Ziektes bij de Deerhound.

celtic_knot_5W 

In de Newsletter van de Engelse Deerhound Club verscheen in de “Winter 2011” editie een zeer interessant artikel over het post-operatief bloeden van Greyhounds en wat dit betekent voor onze Deerhounds.

Het artikel zelf is geschreven door Dr. John Dillberger, een autoriteit op het gebied van ziektes bij de Deerhound maar hij heeft zijn informatie van verschillende bronnen die dit onderzocht hebben en nog steeds onderzoeken. Het eindresultaat van de onderzoeken is nog niet compleet bekend maar er is al wel duidelijk wat het doodbloeden na een operatie veroorzaakt.

In het kort komt het hier op neer dat er zeer regelmatig Greyhounds en Deerhounds 24 tot 36 uur (of zelfs nog langer) na een operatie, een dusdanige inwendige bloeding krijgen dat ze hier meestal aan overlijden. Deze inwendige bloeding is niet het gevolg van een fout van de opererende arts en het is niet Factor VII Deficiency, dat heeft hier niets mee te maken. Bij F.VII.D bestaat de kans dat de hound na de operatie doodbloedt doordat de mutatie in het gen er voor zorgt dat er geen of onvoldoende bloedstolsels gemaakt worden. Zoals eerder vermeld is er voor deze genetische afwijking een zeer betrouwbare test voor handen.

Bij deze vorm van doodbloeden na een operatie, blijkt dat er in eerste instantie wel degelijk bloedstolsels aangemaakt worden op de plaatsen waar dit nodig is maar dat deze bloedstolsels te snel oplossen! De bloeding wordt niet veroorzaakt door één lekkend bloedvat maar door alle bloedvaten die tijdens de operatie zijn doorgesneden. De aders die afgebonden of dicht gebrand zijn veroorzaken geen problemen.

De oorzaak dat de bloedstolsels sneller oplossen dan gewenst, is dat de Deerhounds, net zoals de Greyhounds en zeer waarschijnlijk alle windhonden, dikker bloed hebben dat met een grotere snelheid en met een hogere druk dan bij normale honden door de aderen stroomt en hierdoor schade aanbrengt aan de aderwand. Deze schade wordt hersteld (Coagulatie) maar door de hoge snelheid wordt ook het fibrinolyse systeem (datgene wat het bloedstolsel weer moet oplossen) verhoogd en dit zorgt ervoor dat de bloedstolsels eerder oplossen dan gewenst.

Uit een bloedtest, genomen voor de operatie, kan men afleiden of een hound een verhoogd fibrinolyse systeem heeft of niet. Verder raad Dr. Dillberger aan om sowieso ieder Deerhound gedurende 5 dagen na een operatie, Amicar toe te dienen om bloedingen te voorkomen. De dosis is vanaf 24,5 kilo tot 36 kilo -500 mg, 36 tot 47 kilo – 750 mg en vanaf 47 kilo – 1000 mg.

Ik raad u aan om, voordat uw Deerhound geopereerd moet worden, uw dierenarts hiervan op de hoogte te brengen.

Er is onlangs, begin 2015, in Duitsland een Deerhound aan bovenstaande aandoening overleden, het komt dus echt wel voor. U kunt beter het zekere voor het onzekere nemen en of de test doen of gedurende een aantal dagen Amicar toedienen als uw Deerhound een operatie moet ondergaan.

Hier is de link naar de up-date betreffende bovenstaande aandoening. https://sdcahealth.wordpress.com/2015/02/17/post-op-bleeding-follow-up/#more-20794

 

**********

 

De Deerhound is een relatief gezond ras. We hebben geen oogafwijkingen, HD of elleboogproblemen. Ook vele andere ziektes die bij velen andere rassen voorkomen, hebben we niet. De drie grootste levensbedreigende ziektes die bij de Deerhound voorkomen zijn: hartafwijkingen, kanker en maagtorsie. Verder komt er wel eens een auto-immuun ziekte, epilepsie of een afwijking aan de schildklier voor maar niet in die mate dat het bedreigend is voor het ras. Ook levershunt komt voor (± 3%) maar omdat de Nederlandse fokkers verplicht zijn om de pups voor afgifte te laten testen, is ook dit geen probleem voor de nieuwe eigenaar.

Mocht uw Deerhound door een ziekte getroffen worden, meldt dit dan altijd bij de fokker. Het is belangrijk dat de fokker weet wat er in zijn lijnen voorkomt.

celtic_knot_5W

Een hartafwijking kunt u meestal zelf constateren als u de hartslag van uw Deerhound iedere dag even controleert. Ook als uw Deerhound hijgerig is en/of een mindere conditie krijgt gaat u direct naar een hartspecialist en dan liefst iemand die veel ervaring heeft met windhonden. Een ECG en Doppler Echo zijn vaak voldoende om een goede beeldvorming te krijgen zodat de juiste medicatie kan worden toegediend. Uw Deerhound kan dan vaak nog enkele jaren een goed leven lijden maar u moet er dan wel op tijd bij zijn!

celtic_knot_4W

Kanker wordt vaak pas geconstateerd als het al te laat is. Vrij veel voorkomend is botkanker en meestal is het bot al dusdanig aangetast dat er niets meer aan te doen is. Soms wordt er tot amputatie besloten maar meestal is de levensduur daarna vrij kort vanwege uitzaaiingen. Constateert u dat uw Deerhound kreupel is en duurt dit langer dan drie dagen, ga dan naar de dierenarts. Ook kunt u zelf de poten controleren op een verdikking. Deze bevindt zich dan meestal op de lange pijpbeenderen boven of onder een gewricht. Tijdens de wekelijkse borstelbeurt kunt u dit controleren gelijk doen.

