Beweging.

Beweging.    

Zoals u al weet is de Deerhound een windhond. Dit houdt in dat hij gebouwd is voor optimale snelheid en het is ook heel erg belangrijk voor zowel zijn geestelijke als lichamelijke conditie om zich regelmatig eens goed uit te kunnen leven. Daarom is het ‘t prettigst om twee hounds van dezelfde leeftijd te hebben, twee pupjes uit hetzelfde nest. Het is ook echt enorm genieten van twee spelende pupjes!

Als mens kan je nooit voor 100% als speelkameraad voor de hound dienen. Het levensritme is anders, de krachten zijn anders en de taal is anders, zowel geestelijk als lichamelijk. Wat het levensritme betreft; pups hebben de gewoonte om heel vaak voor een korte periode intens te spelen en tussendoor korte diepe hazenslaapjes te doen. Naarmate ze ouder worden, worden beide periodes langer. Als mens kan je dit niet bijhouden, het is al doodvermoeiend om naar te kijken! Wat de krachten betreft; tijdens het spelen leren ze hun lichaam gebruiken, ze ontwikkelen hun spieren en skelet, ze meten hun krachten en leren die te gebruiken en te beheersen. Ze laten het elkaar wel weten als één van beiden te hard doet, hierdoor leren ze tot hoe ver ze kunnen gaan. Als mens doe je al gauw te zacht waardoor de hound denkt dat hij nog wel iets harder kan bijten, of je doet te hard waardoor de hound handschuw kan worden. Wat de taal betreft; wij mensen kunnen de hound een heleboel kenbaar maken door middel van onze stem en lichaamstaal maar begrijpt u altijd uw hound? Er zijn ontzettend veel mensen die al heel lang een hound hebben (of meerdere) waarvan ze bijvoorbeeld niet eens zien of hij bang is of tot de aanval over wil gaan. Ook zie je vaak dat een hound zijn eigenaar iets probeert duidelijk te maken maar dat de eigenaar het of niet opmerkt of totaal verkeerd interpreteert. In beide gevallen is de hound de dupe.

Twee pupjes kunnen tenminste hounds met elkaar communiceren en begrijpen elkaar altijd! Ook zie je vaak dat een alleen opgegroeide pup uitgroeit tot een slome hound die tijdens de wandeling maar achter zijn baas aan sjokt. Vaak ligt het wandeltempo van de baas te laag waardoor de hound niet wordt uitgenodigd tot activiteiten en negen van de tien keer is er geen hond te vinden die echt goed met een Deerhound kan spelen. Is die er wel, dan is dat ook maar voor een hele korte periode van de dag.

De voordelen van twee pups uit hetzelfde nest:


In de gevaarlijkste groeiperiode (tot ongeveer 7 maanden) kan het uitlaten volstaan door met ze naar het dichtst bij zijnde veldje te gaan, een tuin van minstens 500 m2 is ook prima, en ze daar te laten spelen, snuffelen en hun behoeften te laten doen. Als ze moe worden gelijk weer naar huis. Dit wel meerdere (minstens 5 á 6) keren per dag natuurlijk. Het gevaar in het geval dat men maar één pup heeft, is dat er te lang gewandeld wordt waardoor de pup te moe wordt en vervolgens niet meer wil eten. Tevens is het erg saai voor een pup.

 

 

Als ze willen spelen, spelen ze meestal met elkaar of met z’n tweeën met 1 voorwerp. Ze ontwikkelen zich optimaal en vieren niet hun lusten bot op u of uw huisraad.

 

 

Het is makkelijker om twee hounds voor korte periode alleen thuis te laten dan één. Eén pup is eerder geneigd om stoute dingen te gaan doen of om te gaan huilen.      

                                                                                                                                                               


Twee hounds die samen al spelend opgroeien blijven spelen en actief. Toch wel veel leuker en gezonder.

 


Twee pupjes zullen beter eten omdat ze elkaars rivaal zijn. Eén pup kan een slechte eter worden.

 

De nadelen van twee pupjes uit hetzelfde nest:

 


Als eigenaar moet je er extra op letten dat je ze allebei individuele aandacht geeft. Ga b.v. met allebei op een andere dag naar puppiecursus, neem ze apart mee naar een winkelcentrum (niet met boodschappen doen!) maar zorg er dan wel voor dat er iemand thuis is bij de andere pup om eventueel verkeerd gedrag te kunnen corrigeren (huilen, op de deurpost bijten enz.) 

 


Doordat het er tijdens het spelen best wel erg ruw aan toe kan gaan is de kans op blessures en verwondingen wat groter dan bij een sjok-hond. Maar juist door dit ruwe spelen (liefst op geaccidenteerd terrein) leren ze hun lichaam goed te gebruiken, ontwikkelen ze alles en hebben ze er later alleen maar profijt van.

