet gedurende de gehele wedstrijd een dierenarts aanwezig zijn.

2.   Indien bij andere wedstrijden niet gedurende de gehele wedstrijd een dierenarts aanwezig is, dan is de aanwezigheid van een EHBO-er voor dieren verplicht. Deze moet weten waar hij in ernstige gevallen onmiddellijk een dierenarts kan bereiken.

3.   De naam, het adres en telefoonnummer  van de dierenarts onderscheidenlijk de EHBO-er voor dieren wordt in het programma vermeld.

4.   Indien een dierenarts aanwezig is, moeten de keurmeesters hem in geval van ziekte of blessures raadplegen. De keurmeesters leggen zieke of geblesseerde honden een startverbod voor de verdere duur van de wedstrijd op indien de dierenarts dat noodzakelijk acht.

Artikel IX.18

De organisator is voor iedere deelnemende hond een afdracht aan de Commissie verschuldigd, waarvan de hoogte door de Commissie bij Tarievenbesluit wordt vastgesteld. De Commissie staat voor het Nederlands Kampioenschap Coursing garant voor het inschrijfgeld van 60 honden inclusief de Holland Cup. De garantstelling betreft het inschrijfgeld per hond minus de vastgestelde afdracht.

Artikel IX.19

Binnen 72 uur na afloop van de wedstrijd zendt de organisator aan de Commissie twee volledig ingevulde programma’s, twee keurrapporten, de door de keurmeesters ingevulde beoordelingsstaten van de prestaties van de honden en de ingehouden startlicenties.

Artikel IX.20

1.   Alle aan de Commissie verschuldigde bedragen moeten binnen twee weken na de dagtekening van de betreffende rekening aan de Commissie worden overgemaakt.

2.   Voor iedere door de Commissie na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn verzonden aanmaning wordt het verschuldigde bedrag verhoogd met een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag.

3.   De Commissie kan verzoeken om vergunning en aanvragen van startlicenties van een organisator die in gebreke is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, buiten behandeling laten en verleende vergunningen intrekken.

Artikel IX.21

1.   De Commissie wijst voor iedere nationale kampioenschapswedstrijd en klassieke coursingwedstrijd een gedelegeerde aan die de Commissie tijdens de wedstrijd vertegenwoordigt. De Commissie kan ook voor andere coursingwedstrijden een gedelegeerde aanwijzen.

2.   De gedelegeerde ziet namens de Commissie toe op officials, terrein en materiaal, op het verloop van de wedstrijd en op de naleving van dit reglement en van andere van toepassing zijnde bepalingen.

3.   De gedelegeerde heeft, na gehoord hebbend de mening van de keurmeesters, een adviserende stem bij de keurmeesters indien hem hierom wordt verzocht of wanneer hij het geven van advies noodzakelijk vindt.

4.   De gedelegeerde brengt van zijn bevindingen schriftelijk rapport uit aan de Commissie. Deze stuurt een kopie van het rapport aan de organisator.

5.   De Commissie kan voor een nationale wedstrijd een waarnemer aanstellen met een door de Commissie te bepalen bijzondere taak. Deze waarnemer brengt van zijn bevindingen schriftelijk rapport uit aan de Commissie.

6. In geval van hoge temperaturen en extreme weersomstandigheden dient de organiserende vereniging zich te houden aan de regels in Aanhangsel 4.

Officials en wedstrijdsecretariaat

Artikel IX.22

1.   De Commissie wijst voor iedere coursingwedstrijd keurmeesters aan. Bij coursingtitelwedstrijden worden indien mogelijk zes keurmeesters plus één reserve aangewezen, waarbij drie keurmeesters de eerste omloop beoordelen en de overige drie de tweede omloop. De keurmeesters voor demonstratie-en clubcoursings worden door de organisator aangewezen. Ten minste twee maal per seizoen deelt de Commissie aan de door de Raad benoemde keurmeesters mee voor welke wedstrijden zij als keurmeester zijn aangewezen.

2.   De organisator wijst voor iedere coursingwedstrijd aan:IMG_4374

a.   Tekst vervallen

b.   een coursingleider;

c.   een starter;

d.   een draaier;

e.   een wedstrijdsecretaris;

f.   een speaker.

Artikel IX.23

1.   De keurmeesters houden toezicht op de naleving van dit reglement en van andere van toepassing zijnde bepalingen, het functioneren van officials, beoordeelt de prestaties van de honden of houdt daar toezicht op, en stelt de uitslagen vast.

2.   Tegen beslissingen van de keurmeesters staat geen beroep open. Aan haar voorschriften moet onmiddellijk gevolg worden gegeven. De officials dienen zich te houden aan de aanwijzingen van de keurmeesters. De keurmeesters kunnen een official zo nodig corrigeren. Dit dient via de coursingleider te gebeuren. Bij onwil mogen de keurmeesters de official vervangen. Dit dient op het keurrapport vermeld te worden zodat de Commissie de zaak verder kan afhandelen.

Artikel IX.24

1.   Als keurmeester kunnen, behoudens artikel IX.25, tweede lid, uitsluitend degenen aangewezen worden die als internationaal keurmeester voor coursing door de Raad van Beheer, op voordracht van de Commissie, zijn benoemd. Een benoeming is slechts één seizoen geldig. Keurmeesters moeten zich te allen tijde kunnen legitimeren.

2.   De Commissie regelt de opleiding en de examens om als internationaal keurmeester voor coursing te kunnen worden benoemd. De Commissie organiseert jaarlijks een bijeenkomst op een centrale locatie voor alle keurmeesters alsmede een bijeenkomst voor de keurmeesters voor coursing tijdens het weekend van het Nederlands Kampioenschap Coursing.

Artikel IX.25

1.   Een keurmeester mag slechts in het buitenland ambteren met voorafgaande toestemming van de Commissie. Het verzoek moet tijdig schriftelijk bij de Commissie worden ingediend.

2.   In afwijking van artikel IX.24, eerste lid, kan de Commissie toestemming verlenen voor het optreden van een buitenlandse keurmeester, indien aan de Commissie is gebleken dat deze keurmeester in zijn land bevoegd geacht wordt als internationaal keurmeester voor coursing op te treden.

Artikel IX.26

1.   Het keurmeesterkorps bestaat uit twee keurmeesters en één reservekeurmeester. Bij internationale wedstrijden wordt ten minste één buitenlandse keurmeester benoemd. De organiserende vereniging dient deze keurmeester uit te nodigen en de kosten daarvan te dragen.

2.   De keurmeesters beoordelen de honden volgens het systeem wat is vastgelegd in het F.C.I. Internationaal Ren-en Coursing Reglement.

3.   De keurmeesters dienen zich verspreid over het terrein op te stellen en beoordelen de honden zo veel mogelijk vanaf de start totdat de kunsthaas bij de opvang stil ligt en neemt alle overige beslissingen. De keurmeesters dienen op de beoordelingsformulieren hun naam te zetten, de punten duidelijk leesbaar op te schrijven en hoeven de punten van de vijf rubrieken niet op te tellen. Indien het wedstrijdsecretariaat geen beoordelingsformulieren beschikbaar heeft waarop de coursenummering reeds staat ingevuld dan maken de keurmeesters op initiatief van hun voorzitter een afspraak over de coursenummering opdat bij uitval of toevoeging van een course toch de juiste punten naar de juiste honden gaan. Het gebruik van walkietalkies voor het doorgeven van de punten is uitsluitend toegestaan als er aparte kanalen voor elke keurmeester worden gebruikt. Communicatie tussen de keurmeesters via walkietalkies is niet toegestaan. Bij het niet nakomen hiervan dient dit op het keurrapport vermeld te worden.

4.   Keurmeesters zijn niet in functie gedurende alle coursen van de klasse, waarin een hun in eigendom toebehorende hond uitkomt. Zij bevinden zich gedurende deze coursen uitsluitend op voor de deelnemers toegankelijke plaatsen.

