En toen stond de klok stil.

Na lang wikken en wegen besloot ik om wederom contact op te nemen met Luc Janssens en hem te vragen of hij Cwillyaigne nog een keer wilde opereren. Ze had toch duidelijk last van haar kaak. Ze schudde vaak met haar hoofd en tijdens het wandelen legde ze vaak haar snoetje in mijn hand, ze kon geen pensstaafjes kauwen of op een koeienhoefje knagen. Ze wilde weer graag spelen met Calhoun en toen Brandir er was vond ze dat geweldig! Maar spelen ging niet, het deed pijn. Langzaam zag ik haar geestelijk achteruit gaan, ze werd steeds minder vrolijk en genieten van een wandeling was er niet meer bij. Heel af en toe liet ik ze nog wel eens los in het bos, begin dit jaar heeft ze ook nog wel eens gejaagd maar de laatste maanden sjokte ze zielig achter me aan. Nee, de lol was er aardig vanaf. Vandaar dat ik tot mijn moeilijke besluit kwam, ik kende de risico’s maar had het volste vertrouwen in het Anubis-team.

Eerst werd er weer een CT-scan gemaakt om te kijken of er geen vreemde veranderingen aan de kaken waren en of het dus sowieso wel kon.

Dit zag er goed uit en er werd besloten om aan humaan-kaakchirurgen te vragen of zij de operatie wilden uitvoeren. De technieken en kennis is bij de humaan-kaakchirurgie veel groter dan bij de veterinaire-kaakchirurgie. Na een aantal weken kreeg ik te horen dat deze mogelijkheid open lag en werd mij het plan voorgelegd. Er zou aan de hand van de CT-scan een metalen plaatje gemaakt worden die precies op maat en in de vorm van Cwillyaigne’s kaak zou zijn en weer zou haar eigen beenmerg en gemalen botsplinters gebruikt worden om het open stuk op te vullen. Het zou wel een langdurige operatie worden en zeker de recovertijd zou lang in beslag nemen. Ik moest er toch wel rekening mee houden dat het zo’n half jaar zou gaan duren voordat ze alles weer kon. Nou, dat had ik er graag voor over en Cwillyaigne ook, dacht ik.

In gedachten zag ik haar weer heerlijk spelen en achter de lure aan rennen. Hoe anders pakte het uit!

 Ik bracht Cwillyaigne om negen uur naar de kliniek en na nog eens alles doorgesproken te hebben werd ze in slaap gebracht. Ik bleef bij haar tot ze sliep en vertelde haar nog dat ik d’r ’s middag weer zou ophalen. De operatie zou minimaal vier uur in beslag nemen en de arts had zijn angst voor deze langdurige narcose ook duidelijk uitgesproken. Ik vond het al een wonder dat ze de eerste kaakoperatie overleefd had (omdat toen ze de allereerste keer van haar leven onder narcose was bijna het loodje had gelegd) en hield me voor dat ze sterker was dan ik dacht. De hele ochtend waren we zo gespannen als een veertje maar toen er om twee uur nog niet gebeld was werd ik toch wel hyper nerveus.

Om half drie ging de telefoon…. en toen stond de klok stil.

Tijdens de laatste handelingen van de operatie ging het fout. Cwillyaigne’s hart stopte ermee. Gedurende een dikke dertig minuten hebben ze nog geprobeerd haar hartje weer op gang te krijgen maar dit lukte niet. Uiteindelijk hebben ze haar laten gaan.

We hebben haar direct opgehaald en oh, wat zag het er mooi uit! De artsen hadden haar snoetje schoon gemaakt waardoor duidelijk was te zien wat een vakwerk er geleverd was. Haar kaak stond perfekt recht en je kon amper zien dat ze geopereerd was. Ik weet zeker dat het allemaal goed zou zijn gekomen. Maar helaas…

We hebben ze mee naar huis genomen om de andere hounds in de gelegenheid te stellen om afscheid van haar te nemen. Elke hound reageert hier weer anders op maar Amy, die normaal niets laat blijken, was duidelijk zeer aangeslagen. Cwillyaigne was tenslotte haar lievelingsdochter.

En ik, ik moet er mee leren leven dat ik een verkeerde beslissing heb genomen om haar nog een keer te laten opereren. Een hound verliezen op deze manier is echt onacceptabel en ik heb er nog iedere dag ontzettend veel verdriet om.

Cwillyaigne is gecremeerd en ligt begraven naast haar broer, Craffitsh, op ons eigen, kleine begraafplaatsje.

Comments are closed.

Archief