Internationaal Ren- en Coursing Reglement.

FCI Regulations for International Sighthound Races and Lure Coursing Events. 

Via deze link http://fci.be/medias/LEV-REG-en-8860.pdf  komt u bij de FCI Internationale reglementen voor coursing en rennen (de Engelse versie). Vanaf Hoofdstuk 3 bladzijde 19 gaat het over de coursing. In Hoofdstuk 5.1 bladzijde 32 staat wat de eisen zijn voor de titel “Champion International de Course” en bij 5.2 kunt u de eisen vinden voor de titel “FCI Beauty and Performance Champion” / “Champion International de Beauté et Performance” (C.I.B.P.).

Per 1-1-2016 gelden er voor Frankrijk aanvullende eisen.

Om in Frankrijk aan rennen en coursings deel te kunnen nemen, moeten er vanaf 1-1-2016 een paar extra zaken geregeld worden.

Men moet een formulier invullen (Formulaire_enregistrement_etranger) en dat tezamen met een kopie van de stamboom naar de SCC (Franse Kennel Club) mailen, dit is voor de registratie van de hond(en) en moet  per hond gedaan worden; dit is éénmalig.

Verder is er een formulier (Assurance A 2016) waarmee men de verzekering voor de hond(en) aanvraagt per jaar, er kunnen meerdere honden op 1 formulier. Omdat het een verzekering betreft zijn er kosten aan verbonden.

De eerste hond is gratis, iedere volgende hond kost €3,- en er komt € 10,- administratiekosten bij.  Dit formulier moet men naar een Franse (ren-coursing) club opsturen die verder alles regelt. Normaal gesproken doet men dat naar de club waar men dit jaar de eerste wedstrijd wilt lopen.

Van die club krijgt men dan Franse licenties, waarmee men het hele jaar kan deelnemen aan rennen en/of coursings.

 

*******************

 

Hieronder vindt u de Nederlandse vertaling.

foto-20

FCI Internationaal Ren- en Coursing Reglement

Goedgekeurd door het bestuur van de FCI in februari 2018. De wijzigingen in vet en cursief treden op 1 mei 2018 in werking.

Vertaling vanuit het Engels. In geval van interpretatieverschillen is de Engelse versie bindend.

1. Algemene regels

1.1 Doel van het reglement

Doel van dit reglement is standaardisering van de onderdelen van windhondenrennen en coursings binnen de F.C.I. Het bevat de verplichte regelingen voor alle aangesloten nationale organisaties.

1.2 Dierenbescherming

Tijdens ren- en coursingevenementen moeten de veiligheid en gezondheid van de dieren altijd voorop staan bij officials en deelnemers.
Daarom moet aan de bescherming van de dieren altijd aandacht worden besteed. Daarom staat het de hondenbezitter te allen tijde vrij om te beslissen zijn hond terug te trekken uit de baan- of coursingwedstrijd.
Als de dierenarts bepaalt dat de gezondheid van de hond in gevaar komt als het dier nog langer aan de ren of coursing deelneemt, is de jury verplicht een hond van verdere deelname uit te sluiten.

De organisator stelt een dierenarts aan voor de wedstrijd. De dierenarts moet tijdens de gehele wedstrijd aanwezig zijn en klaar om in te grijpen. Het is aan te bevelen dat de uitleg betreffende de taak van de dierenarts zoals omschreven in de bijlage 7.4, in acht genomen worden. Honden, jonger dan 2 jaar en ouder dan 6 jaar moeten voor de tweede course door de dierenarts gecontroleerd worden als de afstand meer bedraagt dan 600 meter.
Het dragen van een muilkorf is verplicht voor alle rassen. Halsbanden moeten voor de start verwijderd worden.

1.3 Goedkeuring, vaststellen van data, tarieven

1.3.1  Aanduiding

De aanduiding “Internationale Windhondenrennen” en de aanduiding “Internationale windhondencoursing” mag alleen worden gebruikt voor wedstrijden, waarvoor de datum en plaats bij de nationale organisatie van het land waarin de wedstrijd plaatsvindt, zijn aangevraagd en waarvoor de FCI/CdL toestemming heeft gegeven.

1.3.2 Weigering van een aanvraag

De aanvraag voor een wedstrijd mag door de F.C.I. worden geweigerd indien: 1. de datum al is toegestaan voor een andere organisatie; 2. door de aanvragende nationale organisatie geen garantie kan worden gegeven voor een onberispelijke afwikkeling van de wedstrijd.

1.4 Toelating, startbevoegdheid

1.4.1 Toelating

In principe worden alle windhondenrassen (groep 10) toegelaten. Een vriendschappelijke wedstrijd moet georganiseerd worden voor honden die de maat welke is aangegeven onder 1.4.2, hiervoor moeten de nationale organisaties een oplossing vinden zodat deze honden kunnen deelnemen aan windhondenwedstrijden.
Rassen van groep 5 (beperkt tot Pharaohond, Cirneco dell’Etna, Podenco Ibicenco en Podenco Canario) mogen deelnemen aan internationale ren-en coursingwedstrijden en kampioenschappen, maar kunnen geen CACIL-kwalificatie krijgen.

1.4.2 Startbevoegdheid

De volgende eisen gelden voor de startbevoegdheid van windhonden:

1. De hond moet geregistreerd zijn in een stamboek of register wat erkend is door de F.C.I.

2. De hond moet een geldige licentie hebben.

3. Minimumleeftijd:  voor whippets en Italiaanse Windhonden en Cirneco dell’Etna: 15 maanden, voor alle andere rassen: 18 maanden.

4. Maximumleeftijd: tot het einde van het ren/coursingseizoen waarin het achtste levensjaar is voltooid.

5. Aanmelding onder de naam van de eigenaar zoals die op de licentie staat vermeld.

6. De eigenaar moet lid zijn van een nationale organisatie, aangesloten bij de F.C.I.

7. Het uiterlijk van de hond mag niet kunstmatig veranderd zijn (b.v. de natuurlijke vacht mag niet geknipt zijn).

8. De maximale schofthoogte is voor whippets: 51 cm voor de reuen, 48 cm voor de teven. De maximale hoogte van een Whippet-sprinter is beperkt tot 5 cm. boven de maximale hoogte van de Whippets zoals voorgeschreven door de FCIstandaard nr. 162.

9. De maximale schofthoogte is voor Italiaanse windhondjes: 38 cm. De maximale hoogte van een Italiaans windhondje-sprinter is beperkt tot 3 cm. boven de maximale hoogte van het Italiaanse windhondje zoals voorgeschreven door de FCI-standaard nr. 200.

1.5 Hoogtemeting van Whippets en Italiaanse Windhonden

Whippets en Italiaanse windhondjes kunnen gemeten worden vanaf de leeftijd van ten minste 12 maanden. Alle honden moeten hermeten worden vóór het begin van het ren/coursingseizoen volgend op de voltooiing van het tweede levensjaar. Het resultaat van deze meting is definitief, moet in de licentie worden genoteerd en moet door alle nationale organisaties gerespecteerd worden. Als de eigenaar zijn hond niet aanbiedt voor deze (tweede) meting vervalt de geldigheid van de licentie en moet deze door de verantwoordelijke landelijke organisatie worden ingetrokken. Het meten van de schouderhoogte kan slechts worden uitgevoerd en bevestigd door een commissie die is aangesteld door de landelijke organisatie van het land waarin de eigenaar zijn wettelijke verblijfplaats heeft, en uitsluitend door hiervoor gekwalificeerde meetpersonen, die de volgende procedure dienen te volgen:
1. De hond moet juist geïdentificeerd worden.

2. De leeftijd van de te meten hond moet voldoen aan het hierboven gestelde.

3. De hond moet rustig zijn als hij wordt gemeten. Het dier moet op een vlak en stroef platform of tafel van voldoende grootte staan. De hond moet zijn neergezet met natuurlijke hoekingen van de poten en met het hoofd in natuurlijke stand (de keel op ongeveer dezelfde hoogte als de schouderpunten). De omgeving moet rustig zijn, zonder een overdadig aantal personen/honden.

4. Na de metingen 1, 3 en 5 moet met de hond wat gelopen worden door de  ruimte. De hond wordt voorgebracht door zijn eigenaar of door een iemand anders die daartoe is aangewezen door de eigenaar. De metende persoon mag de stand van de hond corrigeren mits de eigenaar/handler daar toestemming voor  geeft.

5. De meting kan worden uitgevoerd als de hond in correcte stand staat. De hond wordt gemeten op de schoft of op het doornuitsteeksel van de eerste wervel, indien die hoger ligt dan de schouderbladtoppen. Mocht het onmogelijk zijn om de hond in correcte stand te zetten, dan moet het meten gestopt worden en ongeldig verklaard worden. Als de meting wordt gestopt op initiatief van de eigenaar/handler dan aanvaard hij/zij dat het resultaat van de meting wordt verklaard als zijnde boven de limiet.

6. De meetpoort is van onbuigzaam materiaal en kan voorzien zijn van een    elektronische sensor. Het heeft twee poten zodat de maat nauwkeurig en gemakkelijk is vast te stellen.

7. De nationale organisatie wijst de leden van de meetcommissie aan en een secretaris voor de vastlegging van de resultaten. De meetcommissie en de secretaris mogen niet zelf hun eigen hond(en) of hun fokproducten meten.

8. De meetcommissie bestaat uit twee meters en een secretaris voor de rapportage. De meters meten om beurten. De secretaris heeft het toezicht en noteert de resultaten.

9. De hond moet zes keer worden gemeten. De meest voorkomende maat wordt op de papieren van de hond genoteerd. Als na zes keer meten, 3 resultaten boven en 3 resultaten onder de maximum toegestane maat zijn verkregen, dan moet een zevende meting uitgevoerd worden en als definitief resultaat vastgelegd worden.