Ook andere soorten tumoren komen natuurlijk voor bij de Deerhound. Bent u er op tijd bij dan kan er tegenwoordig veel bereikt worden met bestraling en chemokuren. Deze chemo is nagenoeg niet belastend voor uw Deerhound.

celtic_knot_3W

Als uw Deerhound onrustig is, begint te hijgen en te kwijlen, probeert over te geven maar er komt niets uit, ga dan met grote spoed naar de dierenarts. Uw Deerhound heeft dan zeer waarschijnlijk een maagtorsie. Dit houdt in dat de maag om zijn as gedraaid is en zodoende zowel de in- als de uitgang afsluit. Hierdoor kan de maaginhoud niet meer weg en door gasvorming zet de maag uit. Soms kan door middel van een slang, die via de slokdarm in de maag wordt gebracht, de maag worden ontgast maar dan moet er nog geen totale torsie zijn. Is de maag compleet gekanteld dan kan alleen een operatie uw Deerhound in leven houden. Let er wel op dat de dierenarts tijdens de operatie de maag vastzet daar er anders altijd een kans blijft bestaan dat er weer een torsie optreedt. Helaas overlijden er toch nog vrij veel Deerhounds ruim na deze operatie, ten gevolge van te weinig zuurstoftoevoer naar de organen, o.a. het hart, waardoor er zoveel schade optreedt dat het orgaan het uiteindelijk begeeft.

Mede hierom is het erg belangrijk dat u uw Deerhound minstens twee keer per dag voert en dan wel minstens een uur voor het wandelen en ook niet direct na de wandeling. Wij voeren ze alleen maar ruim na een wandeling, nooit er voor.

Deerhounds kunnen moeilijke eters zijn en dan met name de teven. Vooral vlak na de loopsheid wil dit nogal eens problemen geven. Ik voer ze dan gewoon met de hand en geef ze iets extra lekkers, je kunt het ook negeren maar een Deerhound houdt het vrij lang vol om niet te eten en ze vallen snel af waardoor ze gauw zeer mager zijn.

celtic_knot_5W

Momenteel wordt er in Amerika volop onderzoek gedaan naar Cystinuria. Simpel gezegd een ziekte waarbij de nieren de cystine (een zuur) niet voldoende absorberen zodat het in de urine terechtkomt alwaar het, als de concentratie te hoog wordt, in de blaas kristallen vormt die de urineleider kunnen blokkeren. In Nederland worden de fokdieren hier nog niet op getest, er is zelfs nog geen goede test hiervoor. Krijgt uw reu plasproblemen, ga dan met dit verhaal naar de dierenarts.

celtic_knot_4W

De pups worden in Nederland op levershunt gescreend, het percentage lijders is niet noemenswaardig.

Het screenen doen de fokkers om de nieuwe pup eigenaren te kunnen garanderen dat hun pupje geen levershunt heeft. Levershunt houdt in dat het bloed niet of niet voldoende door de lever gefilterd wordt zodat de pup zichzelf vergiftigt. Een pup met levershunt wordt hooguit twee jaar (uitzonderingen daar gelaten).

celtic_knot_3W

In Engeland en Amerika wordt er ook op Factor VII Deficiency getest. Sinds kort kan het bloed voor de test ook opgestuurd worden naar Laboklin in Duitsland. Factor VII is een proteïne dat nodig is om het bloed te laten stollen. Op een gegeven moment is er een mutatie opgetreden in het Factor VII gen. Hierdoor stolt het bloed niet meer. Het is een recessieve mutatie, dit houdt dus in dat er drie mogelijkheden zijn: een hound kan drager zijn en het dus niet openbaren maar wel aan zijn nakomelingen doorgeven, een hound kan er vrij van zijn en het dus niet aan zijn nakomelingen doorgeven en een hound kan lijder zijn. Dit laatste houdt in dat hij tijdens een operatie dood kan bloeden (maar dit hoeft niet persé) omdat zijn bloed niet stolt en hij zal het dus ook aan zijn nakomelingen vererven. Er is nog veel onderzoek naar de ernst van dit gebrek maar nu al blijkt dat het allemaal wel meevalt en dat er absoluut niet te streng geselecteerd moet worden om te voorkomen dat er te veel genen verloren gaan. Met verstand fokcombinaties maken kan deze afwijking zeer snel te niet doen.

 

Archief