Artikel IX.27

De keurmeesters maken een keurrapport op waarin ze vermelden:

1.   elk vóór, tijdens of na de wedstrijd gepleegd strafbaar feit, voor zover dat te harer kennis is gekomen alsmede klachten over het gedrag van deelnemers;

2.   de door hen opgelegde uitsluitingen van (verdere) deelname en startverboden onder vermelding van de betreffende feiten en de namen van de betrokken personen en honden;

3.   alle andere zaken waarvan mededeling aan de Commissie vereist of gewenst is.

De verenigingen dienen de nieuwste versie van het keurrapport te gebruiken. Na de wedstrijd dient het wedstrijdsecretariaat een volledig ingevuld programma en een door de keurmeesters ingevuld en ondertekent keurrapport binnen 48 uur op te sturen naar het secretariaat en de administrator van de Commissie.

Artikel IX.28

1.   De coursingleider heeft het toezicht over de gehele technische voorbereiding en de uitvoering van de wedstrijd en zorgt er in overleg met de keurmeesters voor dat de wedstrijd een zo vlot mogelijk verloop heeft.

2.   De coursingleider controleert tijdig of het materiaal goed functioneert en of het terrein geen gevaar voor de honden oplevert. Hij laat zo nodig verbeteringen aanbrengen.

3.   De coursingleider vormt de schakel tussen de deelnemers en de keurmeesters.

4.   Tot coursingleider kunnen uitsluitend diegenen worden benoemd die door de Commissie als zodanig zijn erkend. Om als coursingleider erkend te worden dient men met goed gevolg het keurmeesterexamen te hebben afgelegd en twee maal stage te hebben gelopen bij een ervaren coursingleider. Coursingleiders moeten zich te allen tijde kunnen legitimeren.

Artikel IX.29IMG_4503

De starter is belast met de werkzaamheden in verband met de start van de honden.

Artikel IX.30

De draaier zorgt er voor dat de kunsthaas na het door de starter gegeven teken in beweging komt en gedurende de gehele course met de juiste snelheid wordt voortbewogen.

Artikel IX.31

De wedstrijdsecretaris is belast met de administratieve voorbereiding van een wedstrijd, de administratieve werkzaamheden tijdens de wedstrijd en de administratieve afwikkeling van de wedstrijd. Een wedstrijdsecretaris moet administratief geschoold zijn en beschikken over een goede kennis van de gang van zaken tijdens een wedstrijd en van alle reglementaire bepalingen.

De organisator kan bepalen dat de wedstrijdsecretaris onder zijn verantwoordelijkheid door één of meer personen wordt bijgestaan. De wedstrijdsecretaris en de bedoelde personen vormen tezamen het wedstrijdsecretariaat. De naam van de wedstrijdsecretaris wordt in het wedstrijdprogramma vermeld.

Het wedstrijdsecretariaat heeft uitsluitend een dienende taak, zij onthouden zich ervan ongevraagd hun mening over enig aspect van de wedstrijd aan de keurmeesters of een keurmeester kenbaar te maken.

Artikel IX.32

De speaker is belast met het tijdig oproepen van de honden en van andere mededelingen van de keurmeesters en/of het wedstrijdsecretariaat. Hij neemt de aanwijzingen van de keurmeesters in acht. Hij onthoud zich van mededelingen met betrekking tot in het verleden geleverde prestaties van de coursende honden.

Inschrijving en toelating

Artikel IX.33

1.   Voor een coursingwedstrijd kunnen alleen windhonden alsmede Podenco’s  Ibicenco, Podenco’s Canario, Pharaohounds, Podengo’s Portuges, Cirneco’s en Basenji’s uit rasgroep 5 worden ingeschreven die op de dag van de wedstrijd ten minste:

a.   15 maanden oud zijn als zij behoren tot de rassen Whippet, Italiaans Windhondje, Cirneco, Basenji, Podengo Portuges Medio en Pequeno

b.   18 maanden oud zijn als zij behoren tot de overige rassen en waarvoor wordt beschikt over een geldige  coursinglicentie als bedoeld in artikel IX.34 of, voor zover het een in het buitenland woonachtige eigenaar betreft, over een geldige ren-of coursinglicentie die is afgegeven door een organisatie die functioneert onder het gezag van een door de F.C.I. erkend lichaam.

2.   Indien de in het eerste lid bedoelde startlicentie in het buitenland is afgegeven, dient de hond op de dag van de inschrijving tevens te zijn ingeschreven in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding. De Commissie kan van het eerste lid al dan niet onder voorwaarden ontheffing verlenen.

3.   Ingevolge artikel V.33A van het Kynologisch Reglement kunnen voor een nationale coursing kampioenschaps-wedstrijd uitsluitend honden worden ingeschreven die op de dag van de wedstrijd de leeftijd hebben bereikt van 18 maanden. Zij dienen te beschikken over een geldige Nederlandse coursinglicentie. Honden die zijn afgemeten als bedoeld in artikel VI.27.13, alsmede Basenji’s en Podengo’s Português zijn uitgesloten van deelname aan een nationale kampioenschapswedstrijd. Voor een nationale kampioenschapswedstrijd mogen alleen honden worden ingeschreven, die vóór de sluitingsdatum van de inschrijving hebben deelgenomen aan minimaal twee nationale of internationale coursings in Nederland en/of buitenland waarvan de laatste twee zonder diskwalificatie. Diskwalificatie tussen de sluitingsdatum en de datum van het kampioenschap sluit deelname uit. Honden die geblesseerd zijn tijdens de eerste omloop van een coursing en om die reden moeten worden teruggetrokken, worden geacht de coursing succesvol te hebben uitgelopen. De Commissie kan op grond van bijzondere omstandigheden hiervan dispensatie verlenen. Uit het buitenland geïmporteerde honden, die reeds in het bezit zijn van een coursinglicentie, mogen slechts voor een nationale kampioenschapswedstrijd worden ingeschreven indien kan worden aangetoond, dat zij ten minste zes maanden vóór de dag van het kampioenschap in Nederland zijn ingevoerd en na de import aan ten minste drie coursingwedstrijden hebben deelgenomen, waarvan minimaal 1 wedstrijd gelopen moet zijn in het jaar dat de kampioenschapswedstrijd gehouden wordt.

Artikel IX.34

1.   Een coursinglicentie wordt afgegeven door de Commissie. Aan coursingwedstrijden kan alleen worden deelgenomen door honden, waarvoor beschikt wordt over een door de Commissie afgegeven geldige startlicentie. Voor het afgeven van een coursing- en startlicentie en voor het overschrijven van een startlicentie op de naam van een nieuwe eigenaar is een bij Tarievenbesluit te bepalen bedrag verschuldigd. Indien de Commissie van oordeel is dat de staat waarin een startlicentie verkeert, aan een doelmatig gebruik daarvan in de weg staat, dan kan zij de startlicentie inhouden. De Commissie geeft op verzoek een duplicaat van een in het ongerede geraakt of op grond van de vorige zin ingehouden startlicentie af tegen betaling van de kosten voor een startlicentie zoals vermeld in het Tarievenbesluit. Een afgegeven startlicentie blijft eigendom van de Commissie. Deelnemers zijn verplicht zelf de behaalde resultaten in het buitenland door te geven aan de Commissie. De geldigheid van een startlicentie vervalt aan het einde van het coursingseizoen waarvoor deze is afgegeven of als de eigenaar van de hond geen lid meer is van de thuisvereniging die de startlicentie heeft aangevraagd waarbij die thuisvereniging de Commissie direct van het einde van het lidmaatschap in kennis dient te stellen. Een startlicentie waarvan in verband met een aan de eigenaar van de hond opgelegde straf geen gebruik meer mag worden gemaakt of waarvan de geldigheid is vervallen dient onverwijld aan de Commissie te worden teruggezonden. Voor honden van de rassen die gemeten dienen te worden en die zijn afgemeten omdat ze te hoog zijn, wordt een startlicentie voor de sprinterklasse afgegeven voor nationale wedstrijden als bedoeld in artikel IX.8.c.