10. Uitsluitend iemand die is gemachtigd door de nationale organisatie van het land waar de eigenaar zijn wettelijke verblijfplaats heeft of een sub-organisatie verbonden met die nationale organisatie mag het eindresultaat op de papieren (licentiekaart) van de hond vastleggen. De nationale organisatie moet lid zijn van de F.C.I.

1.5.1 Controlemetingen Whippets en Italiaanse Windhondjes

Deze metingen kunnen gehouden worden door een nationale organisatie op de volgende gelegenheden:

1. op een CACIL ren of coursing voor alle Whippets en Italiaanse Windhondjes die zijn ingeschreven voor die wedstrijd.

2. op een FCI-kampioenschap, onder het toezicht van de CdL-gedelegeerde. Omdat deze controle plaatsvindt onder ongebruikelijke omstandigheden – op een renbaan of coursingterrein en in aanwezigheid van vele andere honden – moet een tolerantie van 1 centimeter toegestaan worden.

De startlicentie van een hond die op een controlemeting hoger wordt gemeten dan de limiet geldend voor dat ras en zoals genoemd in 1.4.2 sub. 8 of 9, wordt per direct ongeldig. De nationale organisatie van het land waar de eigenaar zijn wettelijke woonplaats heeft is verplicht om de startlicentie te wijzigen volgens het resultaat van de controlemeting.

1.5.2 Protest i.v.m. de maat

Indien een nationale organisatie een protest indient t.a.v. de maat van een Whippet of een Italiaans Windhondje, bij de F.C.I. moet een nieuwe extra meting worden uitgevoerd. De protesterende nationale organisatie betaald 500 euro aan de F.C.I. om het protest geldig te maken. Als het protest terecht is zal dit bedrag terug betaald worden en de nationale organisatie van de eigenaar van de betreffende hond moet het protestbedrag betalen.

De meting vindt plaats in het land waar de eigenaar wettelijk gevestigd is, en wordt uitgevoerd door  een gedelegeerde  van de CdL van een ander land en wordt aangewezen door de voorzitter van de CdL. De CdL gedelegeerde moet meten  volgens de procedure zoals beschreven in paragraaf 1.5.

De verantwoordelijke nationale organisatie organiseert de protestmeting binnen drie maanden in overleg met de aangewezen CdL-gedelegeerde. Als de eigenaar van de betrokken hond weigert de hond te laten deelnemen aan de protestmeting, wordt de licentie van de hond onmiddellijk ingetrokken. De hond kan zijn licentie uitsluitend terugkrijgen nadat een hermeting (volgens het protest tegen de maat) is uitgevoerd. Als de nationale organisatie niet voldoet aan zijn verplichtingen, verliezen zij de door de FCI verleende garantie op datums voor Cacil-wedstrijden gedurende de periode van twee jaar. De licentie van de betreffende hond wordt automatisch ongeldig vanaf de eerste dag volgend op het aflopen van de 3-maanden-periode. De hond kan alleen zijn licentie terugkrijgen nadat de hermeting is uitgevoerd. Het resultaat van de protestmeting wordt gemeld aan alle CdL-leden en genoteerd in de licentie van de hond alsmede in de database. Het resultaat van de protestmeting is definitief en kan niet nogmaals betwist worden middels een volgend protest tegen de maat. De kosten van de aangewezen CdL-gedelegeerde en de eigenaar van de betrokken hond worden tot een maximum van 500 euro vergoed door: a. de nationale organisatie die de meting heeft uitgevoerd in geval het protest wordt bevestigd b. de waarborgsom in geval het protest wordt afgewezen. In het geval dat er geld overblijft wordt dit geretourneerd aan de nationale organisatie die het protest heeft ingediend.

1.5.3  Database

De resultaten van alle metingen worden doorgestuurd naar de voorzitter en secretaris van de CdL. De secretaris van de CdL houdt een database bij met alle resultaten van elke meting. De database bevat resultaten van alle (controle) metingen gedaan door de nationale organisaties. Voorafgaande aan een controlemeting moet deze database ingezien worden. Honden, die reeds in deze database geregistreerd zijn  nadat ze zijn onderworpen aan een controlemeting tijdens een FCI-kampioenschap (1.5.1 sub. 2) , zullen niet opnieuw gemeten worden.

IMG_2484 - kopie

1.6 Licentiekaarten

1.6.1  Informatie op licentiekaart

Een licentie wordt uitgereikt door de nationale organisatie van het land waar de eigenaar officieel gevestigd is. Het dient de volgende gegevens te bevatten: Ras, geslacht, naam van de hond, stamboeknummer, geboortedatum en zo mogelijk tatoeage- of chipnummer, naam en correct adres van de eigenaar.
Bij Whippets en Italiaanse Windhonden moet de hoogtemaat worden vermeld.

1.6.2 Licentie-eisen           

Een geldige licentie voor windhondenrennen of coursings kan uitsluitend worden uitgegeven door de verantwoordelijke nationale organisatie als is bewezen dat de hond andere honden niet aanvalt en de prooi samen met hen bejaagt. Indien in een land, erkend door de F.C.I., geen renbaan of coursingaktiviteit is mogen de verplichtingen ter verkrijging van een licentie worden voltrokken in een ander land.

1.7 Aankondiging van wedstrijden

1.7.1 Informatie in aankondigingen

De volgende informatie moet in de aankondiging staan:

  • Organisator, plaats, datum, aanvangstijd van de wedstrijd en de tijd waarop de licenties kunnen worden ingeleverd.
  • naam van de ren- of coursingleider.
  • inschrijfgelden.
  • soort wedstrijd.
  • uit te geven prijzen en de tijd waarop de prijsuitreiking is gepland.
  • sluitingsdatum van de inschrijving.
  • uitsluiting van aansprakelijkheid volgens paragraaf 1.11.
  • dopingreglement (zie ook item 1.10 Doping).
  • informatie over de renbaan (lengte, vorm, bochtenradius, soort loopvlak, soort    haastechniek).
  • systeem tijdmeting.
  • beschrijving over de organisatievorm, zoals aangegeven in § 2.1.

1.7.2 Aanmeldingsformulier

Bij de uitschrijving moet een aanmeldingsformulier worden gevoegd. Dit moet overeenkomen met het model zoals aangegeven in § 7.1.

1.8 Afwezigheid van honden en officials

1.8.1 Afwezigheid van honden

Voor aanvang van de wedstrijd moet aan de organiserende instantie worden gemeld welke van de ingeschreven honden afwezig zullen zijn. Het inschrijfgeld blijft in ieder geval verplicht.

IMG_32921.8.2 Afwezigheid van officials

De officials, die zijn aangewezen voor een wedstrijd, zijn verplicht voor aanvang van de wedstrijd een eventueel probleem bij de organiserende instantie te melden. Voortijdig vertrek is uitsluitend toegestaan nadat de leiding van de wedstrijd hierover is geïnformeerd en met toestemming van de ren- of coursingleider.

1.9 Afwijzing en Diskwalificatie

1.9.1 Redenen voor afwijzing

De keurmeesters mogen honden voor de dag diskwalificeren of afwijzen die:   1. Stoppen tijdens de ren of course.   2. Die aangemoedigd moeten worden om te beginnen met rennen of over de finish te rennen door roepen, gebaren, fluiten of andere handelingen.

1.9.2  Redenen voor diskwalificatie

De keurmeesters moeten honden diskwalificeren die:   1. andere honden aanvallen of proberen aan te vallen,   2. willen ontsnappen,   3. de voortgang van de ren of course belemmeren.
Aanvallende honden zijn honden die hun aandacht niet op de kunsthaas gericht houden maar andere honden aanvallen of proberen aan te vallen om hen daardoor te beletten de haas normaal te achtervolgen. De onmiddellijke verdedigende reactie op de aanval is toegestaan.
Als een hond tijdens de ren/course lichaamscontact maakt, zonder de opzet te vechten, om op die manier een beter zicht op de kunsthaas te krijgen, mag dat niet als storen worden aangemerkt.

1.9.3  Het noteren van een diskwalificatie

De diskwalificatie moet duidelijk in de licentie worden genoteerd. Na een tweede diskwalificatie moet de startlicentie door het wedstrijdsecretariaat worden ingehouden en binnen 3 dagen worden opgestuurd naar het secretariaat van de nationale organisatie van het land waar de eigenaar officieel gevestigd is. Voor het vastleggen van de diskwalificatie moet de volgende afkorting worden gebruikt: diskwalificatie = DISQU.

1.9.4  Uitsluitingen na diskwalificatie

1e disqu in een kalenderjaar: uitsluiting voor de dag 

2e disqu in een kalenderjaar: uitsluiting voor 4 weken 

3e disqu in een kalenderjaar: uitsluiting voor 8 weken
Een hond die 4 keer wordt gediskwalificeerd in twee opeenvolgende jaren verliest zijn licentie. Hij kan zijn licentie terugkrijgen door opnieuw aan de standaardeisen voor het verkrijgen van een licentie te voldoen. Echter, indien hij deze nieuwe licentie weer na 4 diskwalificaties in twee opeenvolgende jaren verliest, is het onmogelijk weer een licentie te behalen.

IMG_2758 - kopie1.9.5 Wangedrag door eigenaren of handlers

De ren- of coursingleider heeft het recht om, in overleg met de keurmeesters, iedereen die de aanwijzingen van de officials niet opvolgt, hen beledigt of zich onfatsoenlijk gedraagt, van de lopende wedstrijd uit te sluiten. De organiserende vereniging moet deze gebeurtenissen rapporteren aan haar nationale organisatie en aan de nationale organisatie van het land waar de eigenaar/handler officieel gevestigd is.