 

 

U bent twee keer zoveel geld kwijt maar…. Het is vier keer leuker dan één hound!!!

 

 

Denk over deze aspecten goed na voor u aan één Deerhound begint. De meeste mensen beginnen met één maar nemen er meestal al heel snel één bij en dan zit je vaak met het probleem dat de één al wel uren kan wandelen (en dat gewend is!) en dat de pup dat nog niet mag. Dit is een hele lastige situatie. Ook qua spelen moet u extra oppassen want een volwassen Deerhound is echt te groot en te zwaar om met een jonge pup te spelen, een ongeluk zit in een klein hoekje. Ook de band die twee hounds uit hetzelfde nest hebben is anders, veel intenser, dan twee uit verschillende nesten.

Ik heb tot nu toe altijd zelf twee of meer pups uit een nest gehouden en absoluut niet ervaren dat je er minder contact mee hebt dan met één. Alleen uit het laatste nest heb ik maar één pup gehouden, Calhoun. Toen Cscarf op de leeftijd van 8 maanden naar Engeland vertrok was Calhoun erg eenzaam en dat is hij eigenlijk nog steeds. Ik heb er nog steeds spijt van dat hij geen broertje of zusje als speelkameraad heeft, ondanks dat er nog meerdere Deerhounds hier rondlopen maar dat zijn geen echte speelmakkers voor hem.

Enfin, indien er sprake is van maar één pupje, volgen hier wat richtlijnen voor de beweging. Voor een pup van 3 tot 5 maanden is het ’t beste om vaker per dag (5 á 6 keer) ongeveer 20 á 30 minuten te “wandelen”. Dit “wandelen” is eigenlijk meer een heel klein stukje aan de riem naar een veldje of parkje, de pup daar laten schooieren en direct terug naar huis als de pup vermoeidheidstekenen gaat vertonen. Sommige pups weten niet van ophouden als ze met een andere hond aan het spelen zijn maar zodra u merkt dat de pup moe wordt moet u er echt een eind aan maken. Een pup die te moe is eet namelijk niet en een pup die niet eet groeit niet en stilstand is bij een pup achteruitgang.

Vanaf de vijfde maand en verder tot ongeveer zeven maanden vermindert u langzaam het aantal “wandelingen” tot drie maal daags maar deze “wandelingen” mogen dan wel langer duren (ongeveer één tot anderhalf uur). Tussendoor kunt u, als de pup zich verveelt, wat met ‘m in de tuin spelen of een klein blokje om lopen. Loop niet te langzaam, laat de pup aan een slappe riem in een vlot drafje naast u meelopen. Als u het irritant vindt dat de hound overal aan wil snuffelen terwijl hij aan de riem loopt, moet u dat van het begin af aan niet toe staan. Als u er met één loopt is dat nog niet zo erg maar ziet u het al voor zich als u met meerdere hounds loopt en ze willen allemaal ergens anders snuffelen? Erg leuk voor omstanders!

Vanaf zeven maanden kunt u rustig de wandelingen (het echt aan de riem lopen) uitbouwen qua tijdsduur en afstand. Vanaf de leeftijd van één jaar moet een gezonde Deerhound makkelijk een grote, stevige wandeling van minimaal een uur aankunnen. En onder stevig versta ik veel rennen en spelen. Maar let op dat het opgebouwd wordt en ook niet vijf dagen niet wandelen en in het weekend ineens twee uur achter elkaar. Hoe u de wandeltijd verdeelt maakt niet veel uit maar u kunt beter b.v. twee keer een half uur lopen en één keer één uur dan twee keer tien minuten en één keer twee uur. Bij het eerst schema zal de jonge hound zich minder vervelen (in huis) en de lichamelijke inspanning en belasting is meer verdeeld. Is uw hound eenmaal grotendeels uitgegroeid (ongeveer met 2 jaar) dan maakt het niet meer zo veel uit.   

Bent u niet in staat om uw Deerhound vrije beweging te geven, veel te laten rennen en spelen en heeft u niet de tijd om iedere dag minstens 1,5 tot 2 uur met uw Deerhound te wandelen, dan vinden wij dat u beter geen Deerhound (of andere windhond) kunt nemen.

 

 

Vanaf ongeveer een jaar kunt u ook gaan fietsen met uw hound. Ook hier geldt hetzelfde: opbouwen.