A. Startlicenties worden uitsluitend afgegeven voor honden die:

–   15 maanden oud zijn als zij behoren tot de rassen Whippets, Italiaanse Windhondjes, Cirneco, Basenji, Podengo Portuges Medio en Pequeno en die bij de aanvang van  het kalenderjaar de leeftijd van acht jaar nog niet hebben bereikt,

–   18 maanden oud zijn als zij behoren tot de overige rassen en die bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van acht jaar nog niet hebben bereikt,

–   die in de Nederlandse stamboekhouding zijn ingeschreven als behorende tot één der windhondenrassen, Podenco Ibicenco, Podenco Canario, Pharaohound, CirneIMG_4593co, Podengo Portuges of Basenji.

–   waarvoor een hondenpas is afgegeven.

–   eigendom zijn van een lid van de windhondenrenvereniging die de startlicentie aanvraagt.

B.   Een startlicentie moet bij de Commissie worden aangevraagd door de thuisvereniging van de hond met gebruikmaking van een bij de Commissie verkrijgbaar formulier. Indien voor een hond voor de eerste maal een startlicentie wordt aangevraagd, moet de aanvraag vergezeld gaan van:

–   een kopie van de stamboom;

–   een kopie van het registratiebewijs;

–   een kopie van het entingsboekje waaruit blijkt dat de hond niet langer dan twaalf maanden tevoren is ingeënt tegen hondenziekte, hepatitis, leptospirose, parvo en kennelhoest;

–   een kopie van het entingsboekje waaruit blijkt dat de hond een inenting tegen rabiës heeft, welke minstens tot het einde van het wedstrijdseizoen geldig is;

–   een foto van 6×4 cm. met daarop de volledige hond met het hoofd naar rechts.

–   een haasvastverklaring of een goedrond verklaring als bedoeld in artikel VI.19 of een geldige renlicentie;

–   voor de te meten rassen een kopie van het meetrapport, bedoeld in artikel VI.26 lid 5.

Aanvragen voor startlicenties voor een nieuw coursingseizoen moeten jaarlijks voor aanvang van het nieuwe seizoen worden ingediend. De aanvraag moet vergezeld gaan van:

–   de startlicentie van de betreffende hond voor het voorafgaande seizoen;

–   een kopie van een geldig bewijs van inenting tegen rabiës in geval de enting niet het gehele nieuwe seizoen geldig is;

–   in een geval als bedoeld in artikel VI.28, eerste lid, en artikel VI.29 een kopie van het nieuwe meetrapport.

C.   Een coursinglicentie wordt door de thuisvereniging pas aan de eigenaar van de hond uitgereikt, nadat de daarvoor aangewezen verenigingsfunctionaris zich ervan overtuigd heeft dat de dekken, korf en riem van deze eigenaar voldoen aan de voorschriften en in goede staat verkeren en de eigenaar in het bezit is van dit reglement.

D.   Bij eigendomsoverdracht van een hond met een geldige startlicentie moet de nieuwe eigenaar binnen twee weken na ontvangst van het registratiebewijs met de gewijzigde tenaamstelling de startlicentie via zijn thuisvereniging inzenden aan de Commissie met het verzoek de tenaamstelling te wijzigen. Bij het verzoek wordt een kopie van het registratiebewijs gevoegd waaruit blijkt dat de nieuwe eigenaar als eigenaar in de Nederlandse stamboekhouding is geregistreerd.

2.  Een haasvastverklaring mag door drie daartoe door de Commissie bevoegd verklaarde personen worden afgegeven als de hond twee coursingparcoursen bij een vereniging met een rasgenoot goed heeft gelopen. Bij lopen in het buitenland moet de haasvastverklaring getekend worden door drie daartoe door de F.C.I. en/of door de F.C.I. erkende buitenlandse organisatie bevoegd verklaarde personen. In geval van een numeriek klein ras mogen de parcoursen worden gelopen met een zo veel mogelijk gelijkwaardige hond van een ander ras in plaats van met een rasgenoot. Voor het verkrijgen van een coursinglicentie moet de hond

-of een haasvastverklaring, behaald bij een bij de Raad aangesloten ren-of coursingvereniging of in geval de verklaring in het buitenland behaald word, bij een vereniging werkend onder een bij de F.C.I. en/of een door de F.C.I. erkende buitenlandse organisatie.

– of een goedrondverklaring volgens artikel VI.19 hebben behaald of in het bezit zijn van een geldige renlicentie.

3.   De artikelen VI.23 tot en met VI.33 zijn van toepassing voor de rassen Whippets en  Italiaanse Windhondjes.

De wedstrijd.

Artikel IX.35

1.   Inschrijving mag slechts plaats vinden door de eigenaar en in de klasse waarvoor de startlicentie van kracht is.

2.   De inschrijving moet uiterlijk tien dagen voorafgaande aan het weekeinde waarin de wedstrijd zal worden gehouden, worden gesloten. Zij wordt eerder gesloten als het door de organisator bepaalde maximum aantal in te schrijven honden is bereikt.

3.   Voor de inschrijving moet gebruik worden gemaakt van een volledig ingevuld en ondertekend inschrijfformulier.

4.   Inschrijvingen die na de sluiting van de inschrijving zijn ontvangen, moeten worden geweigerd tenzij de keurmeesters toestemming geven om een niet tijdig ingeschreven hond toch te laten deelnemen. Voor de inschrijving moet gebruik worden gemaakt van online inschrijfmogelijkheden of van een volledig ingevuld en ondertekend inschrijfformulier, waarop in ieder geval vermeld moeten worden:

a.   het ras en geslacht van de hond

b.   de volledige naam van de hond, het nummer van zijn startlicentie en het stamboomnummer;

c.   naam, adres en email-adres van de eigenaar;

d.   de naam van de thuisvereniging;

e.   de klasse waarvoor wordt ingeschreven.

Op het inschrijfformulier moet de inschrijver verklaren:

1.   dat hij door de inschrijving de rechtsmacht van de Raad van Beheer en de werking van het Kynologisch Reglement en van dit reglement  en de terzake geldende uitvoeringsbepalingen aanvaardt, en geacht mag worden bekend te zijn met die reglementen en bepalingen;

2.   dat de door hem ingeschreven hond, voor zover hem bekend is, gedurende de laatste twaalf weken niet heeft verkeerd in omstandigheden waardoor gevaar voor besmetting met hondenziekte of enige andere besmettelijke ziekte te vrezen valt, en dat hij met de hond niet aan de wedstrijd zal deelnemen indien de bedoelde omstandigheden zich alsnog mochten voordoen.

Artikel IX.36IMG_4351

Inschrijvingen mogen slechts worden geweigerd op grond van het bepaalde in dit reglement.

Artikel IX.37

Ten bewijze van de inschrijving zendt de organisator tijdig vóór de wedstrijd aan de inschrijver een bevestiging van deelname. Indien een wedstrijd wordt afgelast dient de organiserende vereniging de aangewezen keurmeesters hiervan telefonisch op de hoogte te stellen.

Artikel IX.38 Tekst vervallen.

Artikel IX.39

1.   Het inschrijfgeld moet uiterlijk bij de toelating worden voldaan.

2.   Indien een ingeschreven hond wegens ziekte of anderszins niet bij de wedstrijd aanwezig is dan wel op grond van het reglement niet wordt toegelaten, dan blijft het inschrijfgeld verschuldigd. Het inschrijfgeld wordt nooit terugbetaald, tenzij in dit reglement anders is bepaald

Artikel IX.40

1.   Alvorens bij een internationale wedstrijd en een nationale kampioenschapswedstrijd de honden tot deelname aan de wedstrijd worden toegelaten, worden zij door een daartoe aangewezen dierenarts onderzocht. Ook de honden die starten in proeflopen en licentielopen moeten door deze dierenarts worden onderzocht. Deze dierenarts kan de toegang weigeren aan honden die besmettingsgevaar voor aanwezige dieren of mensen kunnen opleveren.