1.10 Doping

1.10.1 Algemene dopingverklaring

Alle soorten van stimulerende middelen zijn verboden.
Bij elke ren- en coursingwedstrijd mogen dopingcontroles worden uitgevoerd. Als een eigenaar een hond inschrijft voor een wedstrijd, gaat de eigenaar er mee akkoord dat de hond kan worden gecontroleerd op doping. Deze dopingcontroles worden uitgevoerd volgens de nationale regels van de nationale organisatie van het land waar de wedstrijd wordt gehouden.
De nationale organisatie die de dopingcontrole uitvoert is verplicht om de eigenaar van de hond en alle andere nationale organisaties, lid van de FCI Ren Commissie duidelijk in te lichten over het resultaat van de controle.
De internationale richtlijnen van de FCI met betrekking tot doping bij honden die door het Algemeen Hoofdbestuur van de FCI in juli 2009 in Wenen zijn goedgekeurd, moeten in acht worden genomen.

1.10.2 Dopingcontrole bij wedstrijden

Indien er een verdenking van doping bestaat kunnen de wedstrijdofficials, in overleg met de dierenarts, een dopingcontrole eisen. De hondeneigenaar is verplicht zijn hond voor deze controle ter beschikking te stellen. Mocht de dopingcontrole positief bevonden worden, dan is de eigenaar verplicht de kosten te betalen.

1.10.3 Dopingcontrole bij FCI-kampioenschappen

Bij Wereld- en Europese Kampioenschappen baanrennen en coursing is het uitvoeren dopingcontrole verplicht. De procedure en details van de controle zijn vastgesteld en worden uitgevoerd door de nationale organisatie van het land waar de wedstrijd plaatsvindt.
Indien een nationale organisatie niet handelt volgens deze eisen, dan wordt deze nationale organisatie gedurende 2 jaar uitgesloten van het uitvoeren van CACILrennen en coursings.

1.10.4 Sancties als doping is bewezen

Iedere nationale organisatie zal sancties op leggen aan de hond en zijn eigenaar volgens het dopingreglement van de nationale organisatie. Andere nationale organisaties zijn, in geval van een buitenlandse hondeneigenaar, verplicht deze sancties uit te voeren.
Nationale organisaties die deze sancties niet opleggen zullen worden uitgesloten van het organiseren van CACIL ren- en coursingwedstrijden gedurende twee jaren. De commissie zal bij het FCI-bestuur een voorstel indienen wanneer deze uitsluiting aanvangt en eindigt.

1.11 Afwijzing van aansprakelijkheid

Noch de organisator noch de officials kunnen aansprakelijk worden gesteld voor verwondingen bij de hondeneigenaren, de honden of de officials. Deze afwijzing van aansprakelijkheid geldt ook in het geval van een ontsnapte hond. De eigenaar van een hond is niet aansprakelijk als zijn hond een andere hond verwondt tijdens het lopen van een ren of coursing. In alle andere gevallen is de hondeneigenaar volledig aansprakelijk voor zijn hond.

1.12 Geschillen

Een keurmeesterbesluit is definitief en er kan geen bezwaar tegen worden ingediend.

1.13 Ethiek officials

1.13.1 Integriteit 

Alle officials moeten een hoge mate van integriteit tonen. Alle deelnemers moeten gelijkwaardig en met voldoende respect behandeld worden. Het geven van oneerlijke voorkeuren aan honden is verboden (b.v. tactisch bevoordelen).   Officials (keurmeesters, jury van aankomst, bochtcommissarissen) wiens honden deelnemen aan een ren/course mogen niet in functie zijn tijdens het lopen van die klasse/geslacht, zij moeten vervangen worden en verblijven op het terrein wat voor deelnemers toegankelijk is.

1.13.2 Alcohol, drugs enz.

Het is voor officials verboden om elke vorm van drugs (niet voorgeschreven door een arts) te gebruiken of alcoholische dranken te consumeren vanaf  6 uur voor de aanvang van de wedstrijd en tijdens de wedstrijd.

1.13.3 Algemeen gedrag

Alle officials moeten zich tegenover de deelnemers vriendelijk maar standvastig gedragen. Officials moeten een gedegen kennis van de regels en van dit reglement hebben.

1.14 Humane Eerste Hulp middelen

Bij FCI ren- en coursingwedstrijden zijn vaak honderden mensen aanwezig op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn voor de hulpdiensten. Het verdient dan ook sterk aanbeveling dat er eerste hulpmiddelen beschikbaar zijn op de locatie waar het evenement plaatsvindt.
De volgende richtlijnen kunnen worden aangehouden:

Neem contact op met het dichtstbijzijnde ziekenhuis en stel het op de hoogte van het evenement. 

Neem contact op met de dichtstbijzijnde hulpdienst en stel deze op de hoogte van het evenement. 

Plaats een EHBO-post op de locatie, zo mogelijk in samenwerking met de hulpdienst in de regio. 

Het personeel van de EHBO-post moet de juiste kwalificaties hebben, bijvoorbeeld artsen, verpleegkundigen e.d. 

De EHBO-post moet dicht bij het wedstrijdsecretariaat staan. 

De EHBO-post moet duidelijk zijn aangegeven, bijvoorbeeld door middel van een Rode Kruisvlag of een soortgelijke aanduiding. 

De EHBO-post moet altijd bemand zijn tijdens het evenement. 

Informeer alle officials over de EHBO-post en waar het staat. 

Informeer alle deelnemers over de EHBO-post en waar het staat.

2. Renreglement

2.1 Wijze van opbouw en afwikkeling van de wedstrijd

De wijze waarop een wedstrijd wordt opgebouwd wordt door de organisator bepaald. De renwedstrijd bestaat uit voorlopen en finales. De eventueel noodzakelijke tussenlopen worden beschouwd als voorlopen. Voor iedere hond die aan de finale deelneemt, zullen indien nodig twee coursen ingeroosterd worden.
Een methode om te bepalen welke honden in de finale komen is afhankelijk van de volgorde van aankomst in de voorlopen. Een andere manier om te bepalen welke honden in de finale komen is volgens de in de voorlopen gelopen tijden. Deze manier kan slechts worden gebruikt als een automatische tijdwaarneming borg staat voor de tijden van alle finishende honden in alle voorlopen. In alle gevallen begint de tijdmeting direct als het starthok wordt geopend.

2.2 Aantal honden, verdeling rassen,  gescheiden per geslacht en programma

2.2.1 Aantallen honden en indeling van de coursen

1. Minimum aantal aangemeld per ras 6 honden

2. Minimum aantal honden per course 3 honden

3. Maximum aantal deelnemende honden per course: rennen zonder hindernissen 6 honden – rennen met hindernissen 4 honden

2.2.2 Gescheiden per geslacht

2.2.2.1. Gescheiden reuen – teven

Indien tenminste 6 honden per ras en per geslacht zijn aangemeld, lopen de reuen en teven gescheiden. Als voor een geslacht minder dan 6 honden zijn aangemeld, lopen de reuen en teven gemengd.

2.2.2.2. Gescheiden per klasse

Als in de uitschrijving staat vermeld dat de rennen gescheiden door klassen plaatsvinden, mogen de reuen en teven in dezelfde klasse gemengd lopen, ongeacht het aantal ingeschreven honden. Dit moet echter in de uitschrijving zijn vermeld.

IMG_29292.2.3 Renprogramma

Het renprogramma wordt samengesteld door de organisator. De honden moeten voor de verschillende coursen worden ingedeeld zonder bevoordeling en naar beste weten. De honden uit verschillende landen worden gelijkmatig over de coursen verdeeld. Vermeden dient te worden dat de snelste honden in dezelfde coursen rennen. Honden van dezelfde eigenaar mogen, indien mogelijk, niet in dezelfde course van de eerste voorloop ingedeeld worden.
Bij het bepalen van de finalisten door middel van gelopen tijden mogen maximaal 4 honden in elke course deelnemen.

2.2.3.1. Wijdlopers

Honden die door hun nationale organisatie als wijdlopers worden aangewezen moeten als zodanig worden behandeld. Het gedrag van de wijdloper tijdens een course moet voortdurend bekeken worden om te kunnen bepalen of de hond (nog steeds) voldoet aan de eisen voor deze speciale status.

2.3 Lijst van officials – taken van de officials

1. Keurmeesters

2. Renleider

3. Jury van aankomst

4. Tijdwaarnemers

5. Bochtcommissarissen

6. Starters

7. Haastechniek

8. Dierenarts

2.3.1 Keurmeesters

De keurmeesters/jury is het hoogste gezag van de wedstrijd. Zij zorgt voor de handhaving van het renreglement en controleert de voortgang van de wedstrijd. Hun beslissingen zijn bindend in geval van discussie of twijfel. De jury bestaat uit 3 gekwalificeerde keurmeesters. Indien mogelijk moeten zij uit verschillende landen afkomstig zijn.
De voorwaarden voor het uitnodigen van buitenlandse keurmeesters  zijn beschreven in bijlage 7.6.

2.3.2 Renleider

De renleider is verantwoordelijk voor alle technische en organisatorische zaken.  Gedurende de wedstrijd neemt hij de beslissingen over alle vragen op technisch en organisatorisch gebied.  De renleider is de contactpersoon tussen keurmeesters en deelnemers.

2.3.3 Jury van aankomst

De jury van aankomst moet zo mogelijk internationaal zijn samengesteld; zij beslist over de volgorde van aankomst van de honden. De neuspunt van de honden is maatgevend voor de volgorde van aankomst op de finish.
De voorwaarden voor het uitnodigen van buitenlandse juryleden zijn beschreven in bijlage 7.6.

2.3.4 Tijdwaarnemers

De organisator benoemt de tijdwaarnemer en bepaalt de wijze waarop de tijd wordt gemeten. Voor de vaststelling van de aankomsttijd is de neuspunt van de hond maatgevend. De tijdmeting begint bij het openen van het starthok.