De eerste keer neemt u de fiets in de linkerhand en de hound rechts van u. Zo een paar honderd meter lopen om de hound aan de fiets te laten wennen. Gaat dit goed, dan neemt u de fiets tussen u en de hound in. Let erop dat u de riem niet te lang maar ook niet te kort houdt, de hound moet aan een slappe lijn netjes rechts naast de fiets lopen. Niet ervoor en niet erachter. Gaat ook dit goed, dan kunt u een klein stukje fietsen, twee- tot driehonderd meter is genoeg voor de eerste keer. De hound loopt in een drafje naast u en door tegen hem te praten moet u ervoor zorgen dat dit zonder springen en/of trekken gebeurd. Let ook goed op de omgeving, een overstekende kat kan enorme problemen veroorzaken! Daarom doe ik de hound een slipketting om tijdens het fietsen, dan heb je ‘m beter onder controle.

Na twee of drie dagen herhaalt u het hele ritueel zodat de hound weer weet wat er gaat gebeuren maar u kunt nu wel iets langer fietsen (als het goed gaat natuurlijk). Bouw dit langzaam op, hooguit twee a drie minuten per keer erbij en let op uw hound. Laat hem niet moe worden, dat is niet goed voor de banden, pezen en gewrichten maar tevens gaat de lol er van af. Als de hound het leuk vindt, en dat is het allerbelangrijkste, want als hij het niet ziet zitten wordt het een levensgevaarlijk drama, kunt u het dusdanig opbouwen tot u met uw hound de U.V. proef kan doen. (U.V. = Uithoudings Vermogen. In etappes 20 kilometer fietsen.) Het gemiddelde tempo van een dravende Deerhound ligt rond de twaalf kilometer per uur. Laat de hound zelf het tempo bepalen waarin hij het lekkerst loopt, forceer niets! Controleer altijd minstens één keer tijdens en na de fietstocht de voetzolen van uw hound. Mocht de hound gaan kreupelen omdat er slijtage plekken of verwondingen zijn, dan niet verder fietsen maar rustig direct naar huis lopen  en pas weer gaan fietsen als het echt helemaal genezen is. Let daarom tijdens het fietsen goed op waar u fiets en waar uw hound loopt, ligt er geen glas of scherpe voorwerpen op uw pad? Buiten de normale wandelingen om is twee keer per week zeven of acht kilometer fietsen voldoende om een volwassen Deerhound in topconditie te houden.

Wanneer heeft uw Deerhound een goede spierconditie? Dit is goed te voelen aan o.a. het schouderblad. Kunt u de kam, die van het hoogste punt van het schouderblad naar het boeggewricht loopt, goed voelen, dan heeft uw hound een minimale bespiering. Met een goede bespiering is deze amper te traceren. Over de ribben ligt een “stevige” spierplaat. Ook de dijbeen- en buikspieren moeten goed voelbaar/hard zijn. Als u aan de achter-/onderkant van de laatste rib voelt en daar loopt een stevige spierband richting heup, dan heeft uw hound een goede bespiering. Maar ook dit kan per hound verschillen, de één heeft nou eenmaal steviger weefsel dan de ander maar voelt u overal “blubber”, dan heeft u nog wat te doen.

Coursing is een hele leuke sport voor de Deerhound. Dit is niet het rennen op een ovale baan maar hierbij wordt ‘het haasje’ (meestal een paar repen plastic) aan een touw via klossen langs een bepaald parcours zigzaggend over een terrein getrokken. De lengte van het parcours varieert van 500 tot 1000 meter en de tijd die een getrainde Deerhound hiervoor nodig om het af te leggen is ongeveer 35 seconden tot 1.20 minuten. Maar dit hangt erg van het terrein af, is het glooiend of vlak, veel of weinig haken, de scherpte van de bochten, aantal       hindernissen, is de bodem hard of zacht, staan er plassen water, lang of kort gras, dit alles beïnvloedt een coursing enorm. Maar bij coursing wordt er niet alleen op snelheid beoordeeld, tevens van belang zijn; haasvastheid, wendbaarheid, moed, enthousiasme, doorzettingsvermogen, uithoudingsvermogen en intelligentie.

Eén van de belangrijkste onderdelen van coursing is wel het in- en uitlopen van de hound voor en na de coursing. Het inlopen is nodig om de spieren op te warmen en dus soepel te maken. Hierdoor neemt de kans op blessures af. Inlopen duurt ongeveer 15 minuten maar kan per hound verschillend zijn, niet in sjok tempo maar flink doorstappen. Het uitlopen is heel erg belangrijk en daar staan de meeste mensen niet voldoende bij stil. Door de hound gedurende minstens 20 minuten uit te lopen, zorgt u ervoor dat de giftige afvalstoffen die in de spieren door de enorme inspanning zijn ontstaan, worden afgevoerd en dat de stofwisseling weer tot rust kan komen. Tevens krijgt het lichaam de kans om heel geleidelijk de temperatuur weer tot normaal te laten dalen. Direct na een course kan de lichaamstemperatuur om en nabij de 41 graden zijn en de hartslag tussen de 150 en 200! Legt u zo’n hound weg in de auto, dan kan dit nare gevolgen hebben in de vorm van o.a. enorme spierpijnen door verzuring van de spieren. Dus goed uitlopen is uiterst belangrijk!