2.   In ieder geval worden niet toegelaten:

a.   honden met een oor- of huidaandoening;

b.   honden met ongedierte;

c.   teven met vaginale uitvloeiing;

d.   honden met voor het publiek aanstootgevende verwondingen.

e.   zieke honden en honden die van ziek zijn verdacht worden;

f.   honden die duidelijk zichtbaar in disconditie of hinderlijk verwond zijn;

g.   drachtige teven.

3.   Ook op nationale wedstrijden is lid 2  van toepassing waarbij de beslissing ligt bij de dierenarts.

4.   Tegen de beslissing van de dierenarts en de keurmeesters is geen beroep mogelijk

5.   Bij aanwezigheid van een dierenarts mogen vóór of tijdens een wedstrijd geneesmiddelen uitsluitend door deze dierenarts aan een hond worden toegediend. Indien bij afwezigheid van een dierenarts deze toediening door iemand anders geschiedt, dan leggen de keurmeesters de betreffende hond voor de verdere duur van de wedstrijd een startverbod op. Indien zich bij een hond tijdens de wedstrijd een ziekte of verwonding voordoet, moet de handler dit onmiddellijk ter kennis van de coursingleider brengen. Indien een dierenarts aanwezig is, raadpleegt de coursingleider deze. Vervolgens adviseert hij de keurmeesters over de verdere deelname van de hond aan de wedstrijd. De keurmeesters kunnen de hond voor de verdere duur van de wedstrijd een startverbod opleggen en moet dat doen indien de dierenarts dat adviseert.

6.   Tot deelname aan een nationale kampioenschapswedstrijd mogen geen honden worden toegelaten, waaraan door de Commissie voor die wedstrijd een startverbod is opgelegd omdat zij naar het oordeel van de Commissie een storende invloed zouden kunnen uitoefenen op een soepel en vlot verloop van de wedstrijd. Het besluit tot het opleggen van het startverbod wordt onder opgave van redenen aan de eigenaar van de hond meegedeeld.

Artikel IX.41

De handler moet de start- of coursinglicentie evenals de hondenpas aan de wedstrijdsecretaris afgeven, bij gebreke hiervan en wanneer blijkt dat de hond is ingeschreven in een klasse waartoe zijn startlicentie geen toegang geeft, kunnen de keurmeesters de toelating van de hond tot deelname aan de wedstrijd weigeren.

Gang van zaken tijdens de wedstrijd

Artikel IX.42

De keurmeesters kunnen een course ongeldig verklaren en laten overlopen indien naar hun oordeel wegens strijd met reglementaire bepalingen of anderszins de uitslag van de course niet aanvaard kan worden. De organisator en de keurmeesters dragen er zorg voor, dat de wedstrijd vlot wordt afgewerkt zonder te lange pauze, en dat de honden niet vaker hoeven te starten dan noodzakelijk is voor een goed en vlot verloop van de wedstrijd en voor de bepaling van een eerlijke uitslag.

Artikel IX.43

De honden moeten tijdens de wedstrijd voortdurend aangelijnd zijn, behalve tijdens het lopen van hun coursen. Na het opvangen moeten de honden onmiddellijk worden aangelijnd. De handler draagt er zorg voor, dat zijn hond voorzien is van een deugdelijke halsband met gesp of kliksluiting en lijn. De lijn moet voorzien zijn van een deugdelijke bajonetsluiting.

Artikel IX.44 zie hiervoor ook het Aanhangsel 2 over rendekkenI. Dana r Ealasaid w 5

De honden dragen tijdens het lopen van hun coursen een muilkorf en een rood of wit rendek of hesje. Deze rendekken of hesjes hoeven niet te zijn voorzien van cijfers. Rendekken, hesjes en muilkorven dienen te voldoen aan de door de Commissie gestelde eisen in Aanhangsel 2. Italiaanse Windhondjes hoeven geen muilkorf te dragen mits de eigenaren van beide honden in de betreffende course dit zo wensen. De hond moet gemuilkorfd zijn en een rendek of hesje aan hebben alvorens het wedstrijdterrein te betreden en dient deze op en aan te houden totdat hij het wedstrijdterrein heeft verlaten. De handler draagt er zorg voor, dat zijn hond tijdens het lopen van iedere course het rendek of hesje draagt, dat voor die course is voorgeschreven.  Honden waaraan de titel Nederlands Kampioen Coursing met jaartal is toegekend, moeten het werkdek dragen tijdens nationale wedstrijden gedurende de rest van het jaar tot aan de tweede omloop waarin om dezelfde titel wordt gelopen, waarbij de andere hond dan onder wit loopt. Indien daarbij volgens het indelingssysteem in de tweede omloop in één course twee honden een werkdek zouden moeten dragen, dan draagt de laagst geplaatste hond het witte rendek of hesje.

Artikel IX.45

1.   Direct vóór aanvang van de wedstrijd wordt het parcours door de keurmeesters samen met de draaier en de coursingleider en indien aangewezen de gedelegeerde gekeurd op voldoening aan de voorschriften, veiligheid en uitvoerbaarheid. Zo nodig worden op aanwijzing van de keurmeesters veranderingen aangebracht. Tevens keuren de keurmeesters de te gebruiken materialen op bruikbaarheid en voldoening aan de voorschriften. De Commissie kan in bijzondere gevallen uit zijn midden een lid aanwijzen om het terrein en alle daarop te gebruiken materialen, tussen drie dagen en 24 uur vóór aanvang van de wedstrijd te keuren op bruikbaarheid en voldoening aan de voorschriften. De organisator kan tegen een besluit tot afkeuring bezwaar indienen bij de Commissie. Indien het terrein door bovengenoemd Commissielid of door de voorzitter van de keurmeesters is afgekeurd, wordt de wedstrijd afgelast en reeds betaalde inschrijfgelden moeten worden terugbetaald.

2.   Het is niet toegestaan om de deelnemende honden op de dag van de wedstrijd in de gelegenheid te stellen, het terrein te verkennen.

3.   Het is niet toegestaan om trainingscoursen te laten verlopen vóór of tijdens de wedstrijd of binnen een half uur na de laatste course.

4.   Vóór aanvang van de wedstrijd mogen maximaal 3 proeflopen ter controle van het te gebruiken materiaal worden gelopen.

5.   Indien er tijdens een wedstrijd licentielopen plaatsvinden, dienen deze te worden ingedeeld na de proeflopen en voor aanvang van de wedstrijdcoursen. Zowel de proeflopen als de licentielopen dienen in het programma te worden vermeld.

6.  De op het terrein aanwezige honden moeten deelnemen aan de wedstrijd waarvoor zij zijn ingeschreven, tenzij zij door de keurmeesters van (verdere) deelname zijn uitgesloten of de handler aan de coursingleider gemeld heeft dat hij de hond terugtrekt uit de wedstrijd.

7.   De organisator draagt er zorg voor dat op een bord van voldoende grootte het nummer wordt aangegeven van de course die aan de beurt is.

8.   Deelnemers mogen zich niet rechtstreeks, doch uitsluitend via de coursingleider tot de keurmeesters wenden.

9.   De deelnemende honden moeten ten minste een half uur vóór de aanvang van de wedstrijd op het terrein aanwezig en aangemeld zijn.