2.3.5 Bochtcommissarissen

De organisator wijst tenminste vier bochtcommissarissen aan, die over een bochtcommissaris- of keurmeesterskaart dienen te beschikken. De renleider wijst de sectoren voor de bochtcommissarissen aan. Zij hebben de taak de coursen nauwkeurig te volgen en aan de keurmeesters alle onregelmatigheden en inbreuken op het renreglement, die op de renbaan plaatsvinden, te melden en wel direct na de betreffende course.
Van keurmeesterbeslissingen, die niet in overeenstemming zijn met de mening van een bochtcommissaris, moeten de redenen worden uitgelegd aan de bochtcommissaris.
De voorwaarden voor het uitnodigen van bochtcommissarissen zijn beschreven in bijlage 7.6.

2.3.6 Starters

Eigenaren/handlers moeten met hun hond wachten in de paddock en zijn verplicht op tijd naar de start te gaan.
De starters controleren vóór het plaatsen van de honden:
1. de starthokken,

2. de juiste opstelling van de honden voor de verschillende hokken,

3. of de muilkorven goed zijn aangebracht. Deze moeten voldoen aan het door de F.C.I. goedgekeurde model (zie aanhangsel 7.3).

4. of iedere hond in de paddock een goede halsband omheeft die hij tot aan de start omhoudt. Prikbanden, sliplijnen of wurgbanden zijn verboden,

5. of de rendekken juist zijn aangebracht en voldoen aan de door de F.C.I. vastgestelde model en kleur (zie aanhangsel 7.2 ).

6. oogkleppen zijn niet toegestaan.
De controle bij het starthok controleert of het plaatsen van de honden vlot maar niet onnodig gehaast plaatsvindt.

IMG_28642.3.7 Haastechniek

De haastechnicus ontvangt zijn instructies van de renleider. De kunsthaas moet op een regelmatige afstand van plm. 20 meter voor de kophond worden voortbewogen. In geval van een foute start moet de kunsthaas direct worden stilgelegd mits hij zich nog op de eerste helft van het rechte stuk voor het starthok bevindt.

2.3.8 Dierenarts

De organisator moet ervoor zorgen dat een dierenarts aanwezig is. Deze moet gedurende de gehele wedstrijd aanwezig en inzetbaar zijn. Aangeraden wordt aandacht te besteden aan de aanwijzingen in aanhangsel 7.44 betreffende de taken van de dierenarts.

2.4 Renafstanden, afmetingen van de renbaan en specificaties 

Voor de eisen gesteld aan de renbaan, zie aanhangsel 7.5

2.4.1 Afstanden voor verschillende rassen

De renafstanden worden gemeten op een meter afstand van de binnenafrastering van de renbaan. Zij zijn als volgt vastgesteld: van 250 tot 500 meter voor Whippets en Italiaanse Windhondjes van 250 tot 900 meter voor alle andere rassen.

2.4.2 Afstanden in relatie tot de leeftijd van de honden

Voor renafstanden langer dan 525 meter moeten de deelnemende honden 2 jaar oud zijn geweest op 1 januari van het lopende jaar en niet ouder zijn dan 6 jaar. Bij deze lange renafstanden dienen de honden onder voortdurende controle van een dierenarts te staan.

2.4.3 Haas over de finishlijn

Na de finishlijn moet de kunstprooi tenminste 30 meter worden voortbewogen met dezelfde snelheid als tijdens de wedstrijd.

2.4.4 Status van renbanen

Alle renbanen waarop internationale renwedstrijden worden gehouden moeten een A- of B-status hebben (zie aanhangsel 7.5), toegekend door de nationale organisatie.

2.4.5 Inspectie van de baan door de keurmeesters

De keurmeesters hebben het recht de baan te inspecteren voorafgaande aan de wedstrijd. De inspectie wordt uitgevoerd om vast te stellen of de door de organisator gegeven informatie juist is, speciaal met het oog op de veiligheid van de honden.

2.5 Renmateriaal

De organisator is verplicht renmateriaal en reservemateriaal ter beschikking te hebben, dat in perfecte staat verkeert en goed functioneert.
1. De haastechniek moet aan de volgende eisen voldoen:   a) in staat zijn snel de snelheid op te voeren; b) direct reageren op verandering van snelheid; c) beschikken over voldoende reservecapaciteit.

2. De klossen mogen niet in een lichte kleur geverfd zijn en niet blinken.

3. De kunsthaas moet gemaakt zijn van een licht hazenvel, ongeveer 40 cm lang of van erop gelijkend materiaal. Als het regenachtig of vochtig weer is, kan een kunsthaas van plastic of doek worden gebruikt.

4. De minimummaten van de starthokken zijn als volgt:   a) lengte 110 cm, hoogte 84 cm, breedte 28 cm.   b) De ruimte tussen de hokken moet tenminste 10 cm zijn.   c) De binnenwanden moeten glad zijn zonder uitsteeksels.   d) De bodem moet stroef zijn en op hetzelfde niveau als het gras of de zandbaan.   e) De klep mag niet reflecteren en moet de honden een goed uitzicht bieden op de kunsthaas; de klep moet zodanig zijn geconstrueerd dat het is uitgesloten dat de honden zich blesseren.

2.6 Overlopen van coursen

2.6.1 Redenen voor overlopen

Uitsluitend de keurmeesters hebben het recht te besluiten tot overlopen van een course. De redenen voor een herstart zijn:

1. de kophond de kunsthaas is genaderd op minder dan 10 meter, of meer dan 30 meter ervan verwijderd is, of wanneer de course wordt verstoord doordat de kunsthaas te ver boven de grond komt;

2. de kunsthaas na de finishlijn minder dan 30 meter op dezelfde snelheid wordt doorgetrokken of stopt op minder dan 30 meter na de finishlijn;

3. het starthok niet goed functioneert;

4. de kunsthaas onderweg tot stilstand komt;

5. de bochtcommissarissen of de keurmeesters een ernstige verstoring van de course hebben geconstateerd. Vallende honden worden niet als verstoring beschouwd.

2.6.2 Uitzonderingen voor overlopen

In sommige, zeer duidelijke gevallen mogen de keurmeesters de leidende honden een overloop besparen, onder voorwaarde dat:

1. hun positie absoluut onbetwistbaar was.

2. de honden tenminste de helft van de te rennen afstand hebben afgelegd;

3. het reguliere verloop van de wedstrijd gewaarborgd blijft.

De betreffende honden zullen worden geplaatst in de volgorde waarin zij zich bevonden voordat de verstoring plaatsvond.

2.6.3 Herstart en tijd tussen de coursen

Overlopen mogen direct plaatsvinden als alle honden in de betreffende course minder dan de helft van de af te leggen afstand hebben gelopen, anders moet een rustperiode ingelast worden. De tijd tussen twee coursen waarin dezelfde hond deelneemt moet zijn: tenminste 30 minuten bij een renafstand minder dan 525 meter, tenminste 60 minuten bij een renafstand groter dan 525 meter. Bij renafstanden groter dan 525 meter mogen de honden maximaal twee coursen per dag lopen. Overlopen op dezelfde dag zijn verboden.

3. Coursingreglement

3.1 Lijst van officials – taak van de officials

1. Keurmeesters   2. Coursingleider   3. Veldwaarnemers   4. Starter   5. Haastechnicus   6. Dierenarts

I. Dana r Ealasaid w 5

3.1.1 Keurmeesters

De keurmeesters zijn het hoogste gezag van de wedstrijd. Zij zorgen voor de handhaving van het reglement en controleren de voortgang van de wedstrijd. Hun beslissingen zijn bindend in geval van discussie of twijfel. Bij technische problemen dienen zij te overleggen met de coursingleider.
Voor aanvang van de wedstrijd dragen de keurmeesters er zorg voor dat aan de eisen in § 3.2, § 3.3, § 3.4 en § 3.6 is voldaan en dat de gezondheid van de honden is gewaarborgd.
Internationale wedstrijden worden beoordeeld door tenminste 2 keurmeesters die een keurlicentie moeten hebben.
Op wedstrijden waar een CACIL is uitgeloofd, moet één van de keurmeesters afkomstig zijn uit een ander FCI-land.
De voorwaarden voor het uitnodigen van buitenlandse juryleden zijn beschreven in bijlage 7.6.

3.1.2 Coursingleider

De coursingleider moet een specialist zijn met ervaring. Hij/zij is verantwoordelijk voor de technische uitvoering en de gehele organisatie van de wedstrijd. De coursingleider regelt alle technische en organisatorische zaken. Hij/zij neemt gedurende de wedstrijd de beslissingen bij technische of organisatorische knelpunten.

3.1.3 De starter

Aan de start controleert de starter:

1. De eigenaar/handler houdt zijn hond rustig en brengt hem op tijd aan de start.

2. De honden staan op de juiste startpositie.

3. De muilkorven, die moeten voldoen aan een door de FCI goedgekeurd model (aanhangsel 7.3), zijn goed aangebracht.

4. Het rendek/hesje  is juist aangebracht.

3.1.4 De haastechnicus en technische zaken

De haastechnicus ontvangt zijn instructies van de coursingleider en de keurmeesters.
De positie van de haasmachine moet zodanig zijn dat de haastechnicus een goed overzicht heeft over het gehele parcours. De haastechnicus moet het haas op een correcte afstand voor de honden trekken. Bij voorkeur een afstand van 10 tot 15 meter. Dit vereist goed vakmanschap en sluit een onervaren haastechnicus uit. De haastechnicus moet samen met de keurmeesters zorgen voor een goede maat en kwaliteit van het kunsthaas (zie ook 3.6) gedurende de hele wedstrijd.