Windhonden zijn in principe zichtjagers, dit houdt in dat ze het wild dat wordt opgestoten op het oog volgen. Zijn ze het kwijt, dan is de jacht voorbij. Er zijn echter ook Deerhounds (en ook andere windhonden) die heel erg goed met hun neus kunnen werken. Het is mij al vaker opgevallen dat sommigen de hazen, katten en herten al op zo’n ruim honderd meter afstand met de neus kunnen traceren. Het gedrag dat ze dan vertonen zorgt ervoor dat ik gealarmeerd ben en kan ingrijpen, niet altijd met succes. De meesten komen gelijk terug als ze het wild kwijt zijn maar .. sommigen blijven met de neus zoeken en hierdoor kan je weleens even op je hound moeten wachten tot hij weer terug is. Maar naar je terugkomen doen ze altijd.

Een goede Deerhound zal op een gegeven moment zijn jachtinstinct tonen, bij de één is dit wat eerder en wat fanatieker dan bij de ander maar helaas zijn er ook Deerhounds die het nooit tonen omdat ze er waarschijnlijk nooit de kans toe hebben gekregen. Dat de Deerhound die getraind wordt om een prooi te achtervolgen wat feller en fanatieker wordt dan degene die niet getraind wordt, is begrijpelijk. Maar het houdt per definitie niet in dat u deze hound niet meer los zou kunnen laten lopen omdat hij niet meer zou luisteren en overal achteraan zou gaan. Dit ligt voor het grootste gedeelte aan de opvoeding. Als u van het begin af aan goed duidelijk maakt wat wel en wat niet mag, komt u een heel eind. Zelf altijd goed opletten en consequent zijn is erg belangrijk. Wij raden ook iedereen aan om met de pup naar puppiecursus te gaan. Voor de pup is dit heel goed in verband met de socialisatie en hij moet leren luisteren naar u terwijl er wel erg veel om hem heen gebeurd. Later kunt u hier erg veel profijt van hebben! Train wel op z’n Deerhounds, dus niet gebieden maar verzoeken. En altijd op een vriendelijke toon. De toon van de stem is heel erg belangrijk voor een Deerhound, als hij maar half denkt dat de baas of de vrouw boos is, doet hij niks meer en kruipt het liefst weg. Met vriendelijke, vrolijke woorden en manieren en vooral heel veel belonen, kunt u ontzettend veel bereiken met uw Deerhound. Argyll, de vader van Lousy Lennon, liep mee in een demonstratieteam voor Gedrag en Gehoorzaamheid. Natuurlijk ging het niet zoals een herdershond werkt maar hij deed alles op z’n Deerhounds perfect en oogstte veel bewondering.  Lennon trad in de voetsporen van zijn vader en behaalde het GG1 diploma. Prudence daarentegen vond het verschrikkelijk! Zij had er echt geen lol in en het had dan ook totaal geen zin om door te gaan. Want wat u ook doet, fietsen, coursing, behendigheid of GG, als een Deerhound het niet leuk vindt zal hij dat laten merken en is het voor u ook niet meer leuk! Samen genieten, van wat voor sport dan ook, is een must.

Als uw Deerhound een dagje ouder wordt, is het juist heel belangrijk dat hij in goede conditie blijft. Er is niets zo triest dan een verder heel gezonde hound te moeten laten inslapen omdat de spieren van de achterhand door gebrek aan beweging dusdanig zijn verslapt dat de hound niet meer op eigen kracht overeind kan komen. Dus….blijven wandelen. Alleen zal die wandeling van twee uur beter gedeeld kunnen worden in twee keer een uur of vier keer een half uur, al naar gelang de leeftijd en conditie van uw oude Deerhound.

IMG_4550Onze oude Amy van twaalf en een half liep nog drie keer per dag ongeveer 20 minuten, scharrelde af en toe een kwartiertje over ons terrein en tussendoor stond ze regelmatig op om zich om te draaien. Op goede dagen stond ze ook op om te drinken en te eten maar hierin liet ze zich het liefst bedienen! Het belangrijkste is dat ze regelmatig bewegen zodat ze een goede doorbloeding  blijven behouden. Toen Amy bijna dertien en een half was moest ik ze wel meestal helpen om overeind te komen maar de vier-dagelijkse wandelingetjes van korte afstand maar lange duur, ze stond meer te snuffelen dan dat ze liep, gaven haar de nodige beweging en afleiding! 

Comments are closed.

Archief