Artikel IX.46

1.   Tot de taak van het wedstrijdsecretariaat behoort onder meer:

a.   het verzorgen van het administratieve materiaal voor de keurmeesters waarbij de nieuwste versies dienen te worden gebruikt;

b.   het registreren van de aanwezigheid van de deelnemende honden en het innen van de inschrijfgelden;

c.   het verzorgen van een voldoende administratieve controle op de keuringen van de dierenarts;

d.   het in het programma van de wedstrijd per course noteren van de punten van de keurmeesters;

e.   het op het keurrapport noteren van uitsluitingen van (verdere) deelname, van startverboden en van alle door de keurmeesters gewenste feiten en beslissingen;

f.   het invullen van de hondenpassen en bij diskwalificaties de startlicenties;

g.   het eventueel in overleg met de coursingleider indelen van de honden voor de eerste omloop, in paren, lettende op leeftijd, ervaring, eerdere prestaties en snelheid. Honden van één eigenaar worden zo mogelijk niet in dezelfde course ingedeeld;

h.   het met behulp van het indelingssysteem maken van de indelingen voor de tweede omloop, eventueel in overleg met de coursingleider en met in achtneming van de aanwijzingen van de keurmeesters;

i.   het tijdig bekend maken van de ingedeelde paren aan de deelnemers;

j.   het mede ten behoeve van de keurmeesters voorhanden hebben van alle van kracht zijnde reglementen, uitvoeringsbepalingen en circulaires;

k.   het inhouden van de startlicentie in alle gevallen waarin dit is voorgeschreven;

l.   het zorgen voor ondertekening van het volledig ingevulde keurrapport door alle keurmeesters;

m.   het binnen 72 uur na afloop van de wedstrijd aan het secretariaat en de administrateur van de Commissie inzenden van alle daarvoor in aanmerking komende stukken..

2.   Bij een oneven aantal honden loopt in de laatste course van de eerste omloop of in een extra course voor de tweede   omloop, de overgebleven hond tegen de hond met het slechtste resultaat uit alle voorgaande coursen. De laatstbedoelde hond loopt niet in de tweede omloop. Indien gebruik gemaakt wordt van het indelingssysteem d.m.v. een  computer loopt bij een oneven aantal honden één hond solo:

A.   Indien door omstandigheden één hond solo zou moeten lopen kan op verzoek van de eigenaar en in overleg met de coursingleider een begeleidehond worden ingezet, mits deze aan de volgende voorwaarden voldoet:

–   de hond moet minimaal 18 maanden oud zijn, Whippets, Italiaanse windhondjes, Podengo Portuges medio en pequeno, Cirneco’s en Basenji’s moeten minimaal 15 maanden oud zijn.

–   de hond moet in het bezit zijn van een geldige ren-of coursinglicentie of bewijsbaar een goedrond-of haasvastverklaring

–   de hond moet van een bijpassend ras zijn voor de hond die begeleid wordt

–   de hond loopt mee buiten mededinging

3.   Alle honden lopen twee coursen per dag.

4.   De keurmeesters kunnen, de coursingleider gehoord hebbend, een door het wedstrijdsecretariaat vastgestelde indeling van de eerste omloop wijzigen, ook al is deze in het wedstrijdprogramma afgedrukt.

5.   Voor nationale kampioenschapswedstrijden maakt een vertegenwoordiger van de Commissie de indelingen voor de eerste omloop in overleg met het wedstrijdsecretariaat van de uitvoerende vereniging. De verdere indelingen op de dag zelf worden door het wedstrijdsecretariaat gemaakt in overleg met de gedelegeerde.

Artikel IX.47IMG_4426

1.   De handler moet met zijn hond tijdig bij de start aanwezig zijn.

2.   Een hond die niet bij de start aanwezig is op het moment waarop het startsein gegeven zou moeten worden, wordt door de keurmeesters van (verdere) deelname aan de wedstrijd uitgesloten.

Artikel IX.48

1.   Alvorens de honden gestart worden controleert de starter de “zit” van de muilkorf en van het rendek/hesje en of beide aan de voorschriften voldoen. Indien de door de starter geconstateerde gebreken aan muilkorf of rendek/hesje niet direct hersteld kunnen worden en ook vervanging door ander materiaal niet mogelijk is, dan sluit hij de hond van de start uit, tenzij, wat het rendek/hesje betreft, door de keurmeesters toestemming is gegeven om zonder rendek/hesje te starten.

2.   Als de honden klaar staan, rood rechts en wit links, geeft de starter aan de draaier het teken om de kunsthaas in beweging te brengen. Als de kunsthaas voldoende snelheid en afstand heeft, geeft de starter mondeling aan de handlers het commando om de honden los te laten.

Artikel IX.49

1.   Bij een startfout kunnen de keurmeesters, afhankelijk van de ernst van de fout, een herstart bevelen. De starter dient onregelmatigheden bij de start meteen aan de keurmeesters te melden.

2.   De keurmeesters kunnen voor de betreffende hond puntenaftrek vaststellen.

Artikel IX.50

Bij een haasbreuk besluiten de keurmeesters tot een onmiddellijke herstart dan wel tot het overlopen van de course met inachtneming van een voldoende rusttijd voor de honden.

Artikel IX.51

Indien de honden de kunsthaas zijn kwijtgeraakt, beslissen de keurmeesters of er vanaf de betreffende plaats opnieuw gestart zal worden of dat de course als beëindigd moet worden beschouwd.

Artikel IX.52

De keurmeesters kunnen voor honden die de course of de wedstrijd vertragen of waarvan de handler dat doet, puntenaftrek vaststellen.

Artikel IX.53

1.   Aan aanvallende en storende honden en honden die zonder voor de keurmeesters aanwijsbare oorzaak tijdens de course stoppen alsmede honden die na het startsignaal bij de eigenaar blijven of anderszins zich terugtrekken en honden die in plaats van de kunsthaas hun concurrent achternalopen wordt door de keurmeesters voor de verdere duur van de wedstrijd een startverbod opgelegd.

a.   Onder aanvallende honden worden honden verstaan die hun aandacht niet op de kunsthaas richten, maar hun tegenstander aanvallen of proberen aan te vallen, zodat deze wordt gehinderd in een normale voortgang van de course. Het onmiddellijk volgende verweer van een aangevallen hond wordt niet als aanvallen aangemerkt.

b.   Onder storende honden worden honden verstaan die hun interesse niet op de kunsthaas richten en uit eigen beweging niet meer hun eigen course lopen, daarbij de andere hond hinderende.

c.   Indien een hond zijn lichaam gebruikt om zich vrij baan te verschaffen zonder de bedoeling aan te vallen, en zijn aandacht op de kunsthaas blijft richten, wordt dit niet als storen of aanvallen aangemerkt.

d.   Iedere toepassing van dit eerste lid met uitzondering van c. wordt door het
wedstrijdsecretariaat als “disq” in de hondenpas en op de startlicentie
aangetekend. Na iedere tweede en volgende diskwalificatie binnen een
renseizoen wordt de startlicentie door het wedstrijdsecretariaat ingehouden en
aan de Commissie gezonden.

2.   Keurmeesters kunnen een hond voor een dag van deelname uitsluiten als de hond niet de vereiste conditie heeft voor de wedstrijd. De mening van de dierenarts is hierbij doorslaggevend. Indien geen dierenarts aanwezig is is de mening van de keurmeesters doorslaggevend. Indien een hond voor een dag van deelname aan de wedstrijd wordt uitgesloten, wordt dit als “uitsluiting voor de dag” aangetekend in de hondenpas.

Artikel IX.54

De handler zorgt ervoor dat hij, of iemand namens hem, bij de opvang aanwezig is om zijn hond op te vangen en aan te lijnen en het parcours te verlaten zonder de voortgang van de wedstrijd te belemmeren. Hij mag daarbij het uitzicht van de keurmeesters niet belemmeren en dient de aanwijzingen van de starter en/of coursingleider in acht te nemen. Indien de combinatie van starten en opvangen praktisch onmogelijk is en de handler geen hulp ter beschikking staat, meldt hij dit aan de coursingleider, die zal zorgen voor het deskundig opvangen van de hond. Een handler van een agressieve hond dient dit te melden aan de coursingleider, die kan zorgdragen voor hulp bij de opvang.

Artikel IX.55

Alle prijzen worden zo mogelijk direct na het vaststellen van de uitslagen aan de rechthebbenden uitgereikt. Indien en voor zover uitreiking op de dag van de wedstrijd niet mogelijk is, zendt de organisator de prijzen binnen één maand franco aan de rechthebbenden toe.