3.1.5  Beperkingen voor officials

Officials, waarvan honden deelnemen aan de wedstrijd, mogen hun functie niet uitoefenen gedurende de coursen van het ras (als gemengd gelopen word) of het geslacht (als gescheiden gelopen word), zij moeten worden vervangen.

3.2 Richtlijnen m.b.t. terrein, bodemgesteldheid en parcourslengte

3.2.1 Terrein

Een groot weiland benadert het meest ideale coursingterrein. Een licht golvend of enigszins heuvelachtig terrein is eveneens uitstekend geschikt. Enige bosjes of enkele bomen zijn gewenst, mits zij geen gevaar opleveren voor de honden.

3.2.2 Bodemgesteldheid

Het veld mag niet te glad zijn en mag geen stenen en gaten bevatten. Enige natuurlijke obstakels zijn sterk gewenst maar niet verplicht. Zij moeten goed zichtbaar zijn vanuit het perspectief van de honden op 30 meter afstand, zeker in het geval van verlagingen in de bodem. De lengte van het gras mag niet langer zijn dan ongeveer 10 cm.

3.2.3 Parcourslengte

De lengte van het parcours moet zijn: van 400 tot 700 meter voor Whippets, Italiaanse Windhondjes en Cirneco dell’ Etna, van 500 tot 1000 meter voor alle overige rassen

3.3 Afstand tussen de klossen

De afstand tussen de klossen is van het grootste belang en moet zijn aangepast aan de condities en verhogingen van het terrein.

3.4 Opbouw van het parcours

Gezien de grote lichamelijke inspanning die bij coursing van de honden wordt gevraagd, moet het gehele parcours goed overzichtelijk en vrij van gevaar zijn. Voor de tweede omloop moet het parcours gewijzigd worden. Het is aan te bevelen om de klossen verder uit elkaar te zetten en grotere bochten te maken voor de grotere rassen vergeleken bij het parcours voor de kleinere rassen. Beide parcoursen moeten bochten en rechte stukken bevatten zodat de honden hun coursingcapaciteiten kunnen laten zien. De lijn van de haas moet zodanig gelegd worden dat de honden er niet in verstrikt kunnen raken of zich erdoor kunnen blesseren. Het gebruik van een gesloten systeem (over de grond lopend met een eindeloze lijn) moet duidelijk in de uitschrijving vermeld worden.

3.5 De start

3.5.1 Rendekken

De honden lopen in paren en worden op hetzelfde moment losgelaten. De één loopt met een rood dek, de ander met een wit dek. Gekleurde halsbanden in plaats van dekken zijn niet toegestaan. Tekst, tekens of andere attributen die kenmerkend zijn niet toegestaan op de dekken. Zie voor beschrijving van de dekken aanhangsel 7.2.

3.5.2 Oneven aantal ingeschreven honden

Bij een oneven aantal ingeschreven honden zal de organisator, zo mogelijk, trachten een begeleidende hond te vinden om een solocourse te vermijden. Een niet aan de wedstrijd deelnemende hond met licentie is aanvaardbaar.

3.6 Coursingmateriaal

De organisator is verplicht zich ervan te overtuigen dat al het coursingmateriaal in perfecte staat is zodat het zonder problemen werkt. De coursingleider dient voor voldoende reservemateriaal van goede kwaliteit te zorgen zodat de wedstrijd probleemloos kan worden afgewerkt. Het aanbevolen reservemateriaal voor belangrijke onderdelen moet minstens 100% per parcours zijn.
Het haasmechanisme moet aan de volgende eisen voldoen:  IMG_3315

1. in staat zijn snel de snelheid op te voeren,

2. direct reageren op verandering van snelheid,

3. beschikken over voldoende reservecapaciteit,

4. de kunsthaas kan gemaakt zijn van lichtkleurig hazenvel of van plastic stroken. De lengte mag niet minder zijn dan 40 cm. tijdens de gehele wedstrijd.

5. de klossen mogen niet in een lichte kleur geverfd zijn en niet blinken.

3.7 Het keuren

Keurmeesters moeten de honden beoordelen op basis van vijf criteria (zie hieronder). Het maximum aantal punten per criterium is 20 punten.
Windhonden die in de eerste omloop niet minstens 50% van de maximale score  hebben gekregen, mogen niet meedoen aan de tweede omloop.
Andere beoordelingssystemen zijn niet toegestaan op internationale wedstrijden.
Er moeten twee omlopen worden gelopen, de punten van beide omlopen worden bij elkaar opgeteld. Mocht er geen mogelijkheid zijn voor een tweede omloop, dan wordt de uitslag bepaald door de in de eerste omloop behaalde punten.
Indien twee of meer deelnemende honden een gelijk aantal punten heeft behaald (uitgaande van twee gelopen omlopen), dan krijgt de hond met het hogere aantal punten in de tweede omloop in de einduitslag de hogere plaatsing.
Mocht dit resultaat nog steeds gelijk zijn, dan moet voor de hogere plaatsing worden gekeken naar het hogere aantal punten in de tweede omloop, in de volgende volgorde: 3.7.1 Behendigheid, dan 3.7.2 Snelheid, dan 3.7.3 Conditie, dan 3.7.4 Volgen,  dan 3.7.5 Enthousiasme.

3.7.1 Behendigheid

De behendigheid van een windhond kan beoordeeld worden aan:   1. zijn snelle wendingen, uitgelokt door de bewegingen van het haas,   2. de manier waarop hij de obstakels neemt,   3. het pakken van het haas, in het bijzonder door een glijdend vangen van de prooi,   4. Honden die in staat zijn om richtingsveranderingen snel en efficiënt uit te voeren   zijn vooral duidelijk in de bochten. Honden die rennen zonder overbodige bewegingen in hun stuwkracht (vaak laag, krachtig en met veel macht in elke stap).

3.7.2 Snelheid

De snelheid die nodig is om een prooi te vangen. Getoond door de snelheid waarmee grond wordt beslagen wanneer honden aan de start reageren op het verrassende vertrek van de haas. Gedurende het gehele parcours moet de hond snelheid tonen en in het bijzonder als hij het haas pakt. Snelheid wordt duidelijk door het tempo van de bewegingen en de vooruitgang van de hond.
De keurmeester dient de hond te belonen die laag rent, zich goed strekt en het haas opjaagt. Omdat de tijd niet gemeten wordt om de snelheid te meten, is de manier waarop de hond zich inspant van betekenis voor de beoordeling van zijn kunnen.
Door de keurmeesters wordt de absolute snelheid niet beoordeeld omdat de snelheid van een windhond vergeleken moet worden met die van zijn tegenstanders. Bij het beoordelen van de snelheid moet gelet worden op de raskenmerken. Niet alle rassen bereiken de topsnelheden van anderen.
Een “go-bye” kan gemaakt worden als de hond in tweede positie zijn uiterste best doet en zijn tegenstander inhaalt. Het inhalen vindt altijd plaats tussen twee opeenvolgende klossen.

3.7.3 Conditie

IMG_1453Een goede conditie van een windhond is te constateren als hij zijn wedstrijd beëindigt in goede lichamelijke toestand. Het is een optelsom van lichamelijke en mentale vaardigheden. Een hond die de hele course aanvallend rent en geen blijk geeft van tekenen van vermoeidheid, zelfs niet aan het einde, heeft een goede conditie.

3.7.4 Volgen

Volgen is het vermogen van een hond om het haas te volgen en altijd 100% aandacht te hebben voor het haas.

Goed volgen wordt gekenmerkt door:

1. Het volgen van het haas tijdens de gehele course en het actief proberen te pakken van het haas. Snel reageren op de bewegingen van het haas.

2. Het exact volgen van het haas en het onmiddellijk proberen om een “sprong om te doden” te maken als hij dicht bij het haas komt.

3. Probeert actief en aanvallend het haas te vangen gedurende de gehele course.

4. Achter het haas aangaan zonder zich af te vragen waar het haas heengaat (course wijs rennen).

3.7.5. Enthousiasme

Dit is de geestdrift tijdens de achtervolging, ongeacht de bodemgesteldheid (ruw of met obstakels) en wat er zich ook voordoet zoals het doorschieten in bochten, vallen, en het haas uit het oog verliezen.

Het enthousiasme van een windhond is te zien:

1. Bij de start: de hond is volledig geconcentreerd, de ogen van de hond zijn uitsluitend op het haas gericht.
2. Bij de achtervolging van het haas: het aanhoudend opjagen van het haas, daarmee de draaier dwingend tot het opvoeren van de snelheid van het haas om een voortijdig vangen van het haas te vermijden, de hond springt keurig en zonder aarzeling over een hindernis, hij gaat vliegensvlug terug als het haas is achter geraakt.
3. Bij het pakken van het haas: op volle snelheid, als de hond het haas al glijdend pakt, bij de poging het haas te pakken zelfs als de tegenstander het haas eerder heeft gepakt.

3.8 Sancties

Uitsluitend gekwalificeerde juryleden kunnen sancties opleggen die in overeenstemming moeten zijn met dit reglement.

3.8.1 Bestraffing van een valse start

Indien de handler een hond te vroeg loslaat of te laat, vanwege tactisch voordeel, mogen de keurmeesters 10% van het door de hond behaalde puntenaantal in die course aftrekken. Als een overloop van dezelfde course plaatsvindt, vervalt deze sanctie. In geval van een valse start kunnen de keurmeesters het advies inwinnen van de starter

3.8.2 Te laat aan de start

Indien een hond te laat aan de start is, zal hij worden uitgesloten voor de rest van de dag.

3.8.3 Uitsluiting

De jury kan een hond voor de rest van de dag uitsluiten indien:

1. hij bij zijn eigenaar blijft na het startsignaal of het wedstrijdveld verlaat,

2. hij niet het haas maar zijn tegenstander volgt,

3. hij – naar het oordeel van de dierenarts – onvoldoende conditie heeft voor de wedstrijd.