Artikel IX.56

1.   Ieder die op enigerlei wijze betrokken is bij de organisatie van de wedstrijd mag tijdens de wedstrijd direct noch indirect aan toto of weddenschappen deelnemen. Zij onthouden zich op de dag van de wedstrijd tot aan het einde van hun functievervulling van het gebruik van alcoholhoudende dranken.

2.   De Commissie oefent controle uit op de wijze waarop officials hun functie vervullen. De Commissie kan de erkenning van een official onder opgave van redenen intrekken indien deze in zijn functievervulling duidelijk tekort schiet.

3.   Tijdens de wedstrijd hebben uitsluitend toegang tot het terrein:

a.   leden van het bestuur van de organisator, voor zover de vervulling van een hun opgedragen taak dat noodzakelijk maakt;

b.   officials, voor zover de vervulling van hun taak dat noodzakelijk maakt, en de gedelegeerde;

c.   leden van de Commissie, uitsluitend voor het uitoefenen van controle;

d.   personen die hiertoe uitdrukkelijk zijn gemachtigd door de coursingleider;

e.   handlers, uitsluitend om hun honden naar de start te brengen of op te vangen.

Doping170_7067

Artikel IX.57

Het internationaal dopingreglement volgens artikel 1.10 van het F.C.I. Internationaal Ren- en Coursingreglement is geldig voor Nederland.

Slotbepaling

Artikel IX.58

1.   De Commissie kan ter aanvulling van de bepalingen van dit hoofdstuk nadere richtlijnen vaststellen, die niet in strijd mogen zijn met het in dit hoofdstuk bepaalde.

2.   De in het eerste lid bedoelde richtlijnen treden pas in werking nadat zij door de Raad van Beheer zijn goedgekeurd, aan de windhondenrenverenigingen zijn toegezonden, algemeen ver­krijgbaar zijn gesteld en de in het derde lid bedoelde bekendmaking heeft plaats gehad.

3.   De in het tweede lid bedoelde verkrijgbaar stelling wordt in de kynologische pers bekend gemaakt onder vermelding van de onderwerpen waarop de richtlijnen betrekking hebben.

4.   Voor zover niet in dit Hoofdstuk IX geregeld, geldt het bepaalde in Hoofdstuk I en de Aanhangsels van dit Ren- en Coursingreglement.

Hoofdstuk IV   Sancties

Algemeen

Artikel X.1

Dit hoofdstuk is op baan- en coursingwedstrijden van toepassing.

Bijzondere verboden

Artikel X.2

Het is verboden zich te verzetten tegen de keurmeesters of uitspraken en aanwijzingen van de keurmeesters niet na te leven.

Artikel X.3

Het is verboden Afghanen, Saluki’s en Barsoi’s in een andere dan de natuurlijke haardracht aan een wedstrijd te laten deelnemen.

Artikel X.4

Het is verboden een hond op het terrein van de renbaan of de coursingwedstrijd, dan wel in de onmiddellijke omgeving daarvan, vóór of tijdens de coursen waaraan hij moet deelnemen, eten  of drinken toe te dienen, waaraan medicamenten als bedoeld in artikel VI.13 van het Kynologisch Reglement of de artikelen VIII.45 en IX.57 zijn toegevoegd.

Artikel X.5

1.   Het is verboden in het openbaar beschuldigingen van doping te uiten indien niet tegelijkertijd een officiële klacht terzake wordt ingediend en garant wordt gestaan voor de kosten van het betreffende onderzoek.

2.   Het is verboden onvoldoende medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in de artikelen VIII.45 en IX.57

Artikel X.6

Voor tekst zie  Hoofdstuk VI.32

Straffen

Artikel X.7

De keurmeesters kunnen een persoon en/of hond(en) uitsluiten van (verdere) deelname aan de wedstrijd wegens handelen of nalaten in strijd met het Kynologisch Reglement dan wel met dit reglement of de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen.

Artikel X.8

a. De Commissie kan een persoon en/of hond(en) uitsluiten van deelname aan andere binnen een maand te houden wedstrijden wegens handelen of nalaten in strijd met het Kynologisch Reglement dan wel met dit reglement of de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen.
b. De meetcommissie kan een eigenaar/handler en zijn hond(en) uitsluiten van de meetprocedure in geval de eigenaar/handler voor, tijdens en/of na de meting
-. handtastelijk is, onwelvoeglijke taal gebruikt, beledigingen en/of
bedreigingen uit dan wel zich op andere wijze onbetamelijk gedraagt
tegenover de leden van de meetcommissie
-. handtastelijk en/of bedreigend is tegenover de te meten hond

Artikel X.9

De Commissie kan aan een official zijn bevoegdheid voor binnen een maand na de betreffende wedstrijd te houden andere wedstrijden ontnemen wegens handelen of nalaten in strijd met het Kynologisch Reglement dan wel met dit reglement of de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen.

Artikel X.10

1.   Indien een der artikelen X.7 tot en met X.9 wordt toegepast, wordt de betrokkenen in de gelegenheid gesteld zich te verdedigen.

2.   De beslissing wordt zo spoedig mogelijk mondeling of schriftelijk met opgave van redenen aan de betrokkene meegedeeld. Een mondelinge mededeling wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.

Startverboden

Artikel X.11  

1.   Indien de keurmeesters een hond twee maal in een wedstrijdseizoen een startverbod wegens storen op grond van artikel VIII.30 of artikel IX.53 hebben opgelegd, dan kan de Commissie aan deze hond een startverbod opleggen voor ten hoogste drie volgende weekenden waarin wedstrijden worden gehouden.

2.   Indien de keurmeesters de hond daarna in hetzelfde wedstrijdseizoen opnieuw een startverbod wegens storen op grond van artikel VIII.30 of artikel IX.53 hebben opgelegd, dan kan de Commissie aan deze hond opnieuw een startverbod opleggen voor ten hoogste zeven volgende weekenden waar­in wedstrijden worden gehouden.

3.   Indien de keurmeesters de hond daarna in hetzelfde wedstrijdseizoen nogmaals een startverbod wegens storen op grond van artikel VII1.30 of artikel IX.53 hebben opgelegd, dan kan de Commissie aan deze hond opnieuw een startverbod opleggen voor ten hoogste zeven volgende weekenden waar­in wedstrijden worden gehouden.

Artikel X.12

Bij toepassing van artikel X.11, eerste, tweede lid of derde lid, wordt de startlicentie pas teruggegeven nadat de periode van het startverbod is verstreken en nadat de eigenaar opnieuw een goedrondverklaring als bedoeld in artikel VI.19 onderscheidenlijk een haasvastverklaring als bedoeld in artikel IX.34 aan de Commissie heeft overgelegd.

Artikel X.13

1.   Indien de keurmeesters een hond vier maal in twee wedstrijdseizoenen een startverbod wegens storen op grond van artikel VIII.30 of artikel IX.53 hebben opgelegd, dan kan de Commissie de startlicentie intrekken.

2.   De eigenaar kan vervolgens in overeenstemming met het wat dat betreft in dit reglement bepaalde een nieuwe startlicentie voor de betreffende hond aanvragen met dien verstande, dat in dit geval voor een nieuwe startlicentie een goedrondverklaring of haasvastverklaring moet worden overlegd, die is afgegeven door drie keurmeesters. De Commissie kan een bepaalde baan aa171_7118nwijzen waarop voor deze goedrondverklaring gelopen moet worden.

3.   Op de nieuwe startlicentie wordt aangegeven dat het een vernieuwd document betreft.

Artikel X.14

Indien de keurmeesters na de toepassing van Hoofdstuk X.13 aan de betreffende hond opnieuw een start­verbod wegens storen op grond van Hoofdstuk VIII.30 of Hoofdstuk IX.53 hebben opgelegd, dan trekt de Commissie de startlicentie definitief in. Een aanvraag voor een nieuwe startlicentie is daarna niet meer mogelijk.

Artikel X.15

Indien een hond binnen een periode van vier weken twee maal wegens een blessure met toestemming van de keurmeesters aan deelname wordt onttrokken, dan kan de Commissie aan deze hond een startverbod opleggen voor drie volgende weekenden waarin wedstrijden worden gehouden. De startlicentie wordt pas teruggegeven nadat de periode van het startverbod is verstreken.

Artikel X.16

De Commissie deelt iedere beslissing op grond van deze titel zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de betrokken eigenaar en thuisvereniging mede.

Hoofdstuk V Slotbepalingen

Artikel XI.1

1.   In een Tarievenbesluit stelt de Commissie de bedragen vast die verschuldigd zijn als vergoeding voor door of vanwege haar verrichte handelingen en verleende diensten, of als bijdrage in de algemene kosten van de Commissie.

2.   Het in het eerste lid bedoelde Tarievenbesluit en de wijzigingen daarin treden pas in werking nadat zij door de Raad van Beheer zijn goedgekeurd en aan de windhondenrenverenigingen zijn toegezonden.

Artikel XI.2

De Commissie kan bij wijze van proef voor ten hoogste één wedstrijdseizoen bepalingen vaststellen die afwijken van dit reglement. Deze bepalingen behoeven de goedkeuring van de Raad van Beheer alvorens zij in werking treden.

Artikel XI.3

1.   In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Raad van Beheer na overleg met de Commissie.

2.   Indien echter in een geval waarin dit reglement niet voorziet, tijdens een wedstrijd een beslissing moet worden genomen, dan beslissen de keurmeesters.

3.   Daar waar uitvoering van enig artikel in dit reglement leidt tot een niet bedoelde bijwerking kan de Commissie hiervoor anders beslissen.

Artikel XI.4

In bijzondere gevallen kan de Commissie van een of meer bepalingen van dit reglement dispensatie verlenen. Van een besluit tot het verlenen van dispensatie wordt afschrift gezonden aan de Raad van Beheer en aan de Windhondenrenraad.

Artikel XI.5

IMG_19901. Dit reglement kan worden aangehaald als ‘Ren- en Coursingreglement’. Het treedt in werking met ingang van de door de Commissie bepaalde datum van 12 april 2016.
2. Alle voorgaande uitvoeringen van Het Nationale Ren en Coursingreglement zijn hierbij vervallen en zijn ingetrokken.
Aldus vastgesteld in maart 2018,
door de Commissie voor de Windhondenrensport,
Johan Hoedemaker, voorzitter
Anneke de Kraker, secretaris
Versie maart 2018

 

AANHANGSEL 2

 

Rendekken en muilkorven

EISEN TE STELLEN AAN RENDEKKEN VOOR BAANRENNEN en voorbeelden van toegelaten muilkorven

1. De rendekken voor toepassing bij baanrennen moeten op beide zijkanten duidelijk genummerd zijn met cijfers die voor grote rassen ten minste 12 centimeter, voor whippets tenminste 6 centimeter en voor Italiaanse Windhondjes 4 centimeter hoog zijn. De cijfers moeten geplaatst zijn in het zijgedeelte met de maten C, zoals gscannen0001etoond in de tekening aan het eind van dit aanhangsel.

2. De rendekken moeten de volgende kleuren hebben: 1. rood -met cijfer 1 in wit 2. blauw -met cijfer 2 in wit 3. wit -met cijfer 3 in zwart 4. zwart -met cijfer 4 in wit 5. geel -met cijfer 5 in zwart 6. zwart/wit (horizontaal gestreept) – met cijfer 6 in rood. Tevens zijn hesjes toegestaan mits in de hierboven genoemde kleuren en cijfers.

3. De Commissie kan nadere voorschriften voor de uitvoering van de rendekken geven.

EISEN TE STELLEN AAN RENDEKKEN BIJ COURSING

Onder verwijzing naar het bepaalde in Hoofdstuk IX Artikel 44 van het nationale ren- en coursingreglement wordt bepaald, dat voor coursingwedstrijden de honden lopen met een rood of wit coursingdek, dat een duidelijke herkenning van de honden garandeert. De onderstaande tekening geeft een voorbeeld van veel gebruikte afmetingen voor de maten A en B. De eis die gesteld wordt aan een aangebracht rood of wit dek is dat het minimum zijoppervlak dat op afstand zichtbaar is, hier globaal aangeduid met de maten C, minstens voldoet aan de minimum-maat C zoals aangegeven in de tabel hieronder. Voor de grote rassen: maat A minimaal 35 cm. (op het breedste deel gemeten) maat B minimaal 26 cm. (in het midden over de rug gemeten) maten C tenminste 13 cm. (vlak van tenminste 13x13cm) voor de kleine rassen: maat A minimaal 24 cm. (op het breedste deel gemeten) maat B minimaal 19cm. (in het midden over de rug gemeten) maten C tenminste 10cm. (vlak van tenminste 10x10cm). Het coursingdek dient in ieder geval op afstand goed zichtbaar te zijn voor de keurmeesters in het veld. Het voeren van een cijfer op het coursingdek is op nationale coursings toegestaan maar niet verplicht, op internationale wedstrijden mogen er geen nummers en/of andere tekens opstaan.
Behalve rendekken is het ook toegestaan om de hond te laten lopen met een wit of rood hesje.
Voorbeelden van toegelaten muilkorven : Ook verenstaaldraad uitvoering is toegestaan voor de bovenste twee modellen.

scannen0002scannen0003

 

 

 

 

scannen0004

AANHANGSEL 4  

WAT TE DOEN BIJ TEMPERATUREN VAN 28 GRADEN OF HOGER.

Indien de weersvoorspellingen op de website www.weeronline.nl 28 graden C. of hoger aangeven op de dag dat een baanrenwedstrijd wordt georganiseerd, moet de indeling van het normale programma worden aangepast. De honden worden dan zo ingedeeld, dat ze in zo min mogelijk coursen de finale kunnen halen. Puntencoursen van 3 keer lopen worden teruggebracht naar 2 keer lopen. De tweede puntencourse zal dan doorslaggevend zijn bij gelijk aantal punten.

WAT TE DOEN BIJ TEMPERATUREN VAN 30 GRADEN OF HOGER.

Indien de weersvoorspellingen op de website www.weeronline.nl 30 graden of hoger aangeven op de dag dat een baanren c.q. coursingwedstrijd wordt georganiseerd, moet de organiserende vereniging de ochtend daags voor de wedstrijd contact opnemen met de Commissie.  De Commissie zal dan een besluit nemen omtrent het al dan niet doorgaan van de wedstrijd.  De vereniging is niet verplicht de deelnemers een bericht van afgelasting te sturen, de deelnemer moet zelf informeren bij de betreffende vereniging.

WAT TE DOEN BIJ EXTREME WEERSOMSTANDIGHEDEN.

Bij weersomstandigheden zoals zware storm of een nabij onweer moet de baanren c.q. coursingwedstrijd gestaakt worden totdat het weer rustig is. In geen geval mogen de deelnemers en honden in dat geval doorgaan met de wedstrijd. Ook de veiligheid van het publiek moet gewaarborgd blijven.

COURSESCHEMA BAANRENNEN BIJ  EXTREEM HOGE TEMPERATUREN:

Bij 4 honden 2 keer om punten.

Bij 5 honden 2 keer om punten.

Bij 6 honden 2 keer om punten     in serie 2 x 3 honden     in finale 1 x 6

Bij 7 honden serie 1 x 3, 1 x 4 om 2 pl.              tussenloop 1 x 3 om 2 pl.

Bij 8 honden serie 2 x 4  om 2 pl.                             ,,              1 x 4 om 2 pl.

Bij 9 honden serie 1 x 4, 1 x 5  om 2 pl.                   ,,               5 om 2 pl.

Bij 10 honden serie 2 x 5  om 2 pl.                          ,,              2 x 3 om 1 pl.

Bij 11 honden serie 1 x 5, 1 x 6  om 2 pl.                 ,,              1 x 3, 1 x 4 om 1 pl.

Bij 12 honden serie 3 x 4  om 1 pl.                          ,,              3 x 3 om 1 pl.