4. Uitvoeringsbepalingen voor kampioenschappen rennen en coursing

4.1 De aanvraag

De FCI/CdL en de renvereniging of coursingorganisatie bepalen, op verzoek van een land, waar de titelwedstrijd zal plaatsvinden. De kandidatuur voor een ren- of coursingkampioenschap moet schriftelijk via het secretariaat van de landelijke organisatie worden ingediend. De kandidaat moet een perfecte afwikkeling van de wedstrijd garanderen.
FCI-renkampioenschappen moeten altijd worden gehouden in het 1e of 2e weekend van september.
FCI-coursingkampioenschappen moeten worden gehouden in het 2e kwartaal van een jaar.

4.2 Soorten renkampioenschappen

Een FCI-kampioenschap wordt ieder jaar gehouden: 

  • het FCI-Wereldkampioenschap in even jaren
  • het FCI-Europeeskampioenschap in oneven jaren

4.3 Te behalen titels

De te behalen titels zijn:

  • FCI Wereldkampioen 20XX (bv. 2010)
  • FCI Europees Kampioen 20XX (bv. 2011)

4.4 Soorten coursingkampioenschappen

De FCI kan elk jaar toestemming geven voor de:

  • FCI-Europese Kampioenschappen Coursing

4.5 Te behalen titels

De te behalen titel is:

  • FCI Europees Coursing Kampioen 20XX (bv. 2012)

4.6 Sprinter wedstrijdtitels   

De winnaar van deze vriendschappelijke wedstrijd krijgt de titel:

  • “CDL Sprinter Winnaar Rennen 2XXX” of
  • “CDL Sprinter Winnaar Coursing 2XXX”.

4.7 Organisator
Kampioenschapswedstrijden kunnen uitsluitend worden georganiseerd door een FCI-lid organisatie. Twee jaar tevoren wijst de CdL het land en de plaats aan waar de wedstrijd zal worden gehouden. Het concept van de tekst van de uitschrijving van de wedstrijd moet ter goedkeuring aan de CdL-gedelegeerde worden voorgelegd. Eerst na diens goedkeuring kan deze tekst worden doorgegeven aan de nationale organisaties die lid zijn van de FCI.

4.7.1 Vereisten aan het wedstrijdterrein

De kampioenschapswedstrijd mag uitsluitend worden georganiseerd op terreinen die voldoen aan de basiseisen gesteld in § 2.4 en § 3.2 van dit reglement.

4.7.2   Inspectie van het terrein door FCI/CdL

De CdL heeft het recht de toestand en conditie van de renbaan en het coursingterrein te inspecteren op ieder moment tussen de datum van bekrachtiging en die van het kampioenschap en mag wijzigingen en/of verbeteringen opleggen.

4.7.3  Beperking van wedstrijden

Op de datum van een FCI-kampioenschap zijn andere internationale rennen of coursings niet toegestaan.

4.8     Deelname

4.8.1   Stamboek vereist

Deelname staat open voor alle windhonden (groep 10) opgenomen in het stamboek/de bijlage van het stamboek van een FCI-lid organisatie of contractpartner en voor windhonden die staan geregistreerd in het stamboek of de bijlage van het stamboek van een niet-FCI-lid organisatie waarmee de FCI een samenwerkingsovereenkomst is aangegaan voor de wederzijdse erkenning van stamboeken (AKC, KC, CKC).
Dit geldt ook voor honden die zijn geïmporteerd vanuit bepaalde gebieden van herkomst van de rassen die hieronder worden genoemd, en die geen door de FCI erkende stamboom hebben doordat er geen kynologische organisatie bestaat in deze gebieden; hetzelfde geldt voor hun nakomelingen wier ouders zijn opgenomen in het stamboek/de bijlage van het stamboek (“livre d’attente”) van het betreffende FCI-lid of contractpartner.
Thans geldt dit voor de rassen Azawakh en Saluki, evenals voor Sloughi’s uit Algerije, Tunesië en Libië (oorsprongsgebieden van dit ras).
Deze maatregel geldt eveneens voor Sloughi’s die zijn gefokt door inwoners van Marokko die niet fokken onder toezicht/verantwoordelijkheid van hun FCI-lid organisatie, m.n. de Société Centrale Canine Marocaine, S.C.C.M. Deze honden krijgen vanzelfsprekend geen Exportstamboom maar een zgn. “Genealogie”. Hoofdzaak voor deelname aan een kampioenschap (baanrennen of coursing) is dat zij zijn opgenomen in de bijlage van het stamboek (“livre d’attente”) van het betreffende FCI-land of partner.
Alle Mediterrane rassen (Pharaoh Hound, Cirneco, Podenco Ibicenco en Podenco Canario) uit groep 5 mogen eveneens deelnemen, maar zij komen niet in aanmerking voor een CACIL.

4.8.2   Vereiste ren- en coursingresultaten

Voor een FCI-kampioenschapswedstrijd mogen alleen honden worden ingeschreven die op grond van hun resultaten hebben bewezen dat zij in de top van de competitie kunnen meedoen. Elke nationale organisatie wijst de honden aan die zullen worden ingeschreven.
Om te kunnen deelnemen, moet een windhond vóór de sluitingsdatum van de inschrijving de laatste twee rennen of coursings hebben voltooid zonder diskwalificatie. Diskwalificatie tussen de sluitingsdatum en de datum van het kampioenschap sluit deelname uit.
Honden die geblesseerd zijn tijdens de eerste course van een baanren of coursing en moeten worden teruggetrokken op advies van de dierenarts (bewezen door een geschreven verklaring van de betreffende dierenarts), worden geacht de ren of coursing succesvol te hebben uitgelopen.

4.8.3  Kwalificatie voor FCI-kampioenschappen

Kwalificatiewedstrijden die zijn gelopen voordat de hond de in § 1.4.2 genoemde minimumleeftijd heeft bereikt zijn ongeldig.

4.8.4   Verandering van eigenaar

Als een hond een andere eigenaar krijgt en naar een ander land verhuist mag de hond niet worden ingeschreven voor de startlijst en het nieuwe land vertegenwoordigen tenzij hij ten minste 6 maanden in het stamboek/register van het nieuwe land staat ingeschreven.

4.9     Inschrijving

4.9.1  Opsturen van inschrijfformulier

Inschrijfformulieren voor een FCI-kampioenschap kunnen door de hondeneigenaar niet rechtstreeks naar de organiserende instantie worden gezonden, maar mogen uitsluitend door de nationale organisatie van de eigenaar worden ingestuurd.

4.9.2   Aantal honden per land

FCI Europees Kampioenschap Coursing:

  • Het maximale deelnemersaantal per ras en geslacht bedraagt voor ieder lid zes honden. Het onderzoek voorafgaande aan de wedstrijd moet een dag eerder zijn uitgevoerd.

FCI Europees of Wereldkampioenschap rennen:

  • Het maximale deelnemersaantal per ras en geslacht bedraagt voor ieder lid twaalf honden. De titelwinnaar van het voorgaande jaar mag zijn titel verdedigen en kan worden toegevoegd boven het toegestane maximale aantal deelnemers.

4.9.3   Reservehonden
Ieder land mag reservehonden inschrijven boven het maximale aantal deelnemers zoals genoemd in § 4.9.2, zodat de mogelijkheid wordt geboden een hond die afvalt uit het team te vervangen.
Er worden geen vriendschapsrennen georganiseerd voor reservehonden die niet aan renkampioenschappen kunnen deelnemen.

4.9.4   Gegevens op inschrijfformulier en tijdschema

De FCI Commissie voor Windhonden stelt een sjabloon voor dit inschrijfformulier beschikbaar.
De nationale organisaties moeten hun honden aanmelden in volgorde van hun prestaties, gescheiden naar ras en geslacht. Op het inschrijfformulier moeten de stamboomnamen van de honden worden vermeld en alle noodzakelijke gegevens voor het toekennen van het CACIL alsmede de namen van de eigenaren zoals ze op de ren of coursinglicenties staan. Deze inschrijfformulieren moeten ten minste drie weken voor de wedstrijd bij de organisator zijn.

4.10   Officials

Ieder land is verplicht om de organisator, tezamen met de aanmeldingen, een lijst met voorgestelde functionarissen voor te leggen. Echter de organisator wijst de keurmeesters en bochtcommissarissen aan.
De organisator zal de namen van de keurmeesters en bochtcommissarissen ten minste 14 dagen voordat het kampioenschap wordt gehouden aan de nationale organisaties bevestigen. Zie ook paragraaf 7.6. Keurmeesters krijgen gratis eten, kamperen en een dagelijkse toelage op de dag dat ze in functie zijn. De hoogte van de toelage is gelijk aan het inschrijfgeld voor de wedstrijd.

4.10.1 FCI/CdL gedelegeerden voor kampioenschappen

Voor ieder ren- of coursingkampioenschap benoemt de FCI/CdL een gedelegeerde, die verantwoordelijk is voor de gang van zaken tijdens de gehele wedstrijd, inclusief de controle op het programma. De gedelegeerde kan zo nodig vragen om wijzigingen en neemt in speciale gevallen de eindbeslissing. Bij ieder verschil van mening moeten de keurmeesters zijn/haar advies vragen. De onkosten van de gedelegeerde worden door de organisator vergoed.

4.10.2 Officials bij de rennen

De jury moet uit drie personen bestaan die uit tenminste twee verschillende landen afkomstig zijn, een reserve jurylid moet eveneens worden aangewezen. Een fotofinish-keurmeester zal de beelden evalueren en het resultaat van elke course bevestigen. Eveneens moet de organisator ervoor zorgen dat er twee bochtcommissarissen van verschillende nationaliteit aanwezig zijn in elke sector van de renbaan.

4.10.3 Keurmeesters bij coursing

Coursingkampioenschappen moeten door vijf keurmeesters beoordeeld worden, die uit ten minste drie verschillende landen afkomstig zijn. Een reserve-keurmeester moet eveneens worden aangewezen.
In de 2e omloop moeten de honden worden beoordeeld door vijf andere juryleden uit drie verschillende landen.

4.11   Eisen voor het toekennen van titels

4.11.1 Aantal honden, zes of meer

Als zes honden of meer per geslacht en ras starten bij een FCI-kampioenschap, wordt aan zowel de winnende reu als de winnende teef een titel toegekend. Als bij een geslacht minder dan zes honden aan de start komen, dan lopen de honden gemengd en wordt slechts één titel toegekend.

4.11.2 Aantal honden, minder dan zes

Als bij een ras minder dan zes honden starten, wordt geen titel gegeven. Echter bij bijzondere omstandigheden kan de CdL-gedelegeerde samen met de keurmeesters besluiten toch de titel te verlenen. De aangekondigde prijzen moeten worden uitgereikt.

4.11.3 Aantal honden, minder dan vier

Een ras waarvan minder dan vier honden aan de start komen kan niet deelnemen aan de FCI-kampioenschapwedstrijd.

4.12   Baanlengtes kampioenschappen171_7118

4.12.1 Baanlengte bij rennen

Afstanden voor het FCI-baanrenkampioenschap: 

  • voor Whippets, Italiaanse windhondjes en Cirneco dell’Etna: 350 – 365 meter 
  • voor alle andere rassen 475 – 480 meter

Kleine afwijkingen van bovenstaande afstanden zijn toegestaan.

4.12.2 Lengte van het parcours bij coursing

Afstanden voor het FCI Europese kampioenschap coursing: 

  • voor Whippets en Italiaanse windhondjes en Cirneco dell’Etna: 600 – 800 meter 
  • voor alle andere windhondenrassen 800 – 1000 meter

Kleine afwijkingen van bovenstaande afstanden zijn toegestaan.

4.13   Prijzen

4.13.1 Oorkondes

Oorkonde voor de behaalde titel (geschonken door de nationale organisatie).

4.13.2 Eredekken

Eredekken voor de winnaars :

  • Wit: FCI-Wereldkampioenschap Rennen 
  • Blauw: FCI-Europees Kampioenschap Rennen 
  • Rood: FCI-Europees Kampioenschap Coursing 
  • Groen: CDL Sprinter Winnaar Rennen 2XXX of CDL Sprinter Winnaar Coursing 2XXX.

4.13.3 Finalisten

Ereprijzen voor alle finalisten.

4.14   Inschrijfgeld

De hoogte van de inschrijfgelden wordt door de CdL vastgesteld in euro’s. Het inschrijfgeld moet aan de organisator worden betaald door elke teamleider.

4.15   Teamleider

Tegelijkertijd met de lijst van deelnemers moet de nationale organisatie de naam van de teamleider bekendmaken.

1. Gedurende het gehele evenement is de teamleider de vertegenwoordiger van zijn/haar nationale organisatie en tevens de leidinggevende van zijn/haar team.

2. Hij/zij is verantwoordelijk voor het overbrengen van instructies van de organisator naar zijn/haar teamleden.

3. Hij/zij is de tussenpersoon tussen de individuele hondeneigenaren in het team en de organisatoren.

4. Uitsluitend de teamleider heeft het recht om met de organisator te spreken en vragen te stellen, suggesties te geven, bezwaar in te dienen of vragen en klachten vanuit zijn/haar team door te geven.

5. Hij/zij is verantwoordelijk voor het geven van advies en het beantwoorden van vragen alsook voor de discipline binnen zijn/haar team.

6. Als de aanwezigheid van de honden bekend is, is hij/zij verantwoordelijk voor de inzameling en controle van de licenties (startlicentie plus hondenpas) van de leden van het team; de teamleider overhandigt die aan het wedstrijdsecretariaat. Deelnemers moeten de teamleider zo snel mogelijk op de hoogte brengen als zij hun hond(en) terugtrekken.

4.16   Procedures

De organisator is er voor verantwoordelijk dat er voldoende reservemateriaal aanwezig is zodat een probleemloze wedstrijd gegarandeerd is. Onontbeerlijk materiaal moet 100% ondersteuning hebben.

4.16.1 Kwalificatie voor de finales bij rennen

Bij FCI renkampioenschappen worden de finalisten op de volgende wijze bepaald: De honden die zich voor de finale gekwalificeerd hebben, worden geselecteerd op basis van de tijden die ze hebben gelopen in de voorlopen. Elke hond, met uitzondering van Greyhounds, moet deelnemen aan minimaal twee voorlopen, de finale is dan de derde ren. De snelste van de tijden gelopen in de twee voorlopen is de tijd die gebruikt zal worden voor het kwalificeren voor de finale.
Voor Greyhounds is slechts één voorloop verplicht, de tweede voorloop is naar keuze van de eigenaar.
De honden met de zes snelste tijden lopen in de finale.

4.16.2 Kwalificatie voor de tweede omloop bij coursing

De beoordeling van de honden moet bij alle coursen gedaan worden zoals voorgeschreven in § 3.7 van dit reglement. Honden die zonder goede reden niet minstens 50% van het maximale aantal te behalen punten krijgen in de eerste omloop, mogen niet deelnemen in de tweede omloop. Voor de eindrangschikking wordt het gemiddelde, met max 2 decimalen, van de punten van alle vijf de keurmeesters berekend. De hond met het hoogste puntentotaal is de winnaar. Als twee honden een zelfde puntentotaal hebben moet de procedure zoals beschreven in 3.7 gevolgd worden.

4.16.3 Onnodige coursenIMG_4374

Omdat de zorg voor het welzijn van de honden steeds voorop moet staan, moet getracht worden de honden niet onnodig te laten lopen.

4.16.4 Grote deelname rennen

Bij een te groot aantal aanmeldingen kan de organisator van een FCI-kampioenschap de rennen over drie dagen verdelen. Echter voor elk ras moeten alle rennen op dezelfde dag worden gelopen.

4.16.5 Grote deelname coursing

Bij een groot aantal aanmeldingen kan de organisator van een FCI coursingkampioenschap de wedstrijd over drie dagen verdelen. Echter voor elk ras moeten de coursen op dezelfde dag worden gelopen.

4.16.6 Tijdwaarneming systeem bij rennen

Voor de tijdwaarneming moet een systeem met “fotofinish” beschikbaar zijn. Dit systeem moet voor iedere over de finishlijn komende hond de tijd aangeven. Het tijdwaarneming systeem wordt door de organisator geïnstalleerd.

4.16.7 Reservemateriaal tijdwaarneming bij rennen

Een reserve-tijdwaarneming systeem moet aanwezig zijn. Beide systemen moeten tegelijkertijd in werking zijn om in elk geval een uitslag te kunnen produceren.

 

5. F.C.I. titels

5.1 Titel “Champion International de Course”/CACIL-reglement

5.1.1 Voor welke rassen

Deze reglementering geldt voor windhondenrassen uit de FCI-groep 10, waarvoor rennen en coursings worden georganiseerd onder beschermheerschap van de FCI.

5.1.2 Bij welke wedstrijden

Deze reglementering geldt voor internationale ren- en coursingwedstrijden waar een CACIL aan is verbonden en die zijn aangevraagd door de Nationale Organisaties en vastgesteld door de FCI/CdL.

5.1.3 Eisen kampioenstitel

De titel “Champion International de Course” wordt door de FCI toegekend onder de volgende voorwaarden:

a. Vanaf de leeftijd van 15 maanden voor Whippets en Italiaanse windhonden en vanaf 18 maanden voor alle andere windhondenrassen moet de hond ten minste drie “Certificats d’Aptitude au Championnat International de Lévriers” (CACIL) of twee CACIL en 2 Res. CACIL in twee verschillende landen (van twee verschillende nationale organisaties – NO’s) hebben behaald.

Uitzondering: Omdat de volgende landen: Noorwegen, Zweden, Finland, Estland, Litouwen en Rusland niet meer dan 2 CACIL rennen/coursings per jaar organiseren en tevens ver van centraal Europa gelegen zijn, zijn het aantal CACIL’s voor deze landen verminderd naar 2 CACIL’s en 2 res. CACIL’s.
b. Deze certificaten (CACIL) worden toegekend aan een hond die:

– tezamen met de inschrijving voor de wedstrijd een bewijs van ten minste “Zeer Goed” behaald in een volwassen klas op een CACIB-tentoonstelling heeft behaald. Zonder dit vereiste bewijs zal het CACIL worden toegekend aan de volgende hond in de eindklassering tot en met de zesde plaats.

– bij baanrennen moet de hond in de finale geplaatst zijn en tevens binnen de eerste helft van de eindklassering.

– bij coursing moet de hond in de eerste helft van de eindklassering geplaatst zijn en ten minste 75% van het maximaal aantal te behalen punten hebben behaald zoals vastgelegd in 3.7 van dit reglement.
c. Tussen het eerste en het laatste CACIL/Res. CACIL moet een periode van ten minste één jaar en één dag liggen.

5.1.4 Reserve-CACIL

De keurmeesters kunnen de volgende geplaatste hond met een tentoonstelling kwalificatie in deze wedstrijd een reserve-CACIL toekennen als de hond voldoet aan de eisen gesteld in 5.1.3 b.
Het CACIL en Res-CACIL worden door de keurmeesters toegekend zonder controle of de hond in een geldig stamboek is opgenomen of een volledige stamboom heeft.
Het Reserve-CACIL (R-CACIL) is voor het behalen van de titel “Champion International de Course” geldig als de hond die het CACIL heeft gekregen al “Champion International de Course” is, of als de hond die het CACIL heeft gekregen niet voldoet aan het gestelde in § 5.1.6.