Bij 13 honden serie 3 x 3, 1 x 4  om 1 pl.                ,,              1 x 4, 1 x 5  om 1 pl.

Bij 14 honden serie 2 x 3, 2 x 4  om 1 pl.               ,,             2 x 5  om 1 pl.

Bij 15 honden serie 3 x 5 om 1 pl.                           ,,             3 x 4  om 1 pl.

Bij 16 honden serie 4 x 4  om 1 pl.                         ,,             2 x 6  om 1 pl.

Bij 17 honden serie 1 x 5, 2 x 6  om 1 pl.               ,,             1 x 4, 2 x 5  om 1 pl.

Bij 18 honden serie 3 x 6  om 1 pl.                         ,,              3 x 5  om 1 pl.

Bij dit schema vervallen alle herkansingen.

 

AANHANGSEL 6

Beoordelingssysteem bij coursing volgens het F.C.I.-systeem.

Coursingkeurmeesters moeten de honden beoordelen op 5 criteria t.w.: 1. behendigheid   2. snelheid   3. conditie   4. volgen   5. enthousiasme

Het maximum aantal punten per criterium is 20. Honden die in de eerste omloop zonder duidelijke reden niet 50% van het totale aantal te behalen punten hebben verkregen, mogen niet meedoen aan de tweede omloop. Er moeten 2 omlopen worden gelopen, de punten van beide omlopen worden opgeteld. Mocht er geen mogelijkheid zijn voor een tweede omloop, dan wordt de uitslag bepaald door de in de eerste omloop behaalde punten. Indien 2 of meer deelnemende honden een gelijk aantal punten heeft behaald (uitgaand van 2 gelopen omlopen), dan krijgt de hond met het hogere aantal punten in de 2e omloop in de einduitslag een hogere plaatsing. Mocht dit resultaat nog steeds gelijk zijn, dan moet voor de hogere plaatsing worden gekeken naar het hogere aantal punten in de 2e omloop in de volgorde: behendigheid – snelheid – conditie – volgen – enthousiasme.

1. Behendigheid – De behendigheid van een hond kan beoordeeld worden aan: – Zijn snelle wendingen, uitgelokt door de bewegingen van het haas. – De manier waarop hij de obstakels neemt. – Het pakken van het haas, in het bijzonder door een glijdend vangen van de prooi.

2. Snelheid – Dit is de snelheid die nodig is om een prooi te vangen, getoond door de snelheid waarmee grond wordt beslagen, wanneer honden aan de start reageren op het verrassende vertrek van de haas. Gedurende het gehele parcours moet de hond snelheid tonen en in het bijzonder als hij het haas pakt. Snelheid wordt duidelijk door het tempo van de bewegingen en de vooruitgang van de hond. De keurmeesters dienen de hond te belonen die laag rent, zich goed strekt en het haas opjaagt. Omdat de tijd niet gemeten wordt om de snelheid te meten, is de manier waarop de hond zich inspant van betekenis voor de beoordeling van zijn kunnen. Door de keurmeesters wordt de absolute snelheid niet beoordeeld, omdat de snelheid van de honden moet worden vergeleken met die van zijn tegenstanders. Bij het beoordelen van de snelheid moet gelet worden op de raskenmerken. Niet alle rassen bereiken de topsnelheden van anderen. Een go-bye kan worden gemaakt, wanneer de hond in tweede positie zijn uiterste best doet en zijn tegenstander inhaalt. Het inhalen vindt altijd plaats tussen 2 opeenvolgende klossen.

3. Conditie – Een goede conditie van een windhond is te constateren als hij zijn wedstrijd beëindigt in een goede lichamelijke toestand. Het is een optelsom van lichamelijke en mentale vaardigheden. Een hond die de hele course aanvallend rent en geen blijk geeft van tekenen van vermoeidheid, zelfs niet aan het einde, heeft een goede conditie.

4. Volgen is het vermogen van een hond om het haas te volgen en altijd 100% aandacht te hebben voor het haas. Goed volgen wordt gekenmerkt door: 1. Het volgen van het haas tijdens de gehele course en het actief proberen te pakken van het haas. Snel reageren op de bewegingen van het haas.   2. Het exact volgen van het haas en het onmiddellijk proberen om een “sprong om te doden” te maken als hij dicht bij het haas komt.   3. Probeert actief en aanvallend het haas te vangen gedurende de gehele course.   4. Achter het haas aangaan zonder zich af te vragen waar het haas heengaat (course wijs rennen).

5. Enthousiasme – Dit is de geestdrift tijdens de achtervolging, ongeacht de bodemgesteldheid (ruw of met obstakels) en wat er zich ook voordoet, zoals het doorschieten in bochten, vallen, en het haas uit het oog verliezen. Het enthousiasme van een hond is te zien: a. Bij de start: – de hond is volledig geconcentreerd, – de ogen van de hond zijn uitsluitend op het haas gericht.   b. Bij de achtervolging van het haas: – door het aanhoudend opjagen van het haas, daarmee de draaier dwingend tot het opvoeren van de snelheid van het haas om een voortijdig vangen van het haas te vermijden. – de hond springt keurig en zonder aarzeling over een hindernis – hij gaat vliegensvlug terug als het haas is achter geraakt.   c. Bij het pakken van het haas: – op volle snelheid – als de hond het haas al glijdend pakt, – bij de poging het haas te pakken zelfs als de tegenstander het haas eerder heeft gepakt.

Bestraffing van een valse start: Indien eigenaar zijn hond te vroeg of te laat loslaat vanwege een tactisch voordeel mogen de keurmeesters 10% van het door de hond behaalde puntenaantal in die course aftrekken. In geval van een valse start kunnen de keurmeesters advies inwinnen van de starter.

Te laat aan de start: Als een hond te laat aan de start is zal hij worden uitgesloten voor de rest van de dag.

Sancties:

Internationaal:

Uitsluiting: Keurmeesters MOGEN een hond voor de rest van de dag uitsluiten als:
a. hij bij zijn eigenaar blijft na het startsignaal of het wedstrijdterrein verlaat,   b. hij niet het haas maar zijn tegenstander volgt,   c. hij -naar het oordeel van de dierenarts – onvoldoende conditie heeft voor de wedstrijd,   d. hij stopt tijdens de course e. hij aangemoedigd moeten worden om te beginnen met rennen of naar de finish te rennen door roepen, gebaren, fluiten of andere handelingen.
Diskwalificatie: Keurmeesters MOETEN honden diskwalificeren die:

a. andere honden aanvallen of proberen aan te vallen,   b. willen ontsnappen,   c. de voortgang van de course belemmeren.

Aanvallende honden zijn honden die hun aandacht niet op het haas gericht houden maar de andere hond aanvallen of proberen aan te vallen om hen daardoor te beletten de haas normaal te achtervolgen. De onmiddellijke verdedigende reactie op de aanval is toegestaan.

Nationaal:

Uitsluiting: Keurmeesters KUNNEN een hond voor een dag van deelname uitsluiten als de hond niet de vereiste conditie heeft voor de wedstrijd. De mening van de dierenarts is hierbij doorslaggevend. Indien geen dierenarts aanwezig is, is de mening van de keurmeesters doorslaggevend.
Diskwalificatie: Keurmeesters MOETEN een hond diskwalificeren die: a. de andere hond aanvalt of probeert aan te vallen,   b. die zonder aanwijsbare oorzaak tijdens de course stopt,   c. die na het startsignaal bij de eigenaar blijft of anderszins zich terugtrekt,   d. die niet het haas maar zijn tegenstander volgt,   e. die zijn interesse niet op het haas richt en niet meer zijn eigen course loopt, daarbij de andere hond hindert. (Storen)
Als een hond zijn lichaam gebruikt om zich ruimte te verschaffen zonder de bedoeling om aan te vallen en zijn aandacht op het haas blijft richten, wordt dat niet als storen of aanvallen aangemerkt.

 

pijl

Archief