5.1.5 Aantal gestarte honden

1. Indien ten minste 6 honden per geslacht per ras zijn gestart, mag het CACIL afzonderlijk aan reuen en teven worden gegeven.
2. Indien er minder dan 6 honden per geslacht aan de start zijn, strijden de reuen en teven samen om één enkel CACIL.
3. Indien er minder dan 6 honden van een ras zijn gestart, wordt het CACIL niet toegekend.

5.1.6 Onvolledige stamboom Calhoun (2)

Aan honden van wie de voorouders onbekend zijn of de stamboom niet compleet is, kan de voordracht van de keurmeesters voor een CACIL niet worden gehonoreerd en wordt dit overgedragen aan de hond met het R-CACIL.

5.1.7 CACIL voordrachten

De CACIL-voordrachten worden door de betreffende Nationale Organisatie  doorgestuurd naar het bureau van de FCI.

5.1.8 Toekenning door de FCI

De FCI verzekert zich ervan dat gehandeld is overeenkomstig het reglement. Als dat zo is, worden de door de keurmeesters voorgedragen CACIL’s toegekend. Als dat niet zo is, wordt het CACIL niet toegekend.

5.1.9 Definitieve titel

De FCI kent de definitieve titel “Champion de Course” toe.

5.2 FCI Kampioen Schoonheid en Prestatie (Champion International de Beauté et Performance – C.I.B.P.)

Om deze titel te behalen moet een hond aan de volgende eisen voldoen:
1. De hond moet twee CACIB’s of één CACIB’s en twee Reserve-CACIB’s hebben behaald in ten minste twee verschillende landen (van twee verschillende NO’s) en door ten minste twee verschillende keurmeesters.
2. De hond moet hebben deelgenomen aan ten minste drie CACIL-wedstrijden (baanrennen of coursings) en ten minste één CACIL of twee Reserve-CACIL’s hebben gewonnen.
3.Tussen het eerste en het laatste CACIB/Reserve-CACIB moet een periode van ten minste één jaar en één dag liggen.

6. Eisen voor de gebruikshondenklasse bij FCI-Internationale CACIB tentoonstellingen

Om een hond in de gebruikshondenklasse in te schrijven, moet bij het inschrijfformulier een kopie van het namens de FCI uitgereikte certificaat worden gevoegd waarin wordt bevestigd– door het lidland waar de hondeneigenaar officieel gevestigd is – dat de hond heeft voldaan aan de volgende eisen:
1. bewijs dat de hond een geldige coursing- of renlicentie heeft;
2. het bewijs dat tenminste twee maal aan internationale CACIL-rennen of -coursings is deelgenomen gedurende een periode van tenminste een jaar plus een dag, zonder diskwalificatie.

  • Uitzondering: Omdat in Noorwegen, Zweden, Finland, Estland, Letland, Litouwen en Rusland niet meer dan 2 CACIL-rennen/coursings per jaar worden gehouden  en deze landen ver van centraal Europa liggen, kunnen deze landen de nationale rennen/coursings laten meetellen in het deelnemende aantal.

3. bij zowel de rennen als de coursings moet bewezen worden dat de hond twee maal in de bovenste helft van de uitslag is geëindigd. Resultaten behaald in de veteranen-  en Sprinterklassen worden buiten beschouwing gelaten. Extra voor coursing: de hond tenminste 75% van het maximale puntentotaal hebben behaald, zoals is vastgesteld in § 3.7 van dit reglement.

7. Aanhangsels

7.1 Inschrijfformulier

Een inschrijfformulier kan uitsluitend aan de organisator worden gestuurd door een organisatie die erkend is door de landelijke organisatie.
De volgende informatie moet aan de organisator van een ren- of coursingwedstrijd worden gezonden:

1. Details over de wedstrijd Plaats en datum van de wedstrijd
2. Identificatie van de hond:  Naam van de hond, Ras, Geslacht, Geboortedatum, Licentienummer,  Stamboomnummer, ID-nummer (chip of tatoeage ), Wijdrenner/buitenstarter
3.  Klasse (rennen)
4. Identificatie van de eigenaar: Naam, Adres, Land, Telefoonnummer, Faxnummer, E-mailadres

7.2 Beschrijving van de rendekken

Onderstaande beschrijving geldt alleen voor rennen;

Nr. 1 Rood met witte “1”

Nr. 2 Blauw met witte “2”

Nr. 3 Wit met zwarte “3”

Nr. 4 Zwart met witte “4”

Nr. 5 Geel met zwarte “5”

Nr. 6 Zwart-wit gestreept met rode “6”

Stretch renhesjes zijn eveneens toegestaan. Op rode en witte dekken/hesjes die voor coursings worden gebruikt mogen geen nummers staan noch enig andere tekst of tekens.

7.3 Beschrijving van de muilkorven

Materiaal: staaldraad, of staaldraad met kunststof mantel
Alternatief – Materiaal: kunststof, in drie maten, voor kleine rassen – in zes maten voor grote rassen.
Het Amerikaanse type muilkorf in leer of kunststof is eveneens toegestaan

7.4 Taak van de dierenarts

7.4.1 Onderzoek voorafgaande aan de wedstrijd

Controle van het inentingsboekje op de geldigheid van de inentingen, als dit nog niet is gebeurd door de autoriteiten.
Voorafgaande aan de wedstrijd moeten alle ingeschreven honden een algemeen onderzoek ondergaan om te controleren of zij in staat zijn de wedstrijd te volbrengen. Honden met een slechte conditie moeten geweigerd worden.
Met betrekking tot de gezondheid van de hond is alleen de dierenarts bevoegd te beslissen of een hond kan deelnemen aan een wedstrijd. Tegen zijn beslissingen is geen beroep mogelijk.
Het algemeen onderzoek houdt in:

1. onderzoek van de bindvliezen.  Als er een duidelijke bindvliesontsteking is moet ook de temperatuur van de hond worden opgenomen.

2. controle op loopsheid van de teven; Als de hond loops is mag ze niet deelnemen.

3. controle van de poten, met speciale aandacht voor eventuele verwondingen;

4. eventuele pijn als de teengewrichten worden gebogen en gestrekt;

5. controle van het gangwerk; als kreupelheid wordt geconstateerd is uitgebreider onderzoek nodig.

7.4.2 Supervisie gedurende de wedstrijddag

De dienstdoende dierenarts moet gedurende de gehele ren- of coursingwedstrijd aanwezig zijn. Hij/zij dient voldoende materiaal ter beschikking te hebben om bij noodgevallen tijdens de wedstrijd adequaat te kunnen optreden (eerste hulpverband, spalken, apparatuur voor controle van hart en bloedvaten).
Daar de deelnemende honden onder supervisie van de dierenarts staan voor wat betreft hun algemene conditie, blessures, verdenking van doping enz., zijn de keurmeesters verplicht elke hond die door de dierenarts niet fit geacht wordt, van deelname uit te sluiten.
De dierenarts moet iedere hond voor elke course bekijken en de keurmeesters direct wijzen op eventuele blessures. De betreffende hond moet verdere deelname ontzegd worden.
De onkosten voor de dierenarts worden vergoed door de organisator. De eigenaar van de behandelde hond moet alleen de kosten van individuele behandelingen van zijn hond vergoeden.

7.5 Afmetingen en conditie van renbanen / status van FCI-renbanen

7.5.1 Definitie van A-status

Renbanen die geschikt zijn voor nationale en internationale renwedstrijden en voor FCI-titelrennen.

7.5.2 Definitie van B-status

Renbanen die geschikt zijn voor nationale en internationale renwedstrijden, maar niet voor FCI-titelrennen.

7.5.3 Specificatie

7.5.3.1. Algemeen

1. Het loopvlak moet perfect geprepareerd zijn zonder oneffenheden en moet vrij zijn van vreemde voorwerpen die de honden in gevaar brengen.

2. Het loopvlak moet zijn voorzien van dicht gras, stevig zand of gras met bezande bochten.

3. Er moet kunnen worden gelopen over een afstand van 345 tot 390 meter, en van 475 tot 480 meter inclusief de vereistelengte van het eerste rechte stuk.

4. De starthokken moeten zodanig zijn opgesteld dat de honden vanuit het hok een rechte lijn van ten minste 40 meter voor zich heeft.

5. De paddock moet afgescheiden zijn van de renbaan, dient schoon te zijn en geschikt om de honden voor te bereiden op de ren. De honden mogen geen uitzicht over de renbaan hebben, indien noodzakelijk door middel van een afscheiding.

6. De uitloop na de finishlijn moet een lengte hebben van 50 meter.

7.5.3.2. Specificatie voor de A-status

De radius van de bochten moet tenminste 42 meter zijn bij zowel vlakke als opgehoogde bochten. Onder opgehoogde bochten wordt verstaan bochten met ten  minste 8% ophoging. De minimumbreedte van de renbaan is 6 meter op de rechte stukken, 8 meter in vlakke  bochten en 7 meter in opgehoogde bochten.

7.5.3.3. Specificatie voor de  B-status

De radius van de bochten moet tenminste 40 meter zijn bij zowel vlakke als opgehoogde bochten. Onder opgehoogde bochten wordt verstaan bochten met ten minste 8% ophoging. De minimumbreedte van de renbaan is 5 meter op de rechte stukken, 7 meter in de bochten.

7.6 Goedkeuring van keurmeesters voor alle nationale en internationale wedstrijden

Alle keurmeesters die uitgenodigd zijn om te keuren bij nationale of internationale wedstrijden die worden georganiseerd door een bij de FCI aangesloten nationale  organisatie (FCI NO) of door een vereniging die gelieerd is aan een FCI NO, MOETEN allereerst de goedkeuring hebben van  hun FCI NO.

DSC_2547

 

 

plaatje pijl

